<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2012:BW1062</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-30T16:47:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BW1062</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-04-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-5317 ZVW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BW1062">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BW1062</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:57:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-04-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2012:BW1062 Centrale Raad van Beroep , 06-04-2012 / 11-5317 ZVW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2012:BW1062:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep niet-ontvankelijk. Termijnoverschrijding niet-verschoonbaar. Een beroepstermijn is een termijn van geheel andere orde dan een beslistermijn. Er is dan ook geen sprake van gelijke gevallen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2012:BW1062:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>11/5317 ZVW</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[appellant], wonende te [woonplaats] (Aude), Frankrijk (appellant),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 28 juli 2011, 10/5034 (aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para> </para>
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het College voor Zorgverzekeringen (hierna: Cvz).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 6 april 2012</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Het Cvz heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 februari 2012. Appellant is niet verschenen. Het Cvz heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K. Siemeling.</para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1. Bij besluit van 7 maart 2010 heeft het Cvz de definitieve bijdrage (jaarafrekening) van appellant voor het zorgjaar 2006 op grond van de Zorgverzekeringswet vastgesteld. </para>
    <para />
    <para>2. Bij besluit van 26 augustus 2010 (bestreden besluit) heeft het Cvz het bezwaar tegen het besluit van 7 maart 2010 ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>3.1. Bij schrijven gedateerd 7 oktober 2010 heeft appellant beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het beroepschrift, met als poststempel 15 oktober 2010, is door de rechtbank ontvangen op 19 oktober 2010. </para>
    <para />
    <para>3.2. De rechtbank heeft appellant bericht dat het beroepschrift is ontvangen buiten de beroepstermijn van zes weken. Appellant is in de gelegenheid gesteld om aan te geven waarom het beroep na afloop van de beroepstermijn is ingediend. Daarbij is te kennen gegeven dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard, indien appellant zonder geldige reden het beroep te laat heeft ingesteld. </para>
    <para />
    <para>3.3. Appellant heeft daarop gesteld dat hij zich te laat heeft gerealiseerd dat hij in een zaak als de onderhavige in beroep kon gaan bij de bestuursrechter. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.4. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. </para>
      <para>Het beroepschrift is te laat ingediend en hetgeen door appellant is aangevoerd kan, aldus de rechtbank, niet worden aangemerkt als een verschoonbare termijnoverschrijding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.1. In hoger beroep is door appellant aangevoerd dat de premievaststelling over het jaar 2006 200 weken te laat heeft plaatsgevonden. Het beroepschrift van appellant is daarentegen één week te laat. Appellant ervaart dit als rechtsongelijkheid.</para>
    <para />
    <para>4.2. Het gaat in dit geschil over de beantwoording van de vraag of de rechtbank met recht het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond heeft verklaard. </para>
    <para />
    <para>4.3. In hoger beroep heeft appellant niet bestreden dat het bezwaar te laat is ingediend en dat de termijnoverschrijding niet-verschoonbaar is. Het hoger beroep van appellant steunt hierop dat er sprake is van strijd met het gelijkheidsbeginsel. </para>
    <para />
    <para>4.4. Het hoger beroep slaagt niet. Een beroepstermijn is een termijn van geheel andere orde dan een beslistermijn. Er is dan ook geen sprake van gelijke gevallen. Reeds op die grond kan de door appellant voorgedragen beroepsgrond niet slagen.</para>
    <para />
    <para>4.5. De Raad ziet geen aanleiding toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>recht doende,</para>
    <para />
    <para>bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 april 2012.</para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) H.J. Simon.</para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) I.J. Penning.</para>
    <para />
    <para>JL</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>