<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2012:BY1347</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-05-01T06:21:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BY1347</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-10-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-2345 WIA</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BY1347">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BY1347</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T11:01:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2012:BY1347 Centrale Raad van Beroep , 26-10-2012 / 11-2345 WIA</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2012:BY1347:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vaststelling geen recht op een WIA-uitkering. Medisch onderzoek is zorgvuldig. Op juiste wijze rekening gehouden met de klachten bij het opstellen van de Functionele Mogelijkheden Lijst.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2012:BY1347:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>11/2345 WIA</para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 maart 2011, 10/1212 (aangevallen uitspraak)</para>
    <para />
    <para>Partijen:</para>
    <para />
    <para>[A. te B.] (appellante)</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 26 oktober 2012</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
      <para>Namens appellant heeft mr. E.S. Tauwnaar, advocaat, hoger beroep ingesteld en nadere stukken in het geding gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend met een verzekeringsgeneeskundige bijlage. </para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 september 2012. Appellante is - met voorafgaand bericht - niet verschenen. Het Uwv heeft zich heeft laten vertegenwoordigen door drs. J.P.H. Loogman. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>OVERWEGINGEN</para>
      <para>1.1. Appellante, laatstelijk werkzaam als zorgverlener, heeft zich op 30 augustus 2007 ziek gemeld wegens epicondylitus medialis, hand- en duimpeesklachten, knie- en voetklachten en maag- en darmklachten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.2. Bij besluit van 4 februari 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv, beslissend op bezwaar, gehandhaafd het besluit van 28 augustus 2009, waarbij is vastgesteld dat voor appellante met ingang van 27 augustus 2009 geen recht is ontstaan op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Dit besluit berust op het standpunt dat appellante op 27 augustus 2009, de in geding zijnde datum, weliswaar beperkingen ondervond bij het verrichten van arbeid, maar dat zij met inachtneming van die beperkingen geschikt was voor werkzaamheden verbonden aan de voor haar geselecteerde functies. Vergelijking van de mediane loonwaarde van die functies met het maatmanloon levert volgens het Uwv een verlies aan verdiencapaciteit op van 14,8%.</para>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig is geweest en er rekening is gehouden met de informatie uit de behandelend sector. Voorts heeft de rechtbank vastgesteld dat de bezwaarverzekeringsarts diverse beperkingen heeft aangenomen vanwege de klachten van appellante. De rechtbank heeft op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting geoordeeld dat door appellante niet aannemelijk is gemaakt dat haar beperkingen ernstiger zijn of dat zij meer beperkingen heeft dan is aangenomen door de (bezwaar)verzekeringsarts. De rechtbank heeft dan ook geen aanleiding gezien een deskundige te benoemen. Ook heeft de rechtbank zich kunnen verenigen met de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit.</para>
    <para />
    <para>3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat het door het Uwv verrichte medisch onderzoek onzorgvuldig is geweest en de rechtbank een deskundige had moeten benoemen. Appellante acht zich meer en verdergaand beperkt dan door het Uwv is aangenomen. Haar lichamelijke en psychische klachten nemen, evenals het gebruik van medicatie, almaar toe.</para>
    <para />
    <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
    <para />
    <para>4.1. In het hoger beroep van appellante heeft de Raad geen aanleiding gezien over de medische grondslag van het bestreden besluit een ander oordeel te geven dan de rechtbank. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de medische grondslag van het bestreden besluit berust op een zorgvuldig onderzoek. De verzekeringsarts heeft appellante op het spreekuur gezien, dossierstudie en lichamelijk en psychisch onderzoek verricht. De bezwaarverzekeringsarts heeft het dossier bestudeerd en appellante aansluitend op de hoorzitting lichamelijk en psychisch onderzocht. Voorts heeft hij de door appelante ingebrachte gegevens van de huisarts en de behandelend specialisten bij zijn beoordeling betrokken. Eveneens stelt de Raad zich achter het oordeel van de rechtbank dat er geen aanknopingspunten zijn om te twijfelen aan de door het Uwv vastgestelde belastbaarheid van appellante. De verzekeringsarts heeft met de handklachten, knieklachten en de slaapstoornis rekening gehouden bij het opstellen van de Functionele Mogelijkheden Lijst. De bezwaarverzekeringsarts heeft op grond van zijn eigen onderzoeksbevindingen en de ingebrachte medische informatie geen  aanleiding gezien om de door de verzekeringsarts vastgestelde belastbaarheid te herzien. De Raad is niet gebleken dat de bezwaarverzekeringsarts met de klachten van appellante en de in de bezwaarprocedure ter beschikking gekomen medische informatie op onjuiste wijze rekening heeft gehouden. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat de bezwaarverzekeringsarts in bezwaar een volledige medische heroverweging dient te verrichten die gericht dient te zijn op de gezondheidstoestand van appellante op de datum in geding. Dit brengt mee dat de kort na de datum in geding ontstane (reactieve) psychische klachten, welke niet ernstig van aard waren en waarvan de prognose gunstig was, door de bezwaarverzekeringsarts niet in de beoordeling betrokken hoefden te worden. </para>
    <para />
    <para>4.2. De door appellante in hoger beroep overgelegde informatie werpt geen ander licht op haar medische situatie op de datum in geding. De Raad kan zich vinden in de reactie van de bezwaarverzekeringsarts van 21 juni 2011, waarin gemotiveerd is aangegeven waarom de toekenning van diverse (woon)voorzieningen geen aanleiding geven om zijn eerder ingenomen standpunt te herzien. In het voorgaande ligt besloten dat de Raad geen aanleiding ziet voor benoeming van een deskundige. </para>
    <para />
    <para>4.3. Uit hetgeen is overwogen in 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt. </para>
    <para />
    <para>5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. </para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>BESLISSING</para>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van J.R. Baas als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 oktober 2012.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(getekend) J.W. Schuttel</para>
    <para />
    <para />
    <para>(getekend) J.R. Baas</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>