<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2012:BV1904</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-30T11:45:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BV1904</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-01-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-6460 WIA </psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BV1904">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BV1904</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:33:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-01-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2012:BV1904 Centrale Raad van Beroep , 25-01-2012 / 10-6460 WIA </dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2012:BV1904:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geen recht op een Wet WIA-uitkering. Het medisch onderzoek is voldoende zorgvuldig geweest. Appellant heeft geen objectieve medische gegevens ingebracht die twijfel doen rijzen aan de juistheid van de door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts getrokken conclusies. Geen reden om te twijfelen aan de geschiktheid van de aan appellant geduide functies in medisch opzicht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2012:BV1904:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>10/6460 WIA </para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 19 oktober 2010, 09/3227 (aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 25 januari 2012</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellant heeft mr. M.R. Meulenberg-ten Hoor hoger beroep ingesteld. </para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 december 2011. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.M.M. Schalkwijk.</para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN </para>
    <para />
    <para>1.1. Appellant, die werkzaam was als timmerman, viel op 11 december 2006 uit wegens een scooterongeval. Er heeft een beoordeling plaatsgevonden in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Op grond van resultaten van een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek heeft het Uwv geconcludeerd dat appellant in staat is met arbeid meer dan 65% van het zogenoemde maatmaninkomen te verdienen. Bij besluit van 27 mei 2009 heeft het Uwv aan appellant meegedeeld dat hij met ingang van 8 december 2008 geen recht heeft op een uitkering ingevolge de Wet WIA. Bij besluit van 6 oktober 2009 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het door appellant gemaakte bezwaar tegen het besluit van 27 mei 2009 ongegrond verklaard. </para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarbij de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onderschreven. </para>
    <para />
    <para>3. In hoger beroep handhaaft appellant hetgeen hij in beroep naar voren heeft gebracht en benadrukt hij - kort samengevat - dat zijn belastbaarheid door de verzekeringsartsen onjuist is ingeschat. Door het bij het ongeval opgelopen hersenletsel zijn cognitieve problemen ontstaan. Daarnaast zijn de bij hem bestaande beperkingen op het psychisch vlak onderschat. Ook is niet onderkend, dat er, in verband met zijn medicijngebruik, gevaarlijke situaties kunnen ontstaan bij bepaalde machines en dat het gaat om productiefuncties waarin een hoog handelingstempo is vereist.</para>
    <para />
    <para>4.1. De Raad overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.2. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. Ook de Raad is van oordeel dat het medisch onderzoek van de (bezwaar)verzekeringsartsen voldoende zorgvuldig is geweest. Appellant is op 16 maart 2009 onderzocht door een verzekeringsarts van het Uwv die naar aanleiding van zijn bevindingen beperkingen heeft aangenomen ten aanzien van het persoonlijk en sociaal functioneren, welke beperkingen zijn neergelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). In bezwaar heeft appellant een neuropsychologisch onderzoek ingebracht van F. Jonker, gedateerd 5 februari 2008. De bezwaarverzekeringsarts heeft dossierstudie verricht, de hoorzitting bijgewoond en appellant aansluitend onderzocht. Bij de beoordeling heeft de bezwaarverzekeringsarts de verkregen informatie van de huisarts M.H. van Venrooy van 29 september 2009 en </para>
      <para>GZ psycholoog Jonker van 3 juni 2009 meegewogen in zijn oordeel en heeft geen reden gezien om te concluderen dat de beperkingen door de primaire verzekeringsarts zijn onderschat of verder zouden moeten worden bijgesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.3. Appellant heeft in hoger beroep evenmin als in beroep objectieve medische gegevens ingebracht die twijfel doen rijzen aan de juistheid van de door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts getrokken conclusies. Aan het neuropsychologisch onderzoek van 5 februari 2008 en de nadere informatie van 3 juni 2009 van Jonker, waaruit zou moeten blijken dat sprake is van verdergaande cognitieve beperkingen bij appellant, kan de Raad niet de betekenis hechten die appellant daaraan wenst toe te kennen. Zoals de Raad reeds eerder heeft geoordeeld (zie de uitspraken van 23 april 2008, LJN BD1914 en 3 oktober 2008, LJN BF6777) miskent de Raad niet dat bij een neuropsychologisch onderzoek cognitieve tekorten kunnen worden vastgesteld, maar deze tekorten dienen wel in een medisch-specialistisch rapport te zijn herleid naar medisch vastgestelde stoornissen. De cognitieve beperkingen zoals die naar voren komen uit de onderzoeken van Jonker kunnen niet worden herleid naar medisch vastgestelde stoornissen. Daarbij weegt mee dat de CT-scans uit 2007 en 2008 geen bijzonderheden lieten zien. Dat appellant méér beperkt zou zijn op het psychisch vlak dan is aangenomen is niet met nadere objectief medische gegevens onderbouwd, terwijl er op dit punt (ruim) voldoende beperkingen in de FML zijn opgenomen.</para>
    <para />
    <para>4.4. Uitgaande van een juiste vaststelling van de functionele mogelijkheden van appellant heeft de Raad, evenmin als de rechtbank, reden gezien om te twijfelen aan de geschiktheid van de aan appellant geduide functies in medisch opzicht. De signaleringen van mogelijke overschrijdingen van de belastbaarheid van appellant zijn door de betrokken (bezwaar)arbeidsdeskundigen in de rapportages van 13 juli 2009 en 6 oktober 2009 genoegzaam toegelicht. De Raad kan zich overigens eveneens vinden in de nadere uitleg van de bezwaararbeidsdeskundige van 4 januari 2010 en 16 augustus 2010 die heeft aangegeven dat de machines waarbij gewerkt moet worden goed zijn afgeschermd en dat er in de geduide functies geen te hoge eisen aan het handelingstempo wordt gesteld.</para>
    <para />
    <para>5. Uit hetgeen onder 4.1 tot en met 4.4 is overwogen volgt dat het hoger beroep van appellant niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
    <para> </para>
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak;</para>
      <para>Wijst het verzoek om schadevergoeding af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door J. Riphagen, in tegenwoordigheid van H.L. Schoor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2012.</para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) J. Riphagen.</para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) H.L. Schoor.</para>
    <para />
    <para />
    <para>NW</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>