<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2011:BP6484</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-27T14:05:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BP6484</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-03-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-1545 WW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2011:BP6484">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2011:BP6484</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:46:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2011:BP6484 Centrale Raad van Beroep , 02-03-2011 / 10-1545 WW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2011:BP6484:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Herziening en terugvordering WW-uitkering. Geen opgave gedaan van werkzaamheden. Het standpunt m.b.t. de boete wordt in hoger beroep verlaten. Geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. Appellant heeft niet gereageerd op de brieven inzake een mogelijke betalingsregeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2011:BP6484:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>10/1545 WW</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellant] , wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 26 februari 2010, 09/1655 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellant  </para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).  </para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 2 maart 2011</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellant heeft mr. A.L. Kuit, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    <para>  </para>
    <para>Naar aanleiding van vragen van de Raad heeft het Uwv bij brief van 21 september 2010 meegedeeld dat hij zijn standpunt met betrekking tot de opgelegde boete heeft herroepen.   </para>
    <para>  </para>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 januari 2011. Appellant en zijn gemachtigde zijn, met bericht, niet verschenen. Namens het Uwv is mr. drs. J. Hut verschenen. </para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1.1. Appellant ontving met ingang van 21 september 2007 een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW). Op de zogenoemde werkbriefjes over de periode van 9 juni 2008 tot en met 6 juli 2008 heeft appellant geen opgave gedaan van werkzaamheden, terwijl is gebleken dat appellant in die periode werkzaamheden heeft verricht voor Vedior Uitzendbureau B.V. (hierna: Vedior). De WW-uitkering van appellant is in die periode doorbetaald. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2. Bij besluit van 15 januari 2009 heeft het Uwv de WW-uitkering van appellant </para>
      <para>herzien over de periode van 16 juni 2008 tot en met 6 juli 2008. Bij hetzelfde </para>
      <para>besluit heeft het Uwv een bedrag van € 624,10 bruto als onverschuldigd betaalde </para>
      <para>uitkering van appellant teruggevorderd. Bij besluit van 29 januari 2009 is appellant </para>
      <para>een boete opgelegd van € 105,-- vanwege het niet nakomen van de </para>
      <para>inlichtingenplicht en bij besluit van 12 maart 2009 heeft het Uwv appellant </para>
      <para>verzocht het bedrag van € 624,10 dat appellant teveel aan WW-uitkering heeft</para>
      <para>ontvangen in één keer aan het Uwv terug te betalen. Het Uwv heeft voormelde</para>
      <para>besluiten gehandhaafd bij besluit van 13 mei 2009 (hierna: het bestreden besluit).  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. </para>
    <para />
    <para>3. In hoger beroep blijft appellant zich op het standpunt stellen dat het Uwv bekend kon zijn van de inkomsten die hij genereerde en dat de uitkering ten onrechte met terugwerkende kracht is herzien. Appellant meent verder dat het Uwv om dringende redenen had moeten afzien van terugvordering, omdat hij in financiële moeilijkheden komt bij terugbetaling van het bedrag.    </para>
    <para />
    <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.  </para>
    <para />
    <para>5. De Raad stelt allereerst vast dat nu het Uwv in hoger beroep het standpunt met betrekking tot de boete heeft verlaten de aangevallen uitspraak niet in stand kan blijven. Het bestreden besluit kan daarom in zoverre evenmin in stand blijven terwijl ook het besluit van 29 januari 2009 waarbij de boete is opgelegd dient te worden herroepen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.1. Ingevolge artikel 22a, eerste lid, aanhef en onder a, van de WW, voor zover hier van belang, herziet het Uwv een besluit tot toekenning van uitkering indien de uitkering ten onrechte is verleend. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat appellant niet heeft betwist dat hij in de periode van 16 juni 2008 tot en met 6 juli 2008 werkzaamheden heeft verricht voor Vedior en dat hij deze niet heeft vermeld op het betreffende werkbriefje. Hiermee heeft appellant niet voldaan aan zijn inlichtingenplicht. Of het Uwv op de hoogte was van zijn inkomsten, wat daar ook van zij, is voor het onderhavige geding niet van belang. Vast staat derhalve dat hem over voormelde periode ten onrechte uitkering ingevolge de WW is toegekend. Gelet hierop heeft het Uwv zich terecht bevoegd geacht de WW-uitkering van appellant over de voormelde periode met terugwerkende kracht te herzien.  </para>
      <para>Ingevolge artikel 36, eerste lid, van de WW, is het Uwv gehouden de als gevolg van de herziening onverschuldigd betaalde uitkering terug te vorderen, tenzij er sprake is van dringende redenen om van terugvordering af te zien. Dat appellant als gevolg van de schuld een “gat in de begroting” heeft, is geen dringende reden om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien. Daarvan kan slechts sprake zijn indien de terugvordering tot onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen heeft geleid, waarvan is niet gebleken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5.2. Appellant is bij brieven van 20 januari 2009 en 18 februari 2009 door het Uwv in de gelegenheid gesteld een betalingsregeling te treffen als hij het bedrag niet in één keer zou kunnen voldoen. Daarop heeft appellant niet gereageerd. Een betalingsregeling die eerder met appellant was getroffen is hij niet nagekomen. Met betrekking tot de invordering van het bedrag aan onverschuldigd betaalde WW-uitkering, welk bedrag appellant in één keer dient terug te betalen is de Raad met de rechtbank dan ook van oordeel dat het Uwv daartoe terecht kunnen besluiten.  </para>
    <para />
    <para>6. De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten van appellant en begroot deze op kosten van rechtsbijstand in bezwaar tot een bedrag van € 322,--, in beroep van € 644,-- en in hoger beroep van € 437,--, in totaal derhalve € 1.403,--.  </para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep;</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de aangevallen uitspraak voorzover daarbij het beroep tegen de boete ongegrond is verklaard;</para>
      <para>Verklaart het beroep tegen het besluit van 13 mei 2009, voorzover daarbij de boete is gehandhaafd, gegrond;</para>
      <para>Herroept het besluit van 29 januari 2009; </para>
      <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige;</para>
      <para>Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van in totaal € 1.403,--, te betalen aan de griffier van de Raad;</para>
      <para>Bepaalt dat het Uwv aan appellant het door hem betaalde griffierecht van € 151, -- vergoedt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van T. Dolderman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 maart 2011.</para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) H.G. Rottier.</para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) T. Dolderman.</para>
    <para />
    <para>TM</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>