<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2010:BO9529</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-27T11:47:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BO9529</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-12-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-4216 WWB</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BO9529">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BO9529</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:26:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-01-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2010:BO9529 Centrale Raad van Beroep , 28-12-2010 / 10-4216 WWB</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2010:BO9529:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ingangsdatum bijstandsuitkering. Geen nader bewijs dat eerder een aanvraag om bijstand is gedaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2010:BO9529:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>10/4216 WWB</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van 2 juli 2010, 07/672 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Bestuurscommissie Sociale Dienst Drechtsteden (hierna: Bestuurscommissie)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 28 december 2010</para>
    <para />
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellant heeft mr. M.R. Dill, advocaat te Hendrik Ido Ambacht, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>De Bestuurscommissie heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op 16 november 2010, waar partijen </para>
      <para>- zoals vanwege appellant aangekondigd - niet zijn verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.</para>
    <para />
    <para>1.1. Appellant ontving sinds 26 november 1980 bijstand naar de norm voor een alleenstaande, laatstelijk op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Bij besluit van 25 oktober 2005 heeft het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Dordrecht (hierna: College) de bijstand van appellant met ingang van 26 juni 1985 ingetrokken en de ten onrechte gemaakte kosten van bijstand van hem teruggevorderd. Dit besluit heeft na bezwaar en beroep bij uitspraak van de Raad van 8 december 2009, LJN BK8320, rechtskracht verkregen voor zover het betrekking heeft op de periode vanaf 1 januari 1996 en is voor het overige herroepen.</para>
    <para />
    <para>1.2. Bij besluit van 6 maart 2006 heeft het College appellant met ingang van 1 december 2005 weer bijstand verleend op grond van de WWB. Appellant heeft - voor zover nog van belang - bezwaar gemaakt tegen de ingangsdatum van dit besluit. Bij besluit van 1 juni 2007 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 6 maart 2006 ongegrond verklaard. Nadat appellant tegen dit besluit beroep had ingesteld, heeft de Bestuurscommissie als rechtsopvolgster van het College bij besluit van 5 september 2008 het besluit van 1 juni 2007 ingetrokken en het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. Bij besluit van 18 september 2008 heeft de Bestuurscommissie het besluit van 5 september 2008 ingetrokken en het bezwaar - voor zover hier van belang - ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank - voor zover hier van belang - het beroep tegen het besluit van 18 september 2008 ongegrond verklaard. Zij heeft daartoe onder meer overwogen dat appellant geen onderbouwing heeