<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1180</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-29T09:46:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BQ1180</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-04-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09-2614 ZW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1180">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1180</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:59:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-04-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1180 Centrale Raad van Beroep , 13-04-2011 / 09-2614 ZW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1180:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geen recht meer op een ziekengelduitkering. Niet meer ongeschikt geacht tot het verrichten van zijn arbeid. Appellant heeft ook in hoger beroep geen medische gegevens ingebracht die twijfel doen rijzen aan de bevindingen van de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts, die appellant aan een medisch onderzoek hebben onderworpen en bij het uitbrengen van hun rapporten beschikten over informatie van de behandelend sector.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1180:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>09/2614 ZW</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank ‘s-Gravenhage van 29 april 2009, 08/7617 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 13 april 2011</para>
    <para> </para>
    <para />
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Appellant heeft hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 maart 2011. </para>
      <para>Appellant is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door W.H.M. Visser.      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN </para>
    <para />
    <para>1.Appellant is werkzaam geweest als beheerder in een parkeergarage. Hij heeft zich op 3 juni 2008 vanuit een situatie waarin hij een werkloosheidsuitkering ontving ziek gemeld. Appellant was destijds tevens nog werkzaam als assistent-fietsenmaker, voor welk werk hij zich niet heeft ziek gemeld.</para>
    <para />
    <para>2. Bij besluit van 3 oktober 2008 is aan appellant meegedeeld dat hij met ingang van 6 oktober 2008 geen recht meer heeft op een ziekengelduitkering, omdat hij op en na deze datum niet meer ongeschikt wordt geacht tot het verrichten van zijn arbeid.</para>
    <para />
    <para>3. Bij besluit van 16 oktober 2008 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar tegen het besluit van 3 oktober 2008 ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarbij in het bijzonder betekenis toegekend aan de door de arts J.B. Tuinhof de Moed en bezwaarverzekeringsarts R.A. Admiraal uitgebrachte rapporten. Naar het oordeel van de rechtbank zijn uit de onderzoeken van deze artsen voldoende gegevens naar voren gekomen om tot een afgewogen oordeel omtrent de voor appellant geldende beperkingen te kunnen komen. De rechtbank zag geen aanleiding het medisch onderzoek door de betrokken artsen onzorgvuldig te achten en heeft overwogen dat appellant geen medische informatie heeft ingebracht op grond waarvan zou moeten worden getwijfeld aan de juistheid van de beoordeling van beide voornoemde artsen. De rechtbank heeft verder in aanmerking genomen dat appellant zijn werk als assistent-fietsenmaker wel kon volhouden en dat het werk als medewerker parkeergarage licht van aard was en geen buikbelastende activiteiten kende.    </para>
    <para />
    <para>5. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan in de aangevallen uitspraak ten grondslag gelegde overwegingen. Appellant heeft ook in hoger beroep geen medische gegevens ingebracht die twijfel doen rijzen aan de bevindingen van de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts, die appellant aan een medisch onderzoek hebben onderworpen en bij het uitbrengen van hun rapporten beschikten over informatie van de behandelend sector. Dat appellant pijnklachten ervaart neemt niet weg dat hij op medische gronden, naar objectieve maatstaven gemeten, in staat moet worden geacht zijn werk als beheerder in een parkeergarage te verrichten, naast het werk als assistent-fietsenmaker. </para>
    <para />
    <para>6. Uit hetgeen is overwogen onder 5 volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>7. De Raad acht geen gronden aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en T. Hoogenboom en C.P.J. Goorden als leden, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 april 2011.</para>
    <para>							</para>
    <para>(get.) Ch. van Voorst.</para>
    <para>							</para>
    <para>(get.) M. Mostert.</para>
    <para />
    <para>IvR</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>