<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2011:BT8974</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-30T05:35:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BT8974</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-10-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-5424 WAJONG</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2011:BT8974">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2011:BT8974</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:01:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-10-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2011:BT8974 Centrale Raad van Beroep , 21-10-2011 / 10-5424 WAJONG</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2011:BT8974:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering WAJONG-uitkering. Uitgegaan van de diagnose ME/CVS, waarvoor beperkingen zijn aangenomen. Geen reden om meer beperkingen of een urenbeperking aan te nemen. Voldoende arbeidskundige grondslag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2011:BT8974:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>10/5424 WAJONG </para>
    <para />
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante), </para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 26 augustus 2010, 10/53 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellante</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 21 oktober 2011</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellante heeft mr. K. Houtsma, advocaat te Roermond, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het geschil is ter behandeling aan de orde gesteld op 23 september 2011, waar geen van beide partijen is verschenen.</para>
    <para />
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN </para>
    <para />
    <para>1.1. Appellante, geboren op 27 januari 1986, heeft op 16 februari 2009 een uitkering aangevraagd ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Bij besluit van 5 juni 2009 heeft het Uwv geweigerd haar die uitkering toe te kennen omdat zij vanaf haar zeventiende verjaardag niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt is geweest en zij in elk geval vanaf 27 januari 2004, minder dan 25% arbeidsongeschikt is.</para>
    <para />
    <para>1.2. Bij besluit op bezwaar van 9 december 2009 heeft het Uwv het hiertegen ingediende bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit van 9 december 2009 ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat het medische onderzoek voldoende uitgebreid en zorgvuldig is geweest. Er is een psychiatrische expertise verricht. Er is conform het protocol CVS getoetst. Met de beperkingen in verband met ME/CVS is rekening gehouden. De rechtbank ziet onvoldoende aanknopingspunten voor de stelling van appellante dat het Uwv onvoldoende rekening heeft gehouden met haar beperkingen. Er is dan ook geen reden om een deskundige in te schakelen. De bezwaararbeidsdeskundige heeft gemotiveerd waarom de drie resterende functies de belastbaarheid van appellante niet overschrijden.</para>
    <para />
    <para>3. In hoger beroep heeft appellante opnieuw verzocht om een onafhankelijke deskundige te raadplegen. Zij heeft aangegeven dat ten aanzien van haar negen diagnoses zijn gesteld, ten gevolge waarvan zij forse lichamelijke klachten ondervindt. Er is sprake van een complex ziektebeeld en er is te weinig rekening gehouden met haar medische beperkingen. Het Proctocol CVS is door het Uwv niet in acht genomen. Appellante is ten slotte van mening dat een urenrestrictie dient te worden aangenomen. Ter ondersteuning van haar standpunt heeft zij een brief van internist dr. L. Henckaerts van 15 oktober 2010 overgelegd.</para>
    <para />
    <para>4.1. De Raad overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <para>4.2. Het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de bepalingen van de Wajong, zoals die luidden tot 1 januari 2010.</para>
    <para />
    <para>4.3. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met haar stellingname in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. De rechtbank is ingegaan op alle door appellante aangevoerde gronden en heeft gemotiveerd aangegeven waarom die gronden niet slagen. De Raad kan zich daarmee verenigen. De Raad merkt verder op dat uit de brief van de huisarts blijkt dat er geen lichamelijke oorzaak voor de vermoeidheidsklachten van appellante is gevonden. De Raad voegt daar aan toe dat ook de brief van de internist niet leidt tot een andere conclusie. Deze brief ziet op de situatie in 2010 en niet op de datum in geding, 27 januari 2004. De Raad verwijst voorts naar het rapport van de bezwaarverzekeringsarts van 26 november 2010, waarin wordt gereageerd op de brief van de internist. Daarin is aangegeven dat wel degelijk is uitgegaan van de diagnose ME/CVS, dat daarvoor beperkingen zijn aangenomen en dat er geen reden is om meer beperkingen of een urenbeperking aan te nemen. De Raad acht deze reactie duidelijk en overtuigend. </para>
    <para />
    <para>5.1. Het hoger beroep slaagt niet.</para>
    <para />
    <para>5.2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 oktober 2011.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) K.E. Haan.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>