<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2011:BR5125</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T08:00:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BR5125</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-08-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-5443 WW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RSV 2012/2 met annotatie van A.H. Rebel</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2011:BR5125">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2011:BR5125</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:40:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-08-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2011:BR5125 Centrale Raad van Beroep , 17-08-2011 / 10-5443 WW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2011:BR5125:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ingangsdatum WW-uitkering. Uit de bewoordingen van de vaststellingsovereenkomst blijkt dat die overeenkomst niet strekte tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst, maar tot het vaststellen van de voorwaarden waaronder de kantonrechter zou worden verzocht om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De arbeidsovereenkomst is geëindigd door de ontbindingsbeschikking van de kantonrechter van 1 september 2009 en Appellant heeft per 1 januari 2010 recht op een WW-uitkering heeft gekregen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2011:BR5125:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>10/5443 WW</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 16 september 2010, 10/12 (aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 17 augustus 2011 </para>
    <para />
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Appellant heeft hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 juli 2011. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.M.M. Schalkwijk.</para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1. Appellant is werkzaam geweest bij [naam werkgever ] te [vestigingsplaats] (werkgever). Aan de arbeidsovereenkomst is een einde gekomen per 1 november 2009, waarbij appellant ten laste van de werkgever een vergoeding van € 195.000, - is toegekend. Bij besluit van 12 november 2009, welk besluit na bezwaar is gehandhaafd bij besluit van 17 december 2009 (bestreden besluit), heeft het Uwv appellant uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) ontzegd tot en met 31 december 2009. Het Uwv heeft daarbij toepassing gegeven aan artikel 16, derde lid, van de WW.</para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit bij de aangevallen uitspraak gegrond verklaard en dat besluit vernietigd wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het Uwv in het midden had gelaten of sprake is geweest van een beëindiging door ontbinding door de kantonrechter dan wel van een beëindiging met wederzijds goedvinden. Om die reden berustte het bestreden besluit volgens de rechtbank op een onvoldoende draagkrachtige motivering. De rechtbank heeft aanleiding gezien om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten. De rechtbank overwoog hiertoe dat sprake is geweest van een beëindiging door ontbinding door de kantonrechter, en appellant eerst met ingang van 1 januari 2010 recht had op een WW-uitkering.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. Appellant kan zich niet verenigen met het instandlaten van de rechtsgevolgen van het bestreden besluit. Hij heeft aangevoerd dat de opzegtermijn al is begonnen op 31 augustus 2009, de dag waarop hij met de werkgever een vaststellingovereenkomst is aangegaan, onder meer inhoudende dat de arbeidsovereenkomst zou eindigen per </para>
      <para>1 november 2009 en hij een vergoeding zou krijgen van € 195.000, -. Het einde van de opzegtermijn van vier maanden zou dan zijn op 1 januari 2010, maar daarvan moet naar de mening van appellant op grond van het gelijkheidsbeginsel een maand worden afgetrokken, zodat met ingang van 1 december 2009 recht op WW-uitkering is ontstaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Het oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.1. Op 31 augustus 2009 hebben appellant en de werkgever een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarvan artikel 1 luidt als volgt:</para>
      <para>“De arbeidsovereenkomst zal eindigen op 1 november 2009. Daartoe zullen partijen een formele ontbindingsprocedure voeren bij de rechtbank Utrecht sector kanton locatie Utrecht. Partijen zullen vòòr het indienen van de stukken overleg hebben en overeenstemming bereiken over de inhoud van het in te dienen verzoek- en verweerschrift. Het verzoek zal alsdan worden ingediend op neutrale gronden. Tegen dit verzoek zal de werknemer slechts formeel verweer voeren en zich uitdrukkelijk neerleggen bij beëindiging van het dienstverband. Partijen zullen het ertoe laten leiden dat de stukken zo tijdig mogelijk worden ingediend en dat zal worden verzocht om de beschikking uiterlijk in de maand augustus 2009 af te geven.” </para>
      <para>In artikel 2 is bepaald dat bij beëindiging van het dienstverband per 1 november 2009 aan appellant een ontbindingsvergoeding wordt betaald van € 195.000, - bruto. De vaststellingsovereenkomst bevat voorts nog bepalingen over de verdere afhandeling van de rechtsbetrekking tussen appellant en de werkgever.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.2. Bij beschikking van 1 september 2009 heeft de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbonden met ingang van 1 november 2009 onder toekenning aan appellant van het met de werkgever overeengekomen bedrag.</para>
    <para />
    <para>4.3. Uit de bewoordingen van de vaststellingsovereenkomst leidt de Raad evenals de rechtbank af dat die overeenkomst niet strekte tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst, maar tot het vaststellen van de voorwaarden waaronder de kantonrechter zou worden verzocht om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De  rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd door de ontbindingsbeschikking van de kantonrechter van 1 september 2009 en dat appellant met ingang van 1 januari 2010 recht op een WW-uitkering heeft gekregen. De rechtbank heeft de rechtsgevolgen van het bestreden besluit dan ook terecht in stand gelaten</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.4. Uit 4.3 volgt dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt </para>
      <para>voor zover deze is aangevochten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep;</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.</para>
    <para> </para>
    <para>Deze uitspraak is gedaan door B.M. van Dun, in tegenwoordigheid van R.L. Venneman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 augustus 2011.</para>
    <para>							</para>
    <para>(get.) B.M. van Dun.</para>
    <para>							</para>
    <para>(get.) R.L. Venneman.</para>
    <para />
    <para>RK</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>