<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3723</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-29T11:34:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BQ3723</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-05-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-3120 WIA</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3723">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3723</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:08:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-05-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3723 Centrale Raad van Beroep , 04-05-2011 / 10-3120 WIA</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3723:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Toekenning WGA-vervolguitkering. Zorgvuldig medisch onderzoek. Geen aanknopingspunten om het medisch oordeel van de bezwaarverzekeringsarts voor onjuist te houden. Geen urenbeperking noodzakelijk. Psychische klachten voldoende onderzocht. Geduide functies worden passend geacht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3723:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>10/3120 WIA</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 21 april 2010, 08/9232 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 4 mei 2011</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellant heeft mr. L.B. de Jong, advocaat, hoger beroep ingesteld. </para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en een vraag van de Raad beantwoord.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 maart 2011. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. De Jong. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door M.L. Turnhout.</para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1.1. Appellant ontving op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) een loongerelateerde uitkering in verband met werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA-uitkering).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2. Bij besluit van 6 maart 2008 heeft het Uwv de WGA-uitkering van appellant met ingang van 29 maart 2009 ingetrokken, omdat de mate van zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt. Bij besluit van eveneens 6 maart 2008 heeft het Uwv appellant een re-integratievisie toegezonden. Het bezwaar tegen deze besluiten is bij besluit van </para>
      <para>12 november 2008 (besluit I) ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.3. Bij brief van 3 juli 2009 heeft het Uwv de rechtbank meegedeeld dat aan besluit I geen actueel sociaal medisch oordeel ten grondslag ligt en dat nieuwe onderzoeken door de bezwaarverzekeringsarts en de bezwaararbeidsdeskundige zullen volgen.</para>
    <para />
    <para>1.4. Naar aanleiding van de resultaten van deze onderzoeken heeft het Uwv zijn standpunt gewijzigd. Bij besluit van 25 september 2009 (besluit II) is het bezwaar van appellant alsnog gegrond verklaard en is aan hem met ingang van 29 maart 2009 een WGA-vervolguitkering toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45-55%. Het Uwv heeft ter zitting bij de rechtbank besluit I ingetrokken. </para>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen besluit II ongegrond verklaard. In de omstandigheid dat het Uwv besluit I heeft ingetrokken zag de rechtbank aanleiding het Uwv te veroordelen in de proceskosten en te bepalen dat het Uwv aan appellant het door hem betaalde griffierecht vergoedt.  </para>
    <para />
    <para>3. Het hoger beroep van appellant is alleen gericht tegen de ongegrondverklaring van zijn beroep tegen besluit II. Appellant heeft zijn standpunt gehandhaafd, dat het Uwv onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn klachten en beperkingen. De klachten in de onderrug en de uitstraling naar het been leiden volgens hem tot beperkingen voor lopen en zitten die niet of in onvoldoende mate zijn verwoord in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Door de chronische pijnklachten is er sprake van slaapstoornissen waardoor appellant kampt met een energetisch tekort, hetgeen naar zijn mening een urenbeperking rechtvaardigt. Appellant heeft verder betoogd dat in de FML verdergaande beperkingen hadden moeten worden opgenomen voor schouder- en armbelasting. Ter zitting heeft appellant aangevoerd dat het Uwv zijn psychische klachten onvoldoende heeft onderzocht. </para>
    <para />
    <para>4. De Raad overweegt het volgende. </para>
    <para />
