<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2011:BQ6662</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-29T13:56:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BQ6662</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-05-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09-6803 WAJONG</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2011:BQ6662">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2011:BQ6662</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:17:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-06-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2011:BQ6662 Centrale Raad van Beroep , 25-05-2011 / 09-6803 WAJONG</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2011:BQ6662:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering Wajong-uitkering toe te kennen. Zorgvuldig onderzoek verzekeringsartsen. Met betrekking tot de aan de schatting ten grondslag gelegde functies, te weten productiemedewerker voedingsmiddelenindustrie (Sbc-code 111172), inpakker (Sbc-code 111190) en medewerker tuinbouw (Sbc-code 111010), heeft de rechtbank, onder andere met verwijzing naar het rapport van bezwaararbeidsdeskundige S.C. Kuiken van 17 februari 2009, overwogen dat zij voldoende overtuigd is dat de medische beperkingen van appellante daarin niet worden overschreden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2011:BQ6662:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>09/6803 WAJONG</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 4 november 2009, 09/1495 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellante</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 25 mei 2011</para>
      <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Namens appellante heeft mr. C.G.A. Mattheussens, advocaat te Roosendaal, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en daarbij een rapportage van de bezwaarverzekeringsarts P. van Muijen van 4 februari 2010 meegezonden. </para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 april 2011. Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. M.P.W.M. Wiertz.</para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN </para>
    <para />
    <para>1. Het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de bepalingen van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong), zoals die luidden tot 1 januari 2010.</para>
    <para />
    <para>2.1. Voor een overzicht van de voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat hier met het volgende.</para>
    <para />
    <para>2.2. Appellante, geboren [in] 1983, heeft op 25 november 2007 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering. Bij besluit van 11 januari 2008 heeft het Uwv geweigerd aan appellante een Wajong-uitkering toe te kennen.</para>
    <para />
    <para>2.3. Bij besluit van 18 februari 2009 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv, het bezwaar van appellante tegen het besluit van 11 januari 2008 ongegrond verklaard. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.1. Appellante heeft in beroep – samengevat weergegeven – aangevoerd dat zij ten onrechte niet in aanmerking is gebracht voor een Wajong-uitkering. Met haar beperkingen is in onvoldoende mate rekening gehouden. Appellante is van mening dat bezwaarverzekeringsarts Van Muijen zich teveel heeft laten leiden door de bevindingen en conclusies van psychiater J.J.D. Tilanus, die in opdracht van het Uwv een expertise heeft verricht en daarover op 4 februari 2009 heeft gerapporteerd. Ter ondersteuning van haar standpunt heeft appellante in beroep informatie ingebracht van neuroloog </para>
      <para>S. Weckhuysen en psycholoog J.J. van Nes-de Punder – beide brieven dateren – van 11 augustus 2009. In de bezwaarfase was reeds een brief van neuroloog J.W. Stenvers van 14 oktober 2008 overgelegd.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.2. Bij de aangevallen uitspraak is het beroep, tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat het uitgebreide onderzoek van de verzekeringsartsen, waardoor zij beschikten over een volledig beeld van de medische gesteldheid van appellante, voldoende zorgvuldig is geweest. De rechtbank heeft voorts overwogen dat zij geen twijfel heeft aan het medische oordeel van het Uwv, dat mede steunt op het expertiserapport van psychiater Tilanus. In dit verband heeft de rechtbank overwogen dat haar niet is gebleken dat de door Tilanus gestelde beperkingen onvoldoende dan wel onjuist zijn vertaald in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 12 februari 2009. In de door appellante in bezwaar en beroep ingebrachte informatie heeft de rechtbank evenmin aanknopingspunten gevonden die twijfel doen rijzen ten aanzien van de bevindingen en conclusies van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.3. Met betrekking tot de aan de schatting ten grondslag gelegde functies, te weten productiemedewerker voedingsmiddelenindustrie (Sbc-code 111172), inpakker (Sbc-code 111190) en medewerker tuinbouw (Sbc-code 111010), heeft de rechtbank, onder andere met verwijzing naar het rapport van bezwaararbeidsdeskundige S.C. Kuiken van </para>
      <para>17 februari 2009, tot slot overwogen dat zij voldoende overtuigd is dat de medische beperkingen van appellante daarin niet worden overschreden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. In hoger beroep heeft appellante haar in eerste aanleg aangevoerde gronden herhaald. Haar voornaamste grond behelst dat haar beperkingen zijn onderschat en dat dientengevolge de belasting van de aan haar voorgehouden functies haar belastbaarheid overschrijdt. </para>
    <para />
    <para>5.1. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de in beroep aangevoerde gronden afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De Raad onderschrijft de overwegingen volledig. De Raad is van oordeel dat hetgeen appellante heeft aan gevoerd geen aanknopingspunten biedt voor haar standpunt dat zij meer beperkt is dan in de FML is aangenomen. In het dossier is geen objectief medische informatie voorhanden waaruit blijkt dat de intensiteit van de wegrakingen niet juist is beoordeeld en evenmin dat onvoldoende beperkingen zijn aangenomen ten aanzien van persoonlijk en sociaal functioneren. </para>
    <para />
    <para>5.2. Gelet op hetgeen is overwogen in 4 en in 5.1 treft het hoger beroep van appellante geen doel. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. </para>
    <para />
    <para>6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en C.P.J. Goorden en N.J.E.G. Cremers als leden, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. </para>
      <para>De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 mei 2011.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>(get.) Ch. van Voorst.</para>
    <para />
    <para>(get.) T.J. van der Torn.</para>
    <para />
    <para>NK</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>