<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2012:BY0610</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-05-01T05:02:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BY0610</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-10-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-6689 WWB</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BY0610">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BY0610</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T10:59:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-10-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2012:BY0610 Centrale Raad van Beroep , 16-10-2012 / 11-6689 WWB</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2012:BY0610:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing aanvraag om bijzondere bijstand: kosten van vervoer en van een bed worden gerekend tot de algemene kosten van bestaan, waarin men moet voorzien door reservering vooraf of gespreide betaling achteraf. De kosten van het bed en de vervoerskosten doen zich voor en zijn noodzakelijk maar vloeien niet voort uit bijzondere omstandigheden, ze behoren tot de incidentele algemeen noodzakelijke kosten. Dat appellante door de afwijzing van bijzondere bijstand voor vervoerskosten onaanvaardbaar beperkt wordt in haar contacten en in een sociaal isolement dreigt te raken heeft zij niet aannemelijk gemaakt. Het ontbreken van reserveringsruimte wegens een bestaande schuldenlast is geen bijzondere omstandigheid.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2012:BY0610:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>11/6689 WWB </para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 30 september 2011, 11/3195 (aangevallen uitspraak)</para>
    <para />
    <para>Partijen:</para>
    <para />
    <para>[A. te B.] (appellante)</para>
    <para />
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 16 oktober 2012</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
      <para>Namens appellante heeft mr. D. van der Wal, advocaat, hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het college heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op 4 september 2012. Partijen zijn, met bericht, niet verschenen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>OVERWEGINGEN</para>
      <para>1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.1. Appellante ontvangt bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm voor een alleenstaande ouder.</para>
    <para />
    <para>1.2. Op 24 januari 2011 heeft appellante een aanvraag gedaan om bijzondere bijstand voor vervoerskosten en de kosten van een bed. Bij besluit van 5 april 2011 heeft het college de aanvraag met betrekking tot de vervoerskosten afgewezen. Bij besluit van 23 mei 2011 heeft het college de aanvraag met betrekking tot het bed afgewezen. </para>
    <para />
    <para>1.3. Bij besluit van 24 mei 2011 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen de besluiten van 5 april 2011 en 23 mei 2011 ongegrond verklaard. Daarbij is overwogen dat de kosten van vervoer en van het bed worden gerekend tot de algemene kosten van bestaan, waarin men moet voorzien door reservering vooraf of gespreide betaling achteraf. </para>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>3. Appellante heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd. Zij heeft aangevoerd dat zij niet beschikt over middelen om in deze kosten te voorzien omdat zij nauwelijks in staat is om in haar primaire levensbehoeften te voorzien, om welke reden reserveren of lenen niet tot de mogelijkheden behoort.</para>
    <para />
    <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
    <para />
    <para>4.1. In artikel 35, eerste lid, van de WWB is bepaald dat, onverminderd paragraaf 2.2, de alleenstaande of het gezin recht heeft op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn.</para>
    <para />
    <para>4.2. Bij de toepassing van artikel 35, eerste lid, van de WWB dient eerst beoordeeld te worden of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd zich voordoen, vervolgens of die kosten in het individuele geval van de alleenstaande of het gezin noodzakelijk zijn en daarna of die kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Ten slotte dient de vraag te worden beantwoord of de kosten kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, op welk punt het college ingevolge genoemde bepaling een zekere beoordelingsvrijheid heeft. De omstandigheid dat de alleenstaande of het gezin al dan niet de mogelijkheid heeft gehad te reserveren voor de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd, is een aspect dat moet worden beoordeeld in het kader van de vraag of de zich voordoende, noodzakelijke kosten, voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.</para>
    <para />
    <para>4.3. Tussen partijen is niet in geschil dat de vervoerskosten respectievelijk de kosten van het bed zich voordoen en noodzakelijk zijn. Partijen houdt verdeeld de vraag of de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.</para>
    <para />
    <para>4.4. Met het college en de rechtbank is de Raad van oordeel dat de kosten van het bed en de vervoerskosten niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Integendeel, ze behoren tot de incidentele algemeen noodzakelijke kosten waarin eenieder, aangewezen op een bijstandsuitkering of niet, op enig moment moet voorzien. Dat appellante door de afwijzing van bijzondere bijstand voor vervoerskosten onaanvaardbaar beperkt wordt in haar contacten en in een sociaal isolement dreigt te raken heeft zij niet aannemelijk gemaakt. Daarnaast is ook het ontbreken van reserveringsruimte wegens een bestaande schuldenlast geen bijzondere omstandigheid in de zin van artikel 35, eerste lid, van de WWB.</para>
    <para />
    <para>4.5. Nu de kosten, waarvoor appellante bijzondere bijstand vraagt, niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden, is het college niet bevoegd om met toepassing van artikel 35, eerste lid, van de WWB bijzondere bijstand te verlenen. De vraag of de kosten wel kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag en het vermogen van appellante is dan ook niet aan de orde.</para>
    <para />
    <para>4.6. Uit hetgeen onder 4.1 tot en met 4.5 is overwogen vloeit voort dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.</para>
    <para />
    <para>5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>BESLISSING</para>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door R.H.M. Roelofs, in tegenwoordigheid van M. Sahin als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 oktober 2012.</para>
    <para />
    <para>(getekend) R.H.M. Roelofs</para>
    <para />
    <para />
    <para>(getekend) M. Sahin</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>