<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2011:BP7417</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-27T14:33:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BP7417</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-03-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-3139 WIA</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2011:BP7417">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2011:BP7417</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:48:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-03-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2011:BP7417 Centrale Raad van Beroep , 11-03-2011 / 10-3139 WIA</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2011:BP7417:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering WIA-uitkering: minder dan 35% arbeidsongeschikt. Zorgvuldig medisch onderzoek. Appellante heeft geen gronden ingediend tegen de arbeidskundige component van de schatting. Geschiktheid functies. WSW-indicatie ziet niet op datum in geding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2011:BP7417:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>10/3139 WIA</para>
    <para />
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 21 april 2010, 09/5408 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 11 maart 2011</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellante heeft mr. G.A. Nandoe Tewarie hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 januari 2011. Appellante is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Voor het Uwv is verschenen drs. J.C. van Beek.</para>
    <para />
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1.1. Appellante was werkzaam als telefoniste voor 20 uur per week. Ze is op 22 maart 2007 met psychische klachten uitgevallen. </para>
    <para />
    <para>1.2. Bij besluit van 16 februari 2009 heeft het Uwv geweigerd appellante per 19 maart 2009 een WIA-uitkering toe te kennen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt geacht.</para>
    <para />
    <para>1.3. Bij besluit van 17 juni 2009 heeft het Uwv het bezwaar tegen het besluit van 16 februari 2009 ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 17 juni 2009 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat er geen aanleiding is het medisch onderzoek door en het medisch oordeel van de (bezwaar)verzekeringsartsen onjuist te achten. De beperkingen zijn op juiste wijze weergegeven in de FML. De aan de schatting ten grondslag liggende functies zijn in medisch opzicht passend.</para>
    <para />
    <para>3. Appellante heeft zich niet met het oordeel van de rechtbank kunnen verenigen en heeft in hoger beroep aangevoerd dat het medisch onderzoek door het Uwv onzorgvuldig is verlopen. De bevindingen van het onderzoek worden niet gedragen door het onderzoek zelf. Uit de WSW-indicatie die afgegeven is voor een periode van drie jaar blijkt dat appellante maximaal 10 uur per week kan werken. Door haar beperkingen is zij niet in staat de aan de schatting ten grondslag liggende functies te verrichten. Het Uwv is, gezien haar toegenomen beperkingen, ten onrechte niet tot een aanpassing van de FML overgegaan. Appellante is voorts van mening dat zowel de rechtbank als het Uwv geen aanvullend medisch onderzoek hebben gedaan of aanvullende medische informatie hebben opgevraagd. Tenslotte is door de rechtbank disproportioneel gewicht toegekend aan het rapport van het Uwv. </para>
    <para />
    <para>4.1. De Raad overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <para>4.2. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat het medisch onderzoek zorgvuldig is verricht. De primaire arts heeft dossierstudie verricht en appellante onderzocht. Vervolgens heeft zij de beperkingen van appellante weergegeven in de FML. De bezwaarverzekeringsarts heeft appellante ook onderzocht en heeft informatie ingewonnen bij de medische sector waar appellante onder behandeling was. De bezwaarverzekeringsarts heeft zich geheel met de beperkingen zoals die zijn weergegeven in de FML kunnen verenigen. De Raad heeft geen aanleiding om aan te nemen dat appellante op de datum in geding meer of anders beperkt is dan in de FML is opgenomen.</para>
    <para />
    <para>4.3. Nu appellante ook in hoger beroep geen gronden heeft ingediend die zich richten tegen de arbeidskundige component van de schatting, volstaat de Raad met te verwijzen naar de overwegingen in de aangevallen uitspraak waarin de rechtbank oordeelt dat de functies in medisch opzicht geschikt zijn voor appellante. De Raad maakt deze overwegingen tot de zijne.</para>
    <para />
    <para>4.4. De stelling van appellante dat zij maximaal 10 uur per week kan werken omdat er een WSW-indicatie is afgegeven voor 10 uur per week, maakt het vorenstaande niet anders. Los van het feit dat die WSW-indicatie zich niet in het dossier bevindt - de inhoud van de indicatie is ter zitting door de gemachtigde van appellante voorgelezen - is op geen enkele wijze aangetoond dat de indicatie betrekking heeft op de datum in geding. </para>
    <para />
    <para>5. Uit 4.2 tot en met 4.4 volgt dat het hoger beroep niet kan slagen. De aangevallen uitspraak dient dan ook te worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>6. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.</para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep:</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel, in tegenwoordigheid van R.L. Venneman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2011.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) G. van der Wiel.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) R.L. Venneman.</para>
    <para />
    <para />
    <para>JL</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>