<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2012:BX9427</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-05-01T04:15:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BX9427</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-10-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-7028 AKW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BX9427">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BX9427</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T10:55:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-10-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2012:BX9427 Centrale Raad van Beroep , 05-10-2012 / 10-7028 AKW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2012:BX9427:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Intrekking kinderbijslag: C. was ten tijde van belang niet aan te merken als een onderwijs volgend kind. Appellant is er niet in geslaagd om de juistheid van de bevindingen van de Attaché omtrent de schoolgang van C. te weerleggen door alsnog aannemelijk te maken dat C. ten tijde van belang wel degelijk op kinderbijslag aanspraak gevend onderwijs heeft gevolgd. De door de directrice van de onderwijsinstelling ter zake afgelegde verklaringen zijn niet overtuigend bij het ontbreken van een schooldossier van C. De verklaringen van de beweerdelijke medestudenten overtuigen evenmin onder meer omdat zij niet stroken met de verklaringen van appellant zelf omtrent ziekteperioden van C.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2012:BX9427:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>10/7028 AKW </para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 2 december 2010, 10/2592 (aangevallen uitspraak)</para>
    <para />
    <para>Partijen:</para>
    <para />
    <para>[A. te B.] (appellant)</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 5 oktober 2012</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
      <para>Appellant heeft hoger beroep ingesteld. De gronden van dit hoger beroep zijn aangevoerd door mr. F.A. van den Heuvel, advocaat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De Svb heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2012. Appellant is daar in persoon verschenen, bijgestaan door mr. F.A. van den Heuvel, voornoemd. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N. Zuidersma.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>OVERWEGINGEN</para>
      <para>1.1. Appellant heeft in februari 2008 een schoolverklaring aan de Svb doen toekomen met betrekking tot zijn zoon [C.], geboren [geboortedatum]. In deze schoolverklaring heeft de directrice van de [onderwijsinstelling], [directrice], aangegeven dat [C.] in het schooljaar 2007-2008 aan deze onderwijsinstelling ingeschreven staat en daar aanspraakgevend onderwijs volgt. De Svb heeft hierop vanaf het tweede kwartaal van 2007 ten behoeve van [C.] tweevoudige kinderbijslag aan appellant toegekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.2. In juni 2008 heeft de Attaché voor Sociale Zaken van de Nederlandse ambassade in Marokko op verzoek van de Svb onderzoek verricht bij de [onderwijsinstelling]. In het verslag van dit onderzoek is vermeld dat aanvankelijk van de kant van de school is aangegeven dat er in het schooljaar 2007-2008 geen onderwijs is gevolgd door een leerling met de naam [C.] [achternaam]. Later zei [directrice], de onder punt 1.1. al genoemde directrice van de [onderwijsinstelling], dat [C.] in het schooljaar 2007-2008 van 15 september 2007 tot 31 oktober 2007 wel ingeschreven heeft gestaan en onderwijs heeft gevolgd, maar dat er geen schooldossier beschikbaar is aan de hand waarvan de Svb dat kan verifiëren. </para>
    <para />
    <para>1.3. Vervolgens heeft de Svb de vanaf het vierde kwartaal van 2007 ten behoeve van [C.] aan appellant toegekende kinderbijslag ingetrokken. Verder is een bedrag van € 2.272,77 van appellant teruggevorderd en een boete opgelegd. Het bezwaar van appellant hiertegen heeft de Svb bij besluit van 10 november 2009 (besluit op bezwaar) ongegrond verklaard. Daartoe is onder verwijzing naar artikel 7 van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) overwogen dat [C.] ten tijde van belang niet was aan te merken als een onderwijs volgend kind.</para>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het door appellant tegen het besluit op bezwaar ingestelde beroep ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>3. In hoger beroep heeft appellant - op in essentie gelijke gronden als in beroep - gesteld dat het onderzoek dat aan het besluit op bezwaar ten grondslag ligt niet toereikend is, dat [C.] in het schooljaar 2007-2008 wel degelijk op kinderbijslag aanspraak gevend onderwijs heeft gevolgd, en dat [C.] in het schooljaar 2007-2008 veel ziek is geweest.</para>
    <para />
    <para>4. De Raad overweegt dat de gedingstukken en het verhandelde ter zitting de Raad geen grond geven om in hoger beroep tot een ander oordeel te komen dan het oordeel dat is neergelegd in de aangevallen uitspraak. Aan het besluit op bezwaar ligt toereikend onderzoek ten grondslag van de Attaché voor Sociale Zaken van de Nederlandse ambassade in Marokko en appellant is er ook in hoger beroep niet in geslaagd om de juistheid van de bevindingen van de Attaché omtrent de schoolgang van [C.] te weerleggen door alsnog aannemelijk te maken dat [C.] ten tijde van belang wel degelijk op kinderbijslag aanspraak gevend onderwijs heeft gevolgd. Evenals de rechtbank acht de Raad de door [directrice] ter zake afgelegde verklaringen niet overtuigend bij het ontbreken van een schooldossier van [C.]. De verklaringen van de beweerdelijke medestudenten overtuigen evenmin onder meer omdat zij niet stroken met de verklaringen van appellant zelf omtrent ziekteperioden van [C.].</para>
    <para />
    <para>5. Gelet op het vorenstaande slaagt het hoger beroep van appellant niet. De aangevallen uitspraak wordt daarom bevestigd. </para>
    <para />
    <para>6. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESLISSING</para>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 oktober 2012.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(getekend) E.E.V. Lenos</para>
    <para />
    <para />
    <para>(getekend) G.J. van Gendt</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>