<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2012:BW5430</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-05T16:18:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BW5430</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-05-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-3005 WAO-W-PV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=8:15&amp;g=2012-05-10">Algemene wet bestuursrecht 8:15</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>USZ 2012/171</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BW5430">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BW5430</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T10:09:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-05-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2012:BW5430 Centrale Raad van Beroep , 10-05-2012 / 11-3005 WAO-W-PV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2012:BW5430:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingsverzoek gedaan nadat uitspraak is gedaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2012:BW5430:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>11/3005 WAO-W-PV</para>
    <para />
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para />
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het verzoek op grond van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gedaan door </para>
      <para>[verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 10 mei 2012</para>
    <para />
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>Zitting hebben: mr. A. Beuker-Tilstra als voorzitter en mr. E.J.M. Heijs en mr. M. Hillen als leden Griffier: J. van Dam</para>
      <para>Ter zitting is niemand verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek om wraking niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para>Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:</para>
    <para />
    <para>1. Artikel 8:15 van de Awb bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. </para>
    <para />
    <para>2. Op 20 januari 2012 heeft de Raad het hoger beroep van verzoeker behandeld tegen een uitspraak van de rechtbank van ’s-Hertogenbosch van 15 april 2011, 09/3043. Bij uitspraak van 2 maart 2012, LJN BV7595, heeft de Raad deze uitspraak bevestigd, voor zover aangevochten.</para>
    <para />
    <para>3. Bij brief van 24 april 2012 heeft verzoeker verzocht om wraking van mr. J.W. Schuttel, mr. J.P.M. Zeijen en mr. C.C.W. Lange (rechters) die de uitspraak van 2 maart 2012 hebben gedaan.</para>
    <para>  </para>
    <para>4. Mr. Schuttel heeft mede namens mr. Zeijen en mr. Lange bij brief van 6 mei 2012 schriftelijk op het verzoek gereageerd en daarbij te kennen gegeven dat de rechters niet berusten in de wraking en geen gebruik maken van de uitnodiging om ter zitting van de wrakingskamer aanwezig te zijn.</para>
    <para />
    <para>5. Aan het verzoek om wraking ligt, samengevat weergegeven, ten grondslag dat de uitnodiging voor de zitting op 20 januari 2012 op een zeer slecht moment kwam, dat mr. Schuttel verzoeker ter zitting onheus heeft bejegend, dat mr. Zeijen bij de bespreking van de zaak ter zitting vooringenomen was, dat door verzoeker ingediende stukken zijn teruggestuurd omdat deze pas op 27 januari 2012 zouden zijn ontvangen terwijl hij deze reeds bij brief van 6 januari 2012 zou hebben verstuurd en dat de uitspraak van 2 maart 2012 door geen van de rechters is ondertekend, een aaneenschakeling van fouten en onwaarheden bevat en uiterst summier is.</para>
    <para />
    <para>6. Uit artikel 8:15, eerste lid, van de Awb volgt dat een verzoek om wraking moet worden gedaan voordat uitspraak is gedaan. Nadat uitspraak is gedaan, is de zaak immers niet langer bij de rechter of rechters in behandeling. Een na de uitspraak gedaan verzoek om wraking dient daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard.</para>
    <para />
    <para>7. Nu vaststaat dat verzoeker na de uitspraak van de Raad om wraking van de rechters heeft verzocht, wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Dit brengt mee dat een inhoudelijke beoordeling van wat verzoeker in het kader van zijn verzoek om wraking heeft aangevoerd, achterwege blijft.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Waarvan proces-verbaal.</para>
    <para />
    <para>De griffier			De voorzitter</para>
    <para />
    <para>(get.) J. van Dam		(get.) A. Beuker-Tilstra</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor eensluidend afschrift</para>
      <para>de griffier van de</para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>HD</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>