<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2011:BT2289</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-30T03:38:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BT2289</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-09-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-3027 ZW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2011:BT2289">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2011:BT2289</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:51:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-09-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2011:BT2289 Centrale Raad van Beroep , 21-09-2011 / 10-3027 ZW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2011:BT2289:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beëindiging ziekengeld. Zorgvuldig medisch onderzoek. De Raad is van oordeel dat het Uwv appellant terecht per 12 oktober 2009 geschikt heeft geacht voor zijn werk als senioracceptant verzekeringen, zijnde een fysiek lichte (kantoor)baan waarvan de juistheid van de aangenomen kenmerkende belasting niet in geschil is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2011:BT2289:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>10/3027 ZW</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 april 2010, 09/4207 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 21 september 2011</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellant heeft mr. S. Ben Ahmed, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift, met als bijlage een rapport van een bezwaarverzekeringsarts, ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 augustus 2011. Appellant is verschenen bij gemachtigde mr. Ben Ahmed. Het Uwv heeft zich niet laten vertegenwoordigen.</para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1. Appellant was laatstelijk werkzaam als senioracceptant verzekeringen gedurende 40 uren per week. Het dienstverband is per 1 oktober 2008 beëindigd, waarna appellant een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW) ontving. Vanuit deze situatie heeft appellant zich per 15 mei 2009 ziekgemeld met gewrichtsklachten, duizeligheid, spier- en hoofdpijn. Naar aanleiding van die ziekmelding is appellant op het spreekuur van 5 oktober 2009 door de verzekeringsarts T. Pols onderzocht. Deze arts is tot de conclusie gekomen dat appellant met ingang van 12 oktober 2009 geschikt is te achten voor zijn arbeid. Bij besluit van 5 oktober 2009 heeft het Uwv vastgesteld dat appellant met ingang van 12 oktober 2009 geen recht meer heeft op een uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW). Appellant heeft daartegen bezwaar gemaakt. </para>
    <para />
    <para>2. Bij besluit van 3 november 2009 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv, na een herbeoordeling door de bezwaarverzekeringsarts J.B. van der Heemst, het bezwaar van appellant tegen het besluit van 5 oktober 2009 ongegrond verklaard. </para>
    <para />
    <para>3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien het medisch onderzoek van de verzekeringsartsen onzorgvuldig te achten. Appellant heeft geen medische informatie in het geding gebracht op grond waarvan zou moeten worden getwijfeld aan de juistheid van de beoordelingen van de verzekeringsartsen. De rechtbank heeft het inwinnen van een medisch deskundigenadvies dan ook niet noodzakelijk geacht. </para>
    <para />
    <para>4. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de medische beoordeling voldoende zorgvuldig is geweest. Ten onrechte hebben de artsen zich alleen op de tendinomyogene klachten van appellant gericht en verder niet onderzocht of er mogelijke andere oorzaken en of klachten waren. Appellant is van mening dat zijn psychische klachten zijn onderschat en dat ten onrechte niet is beoordeeld of deze klachten tot het aannemen van verdergaande arbeidsbeperkingen dienen te leiden. Ter onderbouwing van zijn standpunt dat zijn psychische en gewrichtsklachten zijn onderschat heeft appellant medische informatie van zijn behandelend psychiater en reumatoloog overgelegd. </para>
    <para />
    <para>5. Het Uwv heeft in het verweerschrift het standpunt van appellant, mede door het overleggen van een rapport van de bezwaarverzekeringsarts, gemotiveerd weersproken. </para>
    <para />
    <para>6. De Raad overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <para>6.1. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat het ten aanzien van appellant verrichte medische onderzoek voldoende zorgvuldig is geweest. Appellant is onderzocht door verzekeringsarts Pols. Deze heeft op basis van bevindingen uit eigen onderzoek en verkregen informatie van appellants huisarts vastgesteld dat bij appellant sprake is van gewrichtspijn en voorts dat voor aanwezigheid van manifeste psychopathologie geen aanwijzingen zijn gevonden. Appellant wordt beperkt geacht ten aanzien van zware fysieke arbeid, welke beperking door bezwaarverzekeringsarts Van der Heemst is onderschreven. In zijn rapport van 3 februari 2010 heeft deze arts, in reactie op de gronden in beroep, voorts nader toegelicht waarom er geen aanleiding is appellant meer beperkt te achten dan reeds door de artsen van het Uwv aangenomen. </para>
    <para />
    <para>6.2. De Raad is voorts van oordeel dat de in hoger beroep overgelegde medische gegevens er niet op wijzen dat bij appellant op 12 oktober 2009 van verdergaande beperkingen sprake was dan de artsen van het Uwv hebben aangenomen. Hij onderschrijft de opvatting van bezwaarverzekeringsarts P.J. Kruit, zoals neergelegd in diens rapportage van 19 juli 2010. Samengevat stelt deze arts ten aanzien van appellants stelling dat zijn psychische klachten zijn onderschat, dat ten tijde van het onderzoek door de verzekeringarts er geen sprake was van een manifeste psychopathologie en evenmin van psychische hulp. Eerst in mei 2010 is appellant vanwege psychische klachten onder behandeling gekomen van psychiater Vinkers, hetgeen ruim na de datum in geding is gelegen. Ten aanzien van de klachten van het bewegingsapparaat stelt de bezwaarver-zekeringsarts dat de nadruk moet liggen op de uit het klachtenpatroon voortvloeiende beperkingen.  </para>
    <para />
    <para>6.3. Gelet op het vorenstaande is de Raad van oordeel dat het Uwv appellant terecht per 12 oktober 2009 geschikt heeft geacht voor zijn werk als senioracceptant verzekeringen, zijnde een fysiek lichte (kantoor)baan waarvan de juistheid van de aangenomen kenmerkende belasting niet in geschil is.  </para>
    <para />
    <para>7. Hetgeen onder 6.1 tot en met 6.3 is overwogen leidt tot de conclusie dat het Uwv op goede gronden het ziekengeld van appellant met ingang van 12 oktober 2009 heeft beëindigd. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking. </para>
    <para />
    <para>8. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake de vergoeding van de proceskosten.</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>De uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van H.L. Schoor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 september 2011.</para>
    <para />
    <para>						</para>
    <para>(get.) Ch. van Voorst.</para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) H.L. Schoor.</para>
    <para />
    <para>TM</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>