<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2011:BT6564</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-30T04:24:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BT6564</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-09-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-4558 AW-VV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2011:BT6564">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2011:BT6564</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:55:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-10-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2011:BT6564 Centrale Raad van Beroep , 26-09-2011 / 11-4558 AW-VV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2011:BT6564:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank heeft het bestreden besluit vernietigd, het besluit herroepen, bepaald dat de tijdelijke aanstelling van betrokkene per 24 februari 2006 wordt omgezet in een vaste aanstelling en bepaald dat haar uitspraak in de plaats treedt van het herroepen besluit. Verzoeker/gemeente heeft geen spoedeisend belang. Aangezien de door betrokkene genoten werkloosheidsuitkering voor rekening van de gemeente komt en gelet op de relatief bescheiden bezoldiging van betrokkene ziet de voorzieningenrechter niet in dat uitvoering van de aangevallen uitspraak leidt tot voor verzoekers organisatie onoverkomelijke (financiële) problemen of onverantwoorde risico’s. Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2011:BT6564:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>11/4558 AW-VV</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>als bedoeld in artikel 8:84, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van de Beroepswet op het verzoek om voorlopige voorziening van:</para>
    <para />
    <para>het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: verzoeker),</para>
    <para />
    <para>in verband met het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>verzoeker</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 25 juli 2011, 10/5491 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[betrokkene] wonende te  [woonplaats] (hierna: betrokkene)</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>verzoeker</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 26 september 2011</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Verzoeker heeft tevens een verzoek om voorlopige voorziening gedaan.</para>
    <para />
    <para>Betrokkene heeft een verweerschrift ingezonden.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 september 2011. Verzoeker heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.A. Boes-Kouwenoord, werkzaam bij de gemeente Amsterdam. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door mr. F.A. Chorus, advocaat te Amsterdam.</para>
    <para />
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de voorzieningenrechter uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.1. Betrokkene heeft vanaf 1 juli 2002 een arbeidsovereenkomst ingevolge de Wet inschakeling werkzoekenden gehad. Zij is van hieruit met een werktijd van 32 uur per week gedetacheerd bij de Sociale Dienst van de gemeente Amsterdam als administratief medewerker (leerling) en vervolgens als administratief medewerker werkeenheid. Met ingang van 1 mei 2007 is de detachering omgezet in een aanstelling in tijdelijke dienst als administratief medewerkster bij de Dienst Werk en Inkomen van de gemeente Amsterdam tot 1 januari 2008. Deze aanstelling is verlengd tot 1 januari 2009 en vervolgens tot </para>
      <para>1 januari 2010. Tenslotte is bij besluit van 7 januari 2010 de aanstelling in tijdelijke dienst met een werktijd van 24 uur per week verlengd tot 1 maart 2010.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.2. Een bezwaar van betrokkene tegen het besluit van 7 januari 2010 is vanwege overschrijding van de bezwaartermijn niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft dit besluit in stand gelaten. Op betrokkenes hoger beroep (nr. 11/916 AW) is nog geen uitspraak gedaan.</para>
    <para />
    <para>1.3. Een verzoek van betrokkene aan verzoeker om te bevestigen, dat er inmiddels een vaste aanstelling is ontstaan en dat hieraan met terugwerkende kracht uitvoering zal worden gegeven, is bij besluit van 6 mei 2010 afgewezen. Het daartegen gemaakte bezwaar is bij het bestreden besluit van 5 oktober 2010 ongegrond verklaard.</para>
    <para> </para>
    <para>2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, het besluit van 6 mei 2010 herroepen, bepaald dat de tijdelijke aanstelling van betrokkene per 24 februari 2006 wordt omgezet in een vaste aanstelling en bepaald dat haar uitspraak in de plaats treedt van het herroepen besluit. Daartoe heeft de rechtbank kort samengevat overwogen, dat ingevolge de Nieuwe Rechtspositieregeling Gemeente Amsterdam na verloop van tijd automatisch, dat wil zeggen zonder een daarop gericht besluit van verzoeker, een vaste aanstelling kan ontstaan, dat betrokkene vanaf de aanvang van haar detachering feitelijk geen leertraject had maar volledig een functie verrichtte en dat de detacheringsovereenkomst van betrokkene gelijk moet worden gesteld met een tijdelijke aanstelling.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. Verzoeker heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld en tevens de Raad verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat de aangevallen uitspraak wordt geschorst totdat de Raad op het hoger beroep heeft beslist. Het voor een voorlopige voorziening vereiste spoedeisend belang heeft verzoeker onderbouwd met de stelling dat niet gewenst wordt dat betrokkene hangende hoger beroep weer in dienst is, haar werkzaamheden zou kunnen claimen en/of aanspraak heeft op bezoldiging. Ter zitting heeft verzoeker het spoedeisende belang toegespitst op het financiële belang van verzoeker en met name gewezen op de kosten van twee jaarsalarissen, te weten de bezoldiging over februari 2006 tot mei 2006, waarin eerder alleen een detacheringsvergoeding was betaald, en de bezoldiging vanaf 1 maart 2010.  </para>
      <para>Betrokkene heeft het spoedeisende belang van verzoeker gemotiveerd tegengesproken. Zij acht de aangevallen uitspraak voorts juist en heeft in aanvulling op haar eerdere argumenten ook gewezen op rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese gemeenschappen over de richtlijn 1999/70/EG van de Raad van de Europese Unie en de raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, alsmede op de eisen van goed werkgeverschap.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De voorzieningenrechter overweegt het volgende.</para>
    <para />
    <para>4.1. Ingevolge artikel 8:81 van de Awb en artikel 21 van de Beroepswet kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter van de rechtbank als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Beroepswet, hoger beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.2. In hetgeen verzoeker heeft aangevoerd, ziet de voorzieningenrechter een onvoldoende spoedeisend belang. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter, dat het wettelijk uitgangspunt is dat een ingesteld hoger beroep in zaken als deze de werking van de aangevallen uitspraak niet opschort. In aanmerking genomen dat de door betrokkene na </para>
      <para>1 maart 2010 genoten werkloosheidsuitkering voor rekening komt van de gemeente Amsterdam en mede gelet op de relatief bescheiden bezoldiging van betrokkene ziet de voorzieningenrechter niet in dat uitvoering van de aangevallen uitspraak leidt tot voor verzoekers organisatie onoverkomelijke (financiële) problemen of onverantwoorde risico’s. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.3. Ten overvloede voegt de voorzieningenrechter hieraan toe dat een voorlopige voorzieningenprocedure zich niet goed leent voor het beantwoorden van de hier aan de orde zijnde rechtsvragen.</para>
    <para />
    <para>5. Uit het vorenstaande volgt dat niet is voldaan aan de in artikel 8:81 van de Awb gestelde voorwaarde van onverwijlde spoed, zodat het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening moet worden afgewezen.</para>
    <para />
    <para>6. De voorzieningenrechter ziet tot slot aanleiding om verzoeker op grond van artikel 8:75 van de Awb te veroordelen in de proceskosten van betrokkene. Deze kosten worden begroot op € 874,- voor kosten van rechtsbijstand. </para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep;</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht af;</para>
      <para>Veroordeelt verzoeker in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 874,-. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen in tegenwoordigheid van </para>
      <para>P.J.M. Crombach als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op </para>
      <para>26 september 2011.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>(get.) H.A.A.G. Vermeulen.</para>
    <para />
    <para>(get.) P.J.M. Crombach.</para>
    <para>	</para>
    <para>	RB</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>