<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2012:BV6368</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-30T13:24:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BV6368</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-02-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-3095 WWB</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BV6368">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BV6368</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:42:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-02-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2012:BV6368 Centrale Raad van Beroep , 21-02-2012 / 11-3095 WWB</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2012:BV6368:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Intrekking bijstand. Appellant kan worden verweten dat hij zich niet vóór de in het opschortingsbesluit genoemde datum heeft gemeld bij de in dat besluit genoemde persoon voor het maken van een nieuwe afspraak. Het gebouwenverbod, op grond waarvan appellant stelt niet op afspraken bij de gemeente te kunnen verschijnen, was ten tijde van belang al geruime tijd niet meer van kracht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2012:BV6368:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>11/3095 WWB</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 18 mei 2011, 10/6911 (aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Delft (college)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 21 februari 2012</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Appellant heeft hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het college heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 januari 2012. Appellant is in persoon verschenen. Het college heeft zich, met bericht, niet laten vertegenwoordigen.</para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1. Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Bij besluit van 15 februari 2010 heeft het college het recht op bijstand van appellant met ingang van 17 februari 2010 opgeschort op de grond dat hij zonder bericht niet was verschenen op een gesprek op 5 februari 2010. In dit besluit, waartegen appellant geen bezwaar heeft gemaakt, is appellant de mogelijkheid geboden het verzuim te herstellen door zich vóór 27 februari 2008 te melden bij de heer H. van [M.] voor het maken van een nieuwe afspraak. Hierbij is het telefoonnummer van H. van [M.] vermeld. Vervolgens heeft het college bij besluit van 5 maart 2010, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 27 augustus 2010 (bestreden besluit), de bijstand van appellant met ingang van 11 juli 2008 ingetrokken op de grond dat appellant verzuimd heeft vóór 27 februari 2010 een nieuwe afspraak te maken.</para>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak, voor zover van belang, heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat appellant niet op afspraken is verschenen en de door het college gevraagde gegevens niet heeft overgelegd. Het niet overleggen van de gevraagde gegevens valt appellant te verwijten omdat het gebouwenverbod waardoor appellant stelt niet op afspraken te kunnen verschijnen reeds geruime tijd niet meer van kracht was. Het college was op grond van artikel 54, vierde lid, van de WWB bevoegd tot intrekking van de aan appellant verleende bijstand.</para>
    <para />
    <para>3. In hoger beroep heeft appellant zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd voor zover daarbij het beroep ongegrond is verklaard. Appellant heeft, samengevat, aangevoerd dat het hem in 2006 opgelegde gebouwenverbod nog steeds van kracht is en dat een nieuwe veroordeling of arrestatie alleen voorkomen kan worden door het gebouw niet te bezoeken.</para>
    <para />
    <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
    <para />
    <para>4.1. Gelet op hetgeen in hoger beroep is aangevoerd, is uitsluitend in geschil of appellant kan worden verweten dat hij zich niet vóór de in het opschortingsbesluit genoemde datum 27 februari 2008 heeft gemeld bij de in dat besluit genoemde persoon voor het maken van een nieuwe afspraak. De rechtbank heeft deze vraag terecht bevestigend beantwoord. Het gebouwenverbod, op grond waarvan appellant stelt niet op afspraken bij de gemeente te kunnen verschijnen, was ten tijde van belang al geruime tijd niet meer van kracht. Het gebouwenverbod is door het toenmalige hoofd van het vakteam Sociale Dienstverlening van 7 april 2006 tot 7 april 2007 aan appellant opgelegd. Anders dan appellant meent, kan uit de door hem ingebrachte brief van de afdeling Publiekszaken van Delft van 17 juli 2006 niet worden afgeleid dat het gebouwenverbod ook na 7 april 2007 van kracht is gebleven. Uit deze brief blijkt slechts dat op dat moment, dus op 17 juli 2006, geen aanleiding bestond om het gebouwenverbod op te heffen. Dat in februari 2010 het gebouwenverbod nog steeds van kracht zou zijn, zoals appellant betoogt, blijkt evenmin uit de door hem overgelegde ‘Aanschrijving onherroepelijk boetevonnis’ van het Centraal Justitie Incasso Bureau van 14 januari 2008. Daaruit blijkt slechts dat appellant een boete was opgelegd omdat hij op 13 juli 2006 het gebouwenverbod had overtreden. Afgezien van het feit dat er in februari 2010 geen gebouwenverbod voor appellant meer gold, is in het opschortingsbesluit niet opgenomen dat hij naar het kantoor van de afdeling Werk, Inkomen en Zorg moest komen om het verzuim te herstellen. Uit dit besluit blijkt dat hij ook telefonisch contact met de daarin genoemde persoon kon opnemen. Ook dat heeft appellant niet gedaan. </para>
    <para />
    <para>4.2. Uit 4.1 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak komt daarom, voor zover aangevochten, voor bevestiging in aanmerking</para>
    <para />
    <para>5. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.</para>
    <para> </para>
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep;</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door W.F. Claessens, in tegenwoordigheid van N.M. van Gorkum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 februari 2012.</para>
    <para />
    <para>(get.) W.F. Claessens.</para>
    <para />
    <para>(get.) N.M. van Gorkum.</para>
    <para />
    <para>HD</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>