<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2011:BU3443</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-30T06:29:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BU3443</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-11-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-647 WIA-V</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verzet">Verzet</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2011:BU3443">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2011:BU3443</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:05:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2011:BU3443 Centrale Raad van Beroep , 02-11-2011 / 11-647 WIA-V</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2011:BU3443:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzet ongegrond. Het hoger beroepschrift bevat niet het adres van de indiener en de gronden. De omstandigheid dat appellante geen vaste woon- en verblijfplaats zou hebben leidt niet tot het oordeel dat de verzuimen verschoonbaar zijn. Uit niets blijkt dat appellante niet in staat is geweest een nieuw correspondentieadres en de gronden van haar hoger beroep voor de afloop van de in de brief van 12 mei 2011 gestelde termijn van vier weken aan de Raad te doen toekomen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2011:BU3443:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>11/647 WIA-V</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellante], laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (appellante),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 22 december 2010, 10/2416 (aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellante</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 2 november 2011</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van de Beroepswet van </para>
      <para>22 juni 2011 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Tegen de uitspraak van de Raad van 22 juni 2011 heeft appellante verzet gedaan.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 oktober 2011. Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door M.L. Turnhout.</para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>De uitspraak van de Raad van 22 juni 2011 berust op de overweging dat het hoger beroepschrift niet voldoet aan de in artikel 6:5, eerste lid, van de Awb opgenomen verplichtingen dat het beroepschrift het adres van de indiener en de gronden bevat. Van redenen die een verontschuldiging vormen voor de verzuimen is niet gebleken.</para>
    <para />
    <para>In het verzetschrift heeft appellante aangevoerd dat zij geen vaste woon- en verblijfplaats heeft. Volgens haar heeft zij telefonisch en op 21 januari 2011 ook schriftelijk gereageerd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoger beroepschrift van 21 januari 2011 noemt geen adres van appellante en vermeldt evenmin de gronden van het hoger beroep. Appellante heeft in dat hoger beroepschrift wel vermeld zo spoedig mogelijk een nieuw correspondentieadres te zullen opgeven. Zij heeft vervolgens telefonisch noch schriftelijk een nieuw adres bekend gemaakt. In de gemeentelijke basisadministratie is zij geregistreerd als geëmigreerd. Op de uitnodiging van de Raad, op </para>
      <para>12 mei 2011 verzonden aan het laatst door appellante aan de rechtbank opgegeven (correspondentie)adres, om de genoemde verzuimen te herstellen heeft appellante niet gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <para>De omstandigheid dat appellante geen vaste woon- en verblijfplaats zou hebben leidt niet tot het oordeel dat de verzuimen verschoonbaar zijn. Uit niets blijkt dat appellante niet in staat is geweest een nieuw correspondentieadres en de gronden van haar hoger beroep voor de afloop van de in de brief van 12 mei 2011 gestelde termijn van vier weken aan de Raad te doen toekomen.</para>
    <para />
    <para>Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.</para>
    <para />
    <para>Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep;</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Verklaart het verzet ongegrond.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk als voorzitter en H.G. Rottier en B.M. van Dun als leden, in tegenwoordigheid van L. van Eijndthoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 november 2011.</para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) G.A.J. van den Hurk.</para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) L. van Eijndthoven.</para>
    <para />
    <para>CVG</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>