<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2012:BV0200</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-30T10:27:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BV0200</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-01-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-1596 ZW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BV0200">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BV0200</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:27:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-01-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2012:BV0200 Centrale Raad van Beroep , 04-01-2012 / 10-1596 ZW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2012:BV0200:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar. Niet verschoonbare termijnoverschrijding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2012:BV0200:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>10/1596 ZW</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 12 februari 2010, 09/4760 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 4 januari 2012</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellant heeft mr. J. Kluivers, advocaat te Haarlem, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 november 2011. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Kluivers en M. Komen, werkzaam bij het Trajectbureau Roads. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H.B. Heij.</para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1. Bij brief van 29 juni 2009 heeft appellant bezwaar gemaakt tegen het besluit van 13 mei 2009 waarbij met ingang van 18 mei 2009 de uitkering van appellant ingevolge de Ziektewet (ZW) is beëindigd. Bij besluit van 18 augustus 2009 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Daaraan is het rapport van de bezwaarverzekeringsarts van 17 augustus 2009 ten grondslag gelegd. Deze arts achtte niet aannemelijk dat de te late indiening van het bezwaarschrift op medische gronden verschoonbaar was.</para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van de in het dossier aanwezige (medische) rapporten niet redelijkerwijs worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.</para>
    <para />
    <para>3. In hoger beroep is door appellant het standpunt gehandhaafd dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding, aangezien appellant gedurende de gehele bezwaartermijn buiten staat is geweest om bezwaar te maken tegen het besluit van 13 mei 2009. Ter staving van dat standpunt is een psychologisch rapport van 29 maart 2010 ingezonden. Het Uwv heeft bij monde van de bezwaarverzekeringsarts een reactie op dat rapport gegeven. </para>
    <para />
    <para>4. De Raad overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <para>4.1. Niet in geschil is en ook de Raad stelt dit vast, dat het bij brief van 29 juni 2009 ingediende bezwaar is gemaakt na de in de artikel 75k van de ZW voorgeschreven termijn van twee weken. Artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift, niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.</para>
    <para />
    <para>4.2. Desgevraagd ter zitting heeft mevrouw Komen aangegeven dat zij als trajectbegeleidster appellant tevens bijstaat in het verzorgen van zijn correspondentie. Haar afwezigheid wegens ziekte is de werkelijke oorzaak geweest van de te late indiening van het bezwaarschrift. Volgens mevrouw Komen heeft zij het dossier van appellant niet goed aan een collega kunnen overdragen. Bovendien verkeerde zij in de veronderstelling dat de termijn waarbinnen bezwaar kon worden gemaakt zes weken bedroeg. De Raad ziet hierin geen grond om te concluderen dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant in verzuim is geweest, aangezien de nalatigheid van mevrouw Komen geheel voor zijn risico komt.</para>
    <para />
    <para>5. Gelet op hetgeen hiervoor in 4.1 en 4.2 is overwogen, moet de aangevallen uitspraak worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>6. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep;</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar  op 4 januari 2012.</para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) Ch. van Voorst.</para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) I.J. Penning.</para>
    <para />
    <para>GdJ</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>