<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2012:BY0328</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-05-01T04:50:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BY0328</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-10-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-1536 WWB</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BY0328">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BY0328</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T10:58:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-10-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2012:BY0328 Centrale Raad van Beroep , 16-10-2012 / 11-1536 WWB</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2012:BY0328:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vaststelling ingangsdatum toekennen bijstand. Appellante heeft de mondelinge toezegging niet kunnen onderbouwen. Geen beroep op het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel. Geen grond voor bijstandsverlening met terugwerkende kracht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2012:BY0328:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>11/1536 WWB </para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 januari 2011, 10/5224 (aangevallen uitspraak)</para>
    <para />
    <para>Partijen:</para>
    <para />
    <para>[A. te B.]</para>
    <para />
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak 16 oktober 2012.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
      <para>Namens appellante heeft mr. E.R.H. Swane, advocaat, hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het college heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op 18 september 2012. Partijen zijn, met bericht, niet verschenen.</para>
      <para>OVERWEGINGEN</para>
      <para>1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.1. Appellante heeft op 21 mei 2010 een aanvraag ingediend om bijstand op grond van de Wet werk en bijstand.</para>
    <para />
    <para>1.2. Het college heeft deze aanvraag bij besluit van 5 juli 2010 afgewezen.</para>
    <para />
    <para>1.3. Bij besluit van 24 september 2010 heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 5 juli 2010 gegrond verklaard en aan appellante alsnog met ingang van 21 mei 2010 bijstand toegekend.</para>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>3. Appellante heeft in hoger beroep, samengevat, het volgende aangevoerd. Het college had haar bijstand moeten verlenen met ingang vanaf 7 maart 2010, omdat een medewerker van de Dienst Werk en Inkomen van de gemeente Amsterdam (DWI) tijdens het intakegesprek op 21 mei 2010 heeft toegezegd dat de ingangsdatum 7 maart 2010 zou zijn, de datum waarop de uitkering van appellante op grond van de Werkloosheidswet is beëindigd. De toezegging vormt een bijzondere omstandigheid die bijstandsverlening met terugwerkende kracht rechtvaardigt. Door de ingangsdatum op 21 mei 2010 vast te stellen, heeft het college tevens in strijd met het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel gehandeld. Dat appellante niet nader kan onderbouwen dat de mondelinge toezegging is gedaan, kan haar niet worden tegengeworpen. De rechtbank heeft voorts nagelaten om haar uitspraak uitvoerig en zorgvuldig te motiveren. Zo is niet uitvoerig ingegaan op de aangevoerde gronden. </para>
    <para />
    <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
    <para />
    <para>4.1. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat appellante haar stelling, dat een medewerker van de DWI tijdens het intakegesprek op 21 mei 2010 heeft toegezegd dat de ingangsdatum 7 maart 2010 zou zijn, op geen enkele wijze heeft onderbouwd. Dat appellante de mondelinge toezegging niet kan onderbouwen, zoals zij heeft aangevoerd, dient voor haar rekening en risico te blijven. Nu appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar is toegezegd dat de ingangsdatum van de bijstand 7 maart 2010 zou zijn, slaagt het beroep op het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel niet en bestaat evenmin grond voor bijstandsverlening met terugwerkende kracht.</para>
    <para />
    <para>4.2. De rechtbank heeft bij haar mondelinge uitspraak, waarvan een proces-verbaal is opgemaakt, kernachtig en adequaat overwogen dat en waarom het door appellante aangevoerde niet slaagt. Daarmee heeft de rechtbank voldaan aan het vereiste van artikel 8:67, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
    <para />
    <para>4.3. Uit 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
      <para>BESLISSING</para>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door E.J.M. Heijs als voorzitter en W.F. Claessens en A.M. Overbeeke als leden, in tegenwoordigheid van J.M. Tason Avila als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 oktober 2012.</para>
    <para />
    <para>(getekend) E.J.M. Heijs</para>
    <para />
    <para>(getekend) J.M. Tason Avila</para>
    <para />
    <para>HD</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>