<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2011:BT1790</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-30T03:25:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BT1790</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-09-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-5617 WIA</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2011:BT1790">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2011:BT1790</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:49:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-09-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2011:BT1790 Centrale Raad van Beroep , 16-09-2011 / 10-5617 WIA</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2011:BT1790:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geen recht op WIA-uitkering. Zorgvuldig onderzoek ingesteld naar de psychische klachten van appellant. Beperkingen niet  onderschat. Onvoldoende steun voor het door appellant ingenomen standpunt dat een functie op de reguliere arbeidsmarkt voor hem niet haalbaar is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2011:BT1790:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>10/5617 WIA</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 8 september 2010, 10/1462 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 16 september 2011</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Appellant heeft hoger beroep ingesteld. </para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 augustus 2011, waar appellant in persoon is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.J.F. Bär. </para>
    <para />
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1. Appellant is werkzaam geweest als brugwachter voor 20 uren per week. Op 5 januari 2007 heeft hij zich, terwijl hij een uitkering ingevolge de Werkloosheidwet ontving, ziek gemeld. Na afloop van de wachttijd heeft een beoordeling plaatsgevonden in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Nadat de arts P. Menco appellant had gezien, heeft deze arts de psychiater R.J.H. Winter verzocht appellant te onderzoeken. Dit onderzoek heeft op 17 februari 2009 plaatsgevonden, waarna deze psychiater op 8 maart 2009 rapport heeft uitgebracht. Nadat appellant nogmaals was gezien door de arts Menco, heeft deze in zijn rapport van 14 april 2009 vastgesteld dat appellant als gevolg van zijn psychische klachten beperkingen heeft. Deze beperkingen heeft hij vastgelegd in een zogeheten Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Met inachtneming van deze FML heeft een arbeidsdeskundige vastgesteld dat appellant nog geschikt is voor een zestal functies. Op basis van drie van deze functies heeft hij de mate van arbeidsongeschiktheid berekend op minder dan 35%. Bij besluit van 23 juni 2009 heeft het Uwv appellant meegedeeld dat hij met ingang van 2 januari 2009 geen recht heeft op een WIA-uitkering. </para>
    <para />
    <para>2. In bezwaar heeft appellant gesteld dat het medisch onderzoek onzorgvuldig is geweest. Nadat de bezwaarverzekeringsarts G.K. Hebly informatie had verkregen van de GGZ Midden-Holland, heeft deze arts in zijn rapport van 12 januari 2010 laten weten dat hij zich kan verenigen met de voor appellant vastgestelde FML. Na een rapport van een bezwaararbeidsdeskundige van 10 februari 2010 heeft het Uwv bij besluit van 15 februari 2010 het bezwaar van appellant ongegrond verklaard. </para>
    <para />
    <para>3. Het door appellant tegen dat besluit ingestelde beroep is door de rechtbank ongegrond verklaard. </para>
    <para />
    <para>4. Evenals in beroep heeft appellant in hoger beroep gesteld dat een functie op de reguliere arbeidsmarkt wegens zijn psychische klachten niet haalbaar is. </para>
    <para />
    <para>5. De Raad overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <para>5.1. Appellant is onderzocht door de arts Menco. Daarnaast is appellant op verzoek van deze arts onderzocht door de psychiater Winter. Voorts heeft de bezwaarverzekeringsarts Hebly, die bij de hoorzitting in bezwaar aanwezig is geweest, informatie ingewonnen bij de GGZ Midden- Holland. Daarmee is naar het oordeel van de Raad een zorgvuldig onderzoek ingesteld naar de psychische klachten van appellant. </para>
    <para />
    <para>5.2. Psychiater Winter heeft vastgesteld dat er bij appellant sprake is van een depressieve stoornis met vitale kenmerken alsmede een pas recentelijk gediagnosticeerde ADD (aandachtstekort stoornis zonder hyperactiviteit). Hij heeft geen aanwijzingen gevonden voor stoornissen in concentratie of een psychotisch proces. Met in achtneming van deze bevindingen heeft de arts Menco een FML opgesteld, waarin vrij veel beperkingen zijn opgenomen ten aanzien van het persoonlijk en sociaal functioneren van appellant. Deze FML is door bezwaarverzekeringsarts Hebly, nadat hij nog informatie had verkregen van de GGZ Midden-Holland, onderschreven. Op grond van de beschikbare medische gegevens is de Raad niet tot de conclusie kunnen dat met de in deze FML vastgestelde beperkingen de beperkingen van appellant zijn onderschat. Naar het oordeel van de Raad bieden deze medische gegevens onvoldoende steun voor het door appellant ingenomen standpunt dat een functie op de reguliere arbeidsmarkt voor hem niet haalbaar is. Met de rechtbank is de Raad dan ook van oordeel dat de medische grondslag van het bestreden besluit op goede gronden berust. </para>
    <para />
    <para>5.3. Aangezien de Raad tevens van oordeel is dat in de aan de schatting ten grondslag gelegde functies de belastbaarheid van appellant niet wordt overschreden, is de Raad van oordeel dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt. </para>
    <para />
    <para>6. De Raad ziet geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. </para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep, </para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak. </para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van H.L. Schoor als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 september 2011.</para>
    <para>							</para>
    <para>(get.) J.P.M. Zeijen.</para>
    <para>							</para>
    <para>(get.) H.L. Schoor.</para>
    <para />
    <para />
    <para>IvR</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>