<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2011:BR1094</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:29:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BR1094</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-07-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/4958 WAO  + 10/4959 WAO  +  10/4960 WAO + 10/4961 WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2011:BR1094">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2011:BR1094</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:29:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2011:BR1094 Centrale Raad van Beroep , 08-07-2011 / 10/4958 WAO  + 10/4959 WAO  +  10/4960 WAO + 10/4961 WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2011:BR1094:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De Raad volgt niet het standpunt van appellante dat geen onherroepelijke beslissingen voorhanden zijn en kan hetgeen appellante in hoger beroep naar voren heeft gebracht niet leiden tot het door haar beoogde doel dat de besluiten van 6, 7 en 13 september 2006 alsnog inhoudelijk worden beoordeeld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2011:BR1094:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>10/4958 WAO  </para>
      <para>10/4959 WAO   </para>
      <para>10/4960 WAO   </para>
      <para>10/4961 WAO   </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>  </para>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 22 juli 2010, 09/4750, 09/4707, 09/4708 en 09/5294 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen</para>
    <para />
    <para>appellante</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 8 juli 2011</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellante heeft mr. G.W. Boogaard, advocaat te Leerdam, hoger beroep ingesteld. </para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 april 2011. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Boogaard. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. W.J. Belder.</para>
    <para />
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank de beroepen van appellante tegen besluiten van 5 november 2009 ongegrond verklaard, alsmede het beroep tegen het besluit van 3 december 2009.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2. De besluiten van 5 november 2009 hebben betrekking op de eerder vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid waarnaar de WAO-uitkering van appellante vanaf 1 juli 2003 en vanaf 1 januari 2004 wordt uitbetaald en op de eerder vastgestelde terugvordering van het bedrag dat aan appellante over de periode van 1 juli 2003 tot en met 30 september 2006 te veel aan WAO-uitkering is uitbetaald. </para>
      <para>De besluiten van 5 november 2009 komen er kort samengevat en voor zover hier van belang op neer dat het Uwv van opvatting is dat de eerder genomen besluiten die zien op vorenbedoelde mate van arbeidsongeschiktheid en het bedrag dat van appellante wordt teruggevorderd in rechte onaantastbaar zijn en mitsdien niet opnieuw voor een inhoudelijke beoordeling in aanmerking komen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.3. Het besluit van 3 december 2009 heeft betrekking op de wijze van invordering van het bedrag dat van appellante is teruggevorderd. Bij dit besluit heeft het Uwv aangegeven dat in het kader van de invordering de hoogte van het bedrag dat te veel is betaald geen onderwerp van geschil kan zijn, omdat de hoogte van dit bedrag reeds bij de terugvordering is vastgesteld.</para>
    <para />
    <para>2. Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat zij wenst te bewerkstelligen dat alsnog inhoudelijk wordt beoordeeld of de besluiten die zien op de mate van arbeidsongeschiktheid waarnaar haar WAO-uitkering vanaf 1 juli 2003 en vanaf 1 januari 2004 is uitbetaald en het bedrag dat naar de mening van het Uwv ten onrechte te veel aan haar is betaald juist zijn. Naar haar mening bestaat hiertoe ruimte omdat omtrent haar rechten geen in rechte onaantastbare besluiten aanwezig zijn. Uit deze beoordeling kan naar haar mening blijken dat het bedrag waarbij van de invordering wordt uitgegaan onjuist is.</para>
    <para />
    <para>3.1. De Raad overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <para>3.2. Omtrent de mate van arbeidsongeschiktheid waarnaar de WAO-uitkering van appellante per 1 juli 2003 en per 1 januari 2004 wordt uitbetaald, alsmede omtrent de hoogte van het bedrag dat in de periode van 1 juli 2003 tot en met 30 september 2006 ten onrechte aan appellante is betaald en dat van haar wordt teruggevorderd zijn op 6, 7 en 13 september 2006 door het Uwv besluiten afgegeven. De namens appellante tegen deze besluiten ingediende bezwaren zijn bij besluit van 18 januari 2007 ongegrond verklaard. Tegen het besluit van 18 januari 2007 is geen rechtsmiddel aangewend.</para>
    <para />
    <para>3.3. Nog daargelaten dat het niet de meest aangewezen weg is om in het kader van een procedure tegen een besluit tot invordering aan te vechten dat niet is beslist op een jaren geleden ingediend bezwaar tegen onder andere een terugvordering en aan deze terugvordering ten grondslag liggende besluiten, wijst de Raad erop dat de ontkenning van de ontvangst van het besluit van 18 januari 2007 door de huidige gemachtigde van appellante niet is geschied op basis van informatie van het kantoor van de voormalige gemachtigde, maar slechts berust op gebrek aan wetenschap van de ontvangst. Voor een deugdelijke ontkenning van de ontvangst is zulks onvoldoende.</para>
    <para />
    <para>3.4. Daarbij komt nog dat door de toenmalige gemachtigde niet is geklaagd over het uitblijven van een beslissing op bezwaar tegen de besluiten van 6, 7 en 13 september 2006. Ook de brief van het kantoor van de toenmalige gemachtigde van appellante van 16 januari 2009, waarin wordt verzocht de invordering te stoppen in afwachting van een lopende strafrechtelijke procedure, wijst geenszins in de richting dat de gemachtigde ook nog in afwachting was van de uitkomst van de bestuursrechtelijke procedure gericht tegen de besluiten van 6, 7 en 13 september 2006.</para>
    <para />
    <para>3.5. Gelet op hetgeen is overwogen in 3.2 tot en met 3.4 volgt de Raad niet het standpunt van appellante als weergegeven in 2 dat geen onherroepelijke beslissingen voorhanden zijn en kan hetgeen appellante in hoger beroep naar voren heeft gebracht niet leiden tot het door haar beoogde doel dat de besluiten van 6, 7 en 13 september 2006 alsnog inhoudelijk worden beoordeeld.</para>
    <para />
    <para>3.6. Appellante heeft ook in hoger beroep geen gronden ingediend die zich richten tegen de wijze van invordering.</para>
    <para />
    <para>3.7. Het hoger beroep van appellante treft gelet op hetgeen is overwogen in 3.5 en 3.6 geen doel. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>3.8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep;</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2011.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) J. Brand.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) D.E.P.M. Bary.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>TM</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>