<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2012:BV0268</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-30T10:32:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BV0268</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-01-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-6580 ZW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BV0268">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BV0268</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:27:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-01-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2012:BV0268 Centrale Raad van Beroep , 04-01-2012 / 10-6580 ZW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2012:BV0268:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering verdere ZW-uitkering. Sprake van een zorgvuldig medisch onderzoek dat het bestreden besluit kan dragen. De in hoger beroep door appellant overgelegde nadere medische informatie werpt geen ander licht op de gezondheidstoestand van appellant ten tijde in geding. Uitgaande van deze gezondheidstoestand en de daarbij behorende beperkingen moet appellant is staat worden geacht “zijn arbeid” weer te verrichten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2012:BV0268:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>10/6580 ZW</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 10 november 2010, 10/5264 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 4 januari 2012</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellant heeft mr. M.P. de Witte, advocaat, hoger beroep ingesteld. </para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 oktober 2011. Appellant is - met bericht - niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. J.C. van Beek.  </para>
    <para />
    <para>Na de behandeling van het geding ter zitting van de Raad is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest, in verband waarmee de Raad heeft besloten het onderzoek te heropenen.</para>
    <para />
    <para>Bij brief van 14 november 2011 heeft het Uwv gereageerd op een vraagstelling van de Raad.</para>
    <para />
    <para>Desgevraagd hebben partijen toestemming gegeven het onderzoek ter zitting van de Raad achterwege te laten. Gelet op de verleende toestemming heeft de Raad het onderzoek gesloten.</para>
    <para />
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1.1. Appellant heeft zich op 24 maart 2010, toen hij een werkloosheidsuitkering ontving, ziek gemeld. </para>
    <para />
    <para>1.2. Bij besluit van 26 mei 2010 is aan appellant meegedeeld dat hij met ingang van 24 maart 2010 geen recht heeft op ziekengeld. Aan dit besluit ligt het standpunt ten grondslag dat appellant niet ongeschikt wordt geacht voor de functies die in 2006, in het kader van een beoordeling van appellants aanspraak op een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidverzekering (WAO), aan hem zijn voorgehouden. </para>
    <para />
    <para>1.3. Bij besluit van 1 juli 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 26 mei 2010, onder verwijzing naar het rapport van 30 juni 2010 van de bezwaarverzekeringsarts R.M.E. Blanker, ongegrond verklaard. </para>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het door appellant ingestelde beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.  </para>
    <para />
    <para>3. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat zijn beperkingen ten aanzien van zowel zijn linker- als rechterarm zijn onderschat. Voorts stelt appellant in hoger beroep dat hij vanwege deze beperkingen niet in staat is met zijn handen/vingers de aan hem voorgehouden functies, die met name productiewerk en fijn motorisch werk omvatten, te verrichten. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft appellant verwezen naar een rapport van zijn behandelend neuroloog dr. M.J. Vos van 10 maart 2011. </para>
    <para />
    <para>4. De Raad overweegt het volgende. </para>
    <para />
    <para>4.1. Ingevolge artikel 19, eerste en vierde lid, van de Ziektewet (ZW) heeft de verzekerde bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid, als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken, recht op ziekengeld. Naar de Raad reeds bij herhaling heeft overwogen dient onder ‘zijn arbeid’ in voormelde zin te worden verstaan de laatstelijk voor de ziekmelding feitelijk verrichte arbeid. Deze regel lijdt volgens vaste jurisprudentie van de Raad echter in zoverre uitzondering dat, wanneer de verzekerde na gedurende de maximumtermijn ziekengeld te hebben ontvangen, blijvend ongeschikt is voor zijn oude werk en niet in enig werk heeft hervat, als maatstaf geldt arbeid, zoals die nader is geconcretiseerd bij de beoordeling van betrokkenes aanspraak op een uitkering ingevolge de WAO. Inmiddels heeft de Raad al meerdere malen uitgesproken dat in dergelijke gevallen van ongeschiktheid in de zin van de ZW geen sprake is indien de verzekerde geschikt is voor ten minste één van de functies die ten grondslag hebben gelegen aan de schatting in het kader van de WAO. </para>
    <para />
    <para>4.2. Ter zitting van de Raad is de vraag of appellant kort voor uitval nog een dienstverband had onbeantwoord gebleven, hetgeen voor de Raad aanleiding was het onderzoek te heropenen en het Uwv hierover nadere vragen te stellen. Gelet op de reactie van het Uwv op eerder genoemde vraagstelling en uitgaande van de verklaringen die appellant ten overstaan van de artsen van het Uwv en orthopedisch chirurg B.G. Schutte over zijn arbeidsverleden heeft gegeven is de Raad van oordeel dat zowel het Uwv als de rechtbank uitgegaan zijn van de juiste maatstaf arbeid.</para>
    <para />
    <para>4.3. De Raad staat daarom voor de beantwoording van de vraag of hij zich kan stellen achter het oordeel van de rechtbank dat het Uwv zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat appellant met ingang van 24 maart 2010 in elk geval niet (langer) ongeschikt moest worden geacht voor één van de aan hem in het kader van de WAO-beoordeling voorgehouden functies.</para>
    <para />
    <para>4.4. De Raad beantwoordt deze vraag bevestigend. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat het bij een beroep tegen een beëindiging van de ZW-uitkering gaat om de vraag of betrokkene als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek per de datum in geding verhinderd is de in aanmerking komende arbeid te vervullen. Daarbij staat ter beoordeling of het onderzoek dat aan het bestreden besluit ten grondslag ligt voldoende zorgvuldig is geweest en of de bevindingen en conclusies van dat onderzoek het bestreden besluit kunnen dragen. Naar het oordeel van de Raad is daarvan in de onderhavige zaak sprake. De Raad wijst hier op de rapportages van de artsen van het Uwv waaruit blijkt dat zowel de verzekeringsarts als de bezwaarverzekeringsarts een onderzoek heeft ingesteld naar de gezondheidstoestand van appellant. De bezwaarverzekeringsarts had daarbij de beschikking over informatie vanuit de behandelend sector en heeft deze informatie ook meegewogen in de beoordeling. Voorts had deze arts de beschikking over het rapport van de orthopedisch chirurg Schutte van 28 april 2010, welk rapport op verzoek van de rechtbank in het kader van een beroep tegen een eerder ZW-besluit door deze deskundige was opgesteld. De in hoger beroep door appellant overgelegde nadere medische informatie werpt geen ander licht op de gezondheidstoestand van appellant ten tijde in geding. Uitgaande van deze gezondheidstoestand en de daarbij behorende beperkingen is de Raad van oordeel dat appellant per 24 maart 2010 in staat moet worden geacht zijn arbeid weer te verrichten.  </para>
    <para> </para>
    <para>5. Vorenstaande leidt tot de conclusie dat het hoger beroep van appellant niet slaagt en de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt. </para>
    <para />
    <para>6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. </para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING </para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep, </para>
    <para />
    <para>Recht doende: </para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak. </para>
    <para />
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst in tegenwoordigheid van H.L. Schoor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 januari 2012. </para>
    <para />
    <para>(get.) Ch. van Voorst.</para>
    <para />
    <para>(get.) H.L. Schoor.</para>
    <para />
    <para>KR</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>