    <para>4.1. De Raad deelt het oordeel van de rechtbank dat besluit II berust op een zorgvuldig medisch onderzoek en dat er geen aanknopingspunten zijn het medisch oordeel van de bezwaarverzekeringsarts voor onjuist te houden. Appellant heeft in hoger beroep geen (nieuwe) medische gegevens overgelegd ter onderbouwing van zijn standpunt.  </para>
    <para />
    <para>4.2. Met betrekking tot de klachten aan de onderrug overweegt de Raad dat de bezwaarverzekeringsarts in zijn rapport van 22 juli 2009, op basis van lichamelijk onderzoek en informatie uit de curatieve sector, heeft vastgesteld dat bij appellant sprake is van uitstralende rugklachten bij HNP. De bezwaarverzekeringsarts heeft hiermee rekening gehouden bij het opstellen van het FML en vastgesteld dat appellant niet veel mag lopen en niet langdurig mag staan. Voorts heeft de  bezwaarverzekeringsarts in zijn rapport van 3 februari 2010 voldoende toegelicht waarom de door appellant in beroep overgelegde informatie van de behandelend neuroloog-oncoloog Vecht van 31 december 2009, inhoudende dat bij appellant sprake is van een radiculair syndroom S1 links, niet leidt tot een bijstelling van de FML. </para>
    <para />
    <para>4.3. Met betrekking tot de door appellant gewenste urenbeperking overweegt de Raad het volgende. Anders dan bij de beoordeling in 2006 heeft het Uwv bij de thans in geding zijnde schatting geen urenbeperking nodig geacht. Blijkens het rapport van de arts Doerga van 30 augustus 2006 hield de urenbeperking in 2006 verband met een combinatie van chronische pijnklachten en een medisch verleden van een doorgemaakte virusinfectie. Het staat vast dat de hepatitis C infectie op de thans in geding zijnde datum, 29 maart 2009, compleet in remissie was. De door Doerga genoemde combinatie van klachten was dan ook niet meer aan de orde. Daarom kan de Raad het Uwv volgen in zijn standpunt dat een urenbeperking niet meer noodzakelijk was. </para>
    <para />
    <para>4.4. De Raad deelt niet het standpunt van appellant dat het Uwv, op basis van de beschikbare medische gegevens, verdergaande beperkingen had moeten aannemen ten aanzien van schouder- en armbelasting. De bezwaarverzekeringsarts Blanker heeft blijkens zijn rapport van 22 juli 2009 de medische informatie van de neuroloog Van Dijk van 2 oktober 2008, inhoudende dat bij appellant sprake is van een frozen shoulder links meer dan rechts, bij zijn beoordeling betrokken. Voorts heeft de bezwaarverzekeringsarts De Brouwer in zijn rapport van 3 februari 2010 voldoende toegelicht waarom de informatie van de neuroloog-oncoloog Vecht van 31 december 2009, volgens welke bij appellant tevens een aanwijzing is voor een tenniselleboog, niet leidt tot een aanpassing van de FML. Appellant heeft zijn standpunt, dat hij geen repetitieve handelingen met zijn armen kan verrichten, niet met medische gegevens onderbouwd.</para>
    <para />
    <para>4.5. De Raad kan appellant evenmin volgen in zijn standpunt dat zijn psychische klachten onvoldoende zijn onderzocht. De bezwaarverzekeringsarts Blanker heeft blijkens zijn rapport van 22 juli 2009, naast eigen psychisch onderzoek, tevens de beschikbare informatie van de behandelend psycholoog/psychotherapeut Betten bij zijn beoordeling betrokken. Verder heeft deze bezwaarverzekeringsarts in zijn rapport van 19 januari 2010 voldoende toegelicht waarom de in beroep overgelegde aanvullende informatie van Betten van 16 november 2009 het reeds bekende medisch beeld van appellant bevestigt. </para>
    <para> </para>
    <para>4.6. Uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid, heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat de aan besluit II ten grondslag gelegde functies niet passend zouden zijn voor appellant. </para>
    <para />
    <para>4.7. Het vorenstaande betekent dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten in hoger beroep, dient te worden bevestigd. </para>
    <para />
    <para>5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling. </para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep;</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en T. Hoogenboom en M. Greebe als leden, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 mei 2011.</para>
    <para>							</para>
    <para>(get.) D.J. van der Vos.</para>
    <para>							</para>
    <para>(get.) M.A. van Amerongen.</para>
    <para />
    <para>IvR</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>