<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2010:BO9556</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-27T11:44:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BO9556</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-12-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-148 WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BO9556">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BO9556</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:26:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-01-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2010:BO9556 Centrale Raad van Beroep , 29-12-2010 / 10-148 WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2010:BO9556:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Intrekking WAO-uitkering. Geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid. Ten aanzien van het tillen en dragen zijn beperkingen opgenomen in de FML op grond waarvan de thans geduide functies zijn geselecteerd en gemotiveerd passend zijn bevonden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2010:BO9556:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>10/148 WAO</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 30 november 2009, 08/2027 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellante</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 29 december 2010</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellante heeft mr. R.C. van den Berg, advocaat te Waalwijk, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 november 2010, waar voor appellante is verschenen haar gemachtigde en waar het Uwv zich heeft laten vertegenwoordigen door I.T.A. Duijs. </para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>Appellante is op 6 november 1998 uit haar functie van postsorteerster vanwege rugklachten met uitstraling naar haar linkerbeen uitgevallen. Tevens heeft zij migraineklachten. Per einde wachttijd is haar een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, berekend naar de klasse 80 tot 100%. </para>
    <para />
    <para>2.1. Het beroep van appellante is gericht tegen het besluit van 5 mei 2008 (hierna: bestreden besluit), waarbij het Uwv heeft gehandhaafd zijn besluit van 4 juli 1997. Daarbij is bepaald dat de WAO-uitkering van appellante per 29 augustus 2007 wordt ingetrokken omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt.</para>
    <para />
    <para>2.2. De rechtbank kan zich blijkens de overwegingen van de aangevallen uitspraak verenigen met de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit. </para>
    <para />
    <para>3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat het Uwv in onvoldoende mate rekening heeft gehouden met haar beperkingen. Appellante heeft ernstige rugklachten vanwege een discopathie op het niveau L5-S1 en in mindere mate op L3-L4 en L4-L5. Ter ondersteuning van haar standpunt wijst zij op een in beroep overgelegde brief van orthopedisch chirurg N. Verschoor van 20 mei 2009. Voorts wordt de geschiktheid van de geduide functies betwist. Appellante wijst er op dat in de geduide functies lopende bandwerkzaamheden worden verricht voor welke werkzaamheden zij ongeschikt is bevonden in het eigen werk. </para>
    <para />
    <para>4.1. De Raad overweegt het volgende. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.2. De Raad heeft geen aanleiding gezien over de medische grondslag van het bestreden besluit een ander oordeel te geven dan de rechtbank. Evenmin als de rechtbank ziet de Raad aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de door het Uwv vastgestelde belastbaarheid van appellante. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat blijkens zijn rapport van </para>
      <para>8 mei 2007 verzekeringsarts H. Vogelsang appellante heeft onderzocht. Daarbij heeft hij een anamnese afgenomen, kennis genomen van de visie van appellante over haar gezondheidssituatie, waaronder haar rugklachten, en heeft hij informatie van de huisarts alsmede de eerdere medische beoordelingen bij zijn overwegingen betrokken. Naar aanleiding van deze onderzoeken heeft de verzekeringsarts beperkingen aangenomen die zijn neergelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 8 mei 2007. Bezwaarverzekeringsarts A.J. Hoffman heeft in zijn rapport van 28 maart 2008 overtuigend en afdoende aangegeven waarom de door verzekeringsarts Vogelsang opgestelde FML kan worden gevolgd. Wat betreft de in beroep overgelegde brief van orthopedisch chirurg Verschoor van 20 mei 2009, schaart de Raad zich achter de reactie van bezwaarverzekeringsarts Hoffman van 14 april 2010 die voor de in deze brief genoemde verslechtering van de rug- en beenklachten sedert september 2008, ruim een jaar na datum in geding, geen aanleiding ziet te twijfelen aan de beperkingen vastgesteld op datum in geding. </para>
      <para>De Raad constateert verder dat in hoger beroep geen nadere (medische) stukken zijn ingediend die twijfel zouden kunnen oproepen aan de juistheid van het standpunt van de (bezwaar)verzekeringsarts. Tot slot merkt de Raad op dat aan de eigen mening van appellante met betrekking tot haar gezondheidstoestand niet dat gewicht kan worden toegekend dat appellante daaraan gehecht wil zien.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.3. Wat betreft de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit is de Raad van oordeel dat bezwaararbeidsdeskundige J.A.F. Vrijburg in zijn rapport van 29 april 2008 genoegzaam heeft onderbouwd dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies van inpakker (SBC-code 111190), productiemedewerker papier, karton, drukkerij (SBC-code 111174) en productiemedewerker industrie (SBC-code 111180) berekend zijn voor de belastbaarheid van appellante. De stelling dat in deze functies sprake is van “lopende bandwerkzaamheden” waarvoor appellante ongeschikt is bevonden, volgt de Raad niet. Uit het rapport van arbeidsdeskundige F. van Alphen van 27 juni 2007 blijkt dat appellante niet zozeer ongeschikt is bevonden voor haar eigen werk vanwege “lopende bandwerkzaamheden” als wel vanwege de tillende en dragende aspecten van de werkzaamheden. Ten aanzien van het tillen en dragen zijn beperkingen opgenomen in de FML op grond waarvan de thans geduide functies zijn geselecteerd en gemotiveerd passend zijn bevonden. </para>
    <para />
    <para>4.4. Hetgeen in 4.2 en 4.3 is overwogen, leidt de Raad tot de conclusie dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, bevestigd moet worden.</para>
    <para />
    <para>5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.</para>
    <para> </para>
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende;</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door C.P.M. van de Kerkhof in tegenwoordigheid van A.L. de Gier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 december 2010.</para>
    <para />
    <para>(get.) C.P.M. van de Kerkhof.</para>
    <para />
    <para>(get.) A.L. de Gier.</para>
    <para />
    <para>NK</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>