<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2012:BX9905</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-05-01T04:32:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BX9905</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-10-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-2257 WAZ</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BX9905">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BX9905</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T10:56:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-10-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2012:BX9905 Centrale Raad van Beroep , 05-10-2012 / 11-2257 WAZ</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2012:BX9905:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering WAZ-uitkering. Geen aanknopingspunten voor het standpunt dat de rechtbank tot een onjuiste beoordeling is gekomen. Appellant heeft zelf om aanhouding van de aanvraag om een WAZ-uitkering gevraagd. Indien hij daardoor in een moeilijkere bewijspositie is gekomen, komt  dat voor zijn rekening en risico. Geen reden om het medisch onderzoek naar de beperkingen onjuist te achten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2012:BX9905:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>11/2257 WAZ </para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 11 maart 2011, 10/3727 (aangevallen uitspraak)</para>
    <para />
    <para>Partijen:</para>
    <para />
    <para>[A. te B.]</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak 5 oktober 2012.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
      <para>Namens appellant heeft mr. W.G. Fischer, advocaat, hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2012. Appellant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Voor het Uwv is verschenen mr. H.B. Heij.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>OVERWEGINGEN</para>
      <para>1. Appellant was werkzaam als zelfstandig ondernemer voor 70 tot 80 uur per week. Op 13 mei 2005 heeft hij een uitkering krachtens de Wet Arbeidsongeschiktheidverzekering Zelfstandigen (WAZ) aangevraagd. Bij schrijven van 9 juni 2005 heeft het Uwv appellant bericht de aanvraag, zoals door zijn gemachtigde is verzocht, aan te houden totdat er meer gegevens bekend zijn. In juni 2009 heeft appellant de ontbrekende stukken ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Bij besluit van 1 april 2010 heeft het Uwv aan appellant meegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor een WAZ-uitkering. </para>
    <para />
    <para>3. Bij besluit van 6 juli 2010 (bestreden besluit) is het bezwaar, gemaakt tegen het besluit van 1 april 2010, ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>4. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep gericht tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Van belang is de datum 1 augustus 2004. Per die datum is de Wet einde toegang verzekering WAZ in werking getreden. Dit betekent dat arbeidsongeschiktheid op of na die datum aangevangen niet langer relevant is. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het Uwv terecht besloten dat appellant niet in aanmerking kan komen voor een WAZ-uitkering, omdat op grond van de beschikbare gegevens geen aantoonbare aanwijzingen zijn dat er voor 1 augustus 2004 sprake was van beperkingen als gevolg van arbeidsongeschiktheid. Appellant is terecht geschikt geacht voor zijn eigen werk.</para>
    <para />
    <para>5. In hoger beroep heeft appellant de gronden van het beroep herhaald. Appellant is van mening dat hij door de lange periode die is gelegen tussen de datum van de aanvraag en het moment van de beoordeling in de bewijsproblemen is geraakt. Daarnaast heeft de rechtbank te marginaal getoetst. Appellant heeft wel degelijk aangetoond dat hij beperkt is.</para>
    <para />
    <para>6.1. De Raad overweegt als volgt. </para>
    <para />
    <para>6.2. Uit hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd ziet de Raad geen aanknopingspunten voor het standpunt dat de rechtbank tot een onjuiste beoordeling is gekomen. De Raad overweegt, met de rechtbank, dat appellant zelf om aanhouding van de aanvraag om een WAZ-uitkering heeft gevraagd en dat, indien hij daardoor in een moeilijkere bewijspositie is gekomen, dit voor zijn rekening en risico komt. De Raad ziet geen reden om het medisch onderzoek naar de beperkingen onjuist te achten. Appellant is geschikt geacht voor zijn eigen werk. In de op grond van de WAZ verzekerde periode tot 1 augustus 2004 verrichte appellant dat werk nog, zodat er geen reden is aan te nemen dat het Uwv hem ten onrechte geschikt heeft geacht voor zijn eigen werk. De Raad stelt voorts vast dat zijn behandelend KNO-arts in zijn brief van 22 februari 2005 heeft vermeld dat appellant recent enkele malen was gezien in verband met progressieve nachtelijke apneus, zodat er geen aanknopingspunten zijn dat dit ook voor 1 augustus 2004 in die mate aanwezig was. Evenmin ziet de Raad in dat de rechtbank te marginaal heeft getoetst.</para>
    <para />
    <para>6.3. Uit hetgeen is overwogen in 6.2 volgt dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>7. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor, in tegenwoordigheid van M.R. Schuurman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 oktober 2012.</para>
    <para>					</para>
    <para>(getekend) C.W.J. Schoor</para>
    <para>					</para>
    <para>(getekend) M.R. Schuurman</para>
    <para />
    <para>KR</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>