<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2011:BR3501</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-29T19:50:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BR3501</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-07-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09-5153 ZW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2011:BR3501">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2011:BR3501</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:36:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-08-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2011:BR3501 Centrale Raad van Beroep , 27-07-2011 / 09-5153 ZW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2011:BR3501:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beëindiging ZW-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2011:BR3501:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>09/5153 ZW</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 6 augustus 2009, 08/5084 (aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 27 juli 2011 </para>
    <para />
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellant heeft mr. M.F. van Willigen, advocaat, hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingezonden.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 juli 2011. Namens appellant is verschenen mr. Van Willigen. Het Uwv heeft zich, met voorafgaand bericht, niet laten vertegenwoordigen. </para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1. Bij besluit van 9 september 2008 heeft het Uwv de aan appellant toegekende uitkering op grond van de Ziektewet met ingang van 15 september 2008 beëindigd, omdat hij per die datum geschikt wordt geacht om zijn werkzaamheden via een uitzendbureau als productiemedewerker in een vleesverwerkend bedrijf te verrichten. Bij besluit van 29 oktober 2008 heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 9 september 2008 ongegrond verklaard. </para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit van 29 oktober 2008 ongegrond verklaard. Gelet op de beschikbare medische gegevens, waaronder de rapporten van de verzekeringsarts S. Weggelaar van 23 september 2008 en van de bezwaarverzekeringsartsen A.D.C. Huijsmans van 20 oktober 2008 en M.P.W. Kreté van 15 juni 2009, was de rechtbank van oordeel dat er geen redenen zijn te twijfelen aan de juistheid van het standpunt van het Uwv dat appellant per 15 september 2008 in staat moet worden geacht zijn arbeid te verrichten. </para>
    <para />
    <para>3. In hoger beroep heeft appellant zijn standpunt gehandhaafd dat hij op de in geding zijnde datum op psychische gronden ongeschikt was tot het verrichten van zijn eigen arbeid. Appellant heeft daarbij gewezen op de in beroep overgelegde brief van A. Erikli, arts, en F. Kaya, psychiater, van 25 mei 2009, waarin is vermeld dat de klachten van appellant vallen onder een somatoforme stoornis, waaronder een pijnstoornis. Ter zitting heeft appellant de Raad verzocht om een psychiater als deskundige te benoemen.</para>
    <para />
    <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling. </para>
    <para />
    <para>4.1. De Raad deelt het oordeel van de rechtbank dat op grond van de beschikbare medische gegevens er geen redenen zijn te twijfelen aan de juistheid van het standpunt van Uwv dat appellant met ingang van 15 september 2008 in staat moet worden geacht zijn arbeid te verrichten. De in 3 genoemde brief van 25 mei 2009 biedt onvoldoende basis om arbeidsongeschiktheid aan te nemen voor het eigen werk als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek per 15 september 2008. Evenals de rechtbank kan de Raad de bezwaarverzekeringsarts Kreté volgen in zijn reactie op die brief waarin hij, onder verwijzing naar de Richtlijn Medisch Arbeidsongeschiktheidscriterium, stelt dat bij appellant sprake is van een duidelijke inconsistentie tussen de klachten, de beperkingen en de handicaps, zodat vanuit verzekeringsgeneeskundig oogpunt niet kan worden gesteld dat sprake is van een ziekte of gebrek. </para>
    <para />
    <para>4.2. De Raad ziet daarom ook geen aanleiding voor inwilliging van het verzoek van appellant om een psychiater als deskundige te benoemen. </para>
    <para />
    <para>4.3. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. </para>
    <para />
    <para>5. Voor een veroordeling van het Uwv tot schadevergoeding bestaat geen ruimte. Het verzoek daartoe zal daarom worden afgewezen. </para>
    <para />
    <para>6. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. </para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep;</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak;</para>
      <para>Wijst het verzoek om veroordeling tot schadevergoeding af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2011.</para>
    <para>				</para>
    <para>(get.) G.A.J. van den Hurk.</para>
    <para>				</para>
    <para>(get.) M.A. van Amerongen.</para>
    <para />
    <para>RK</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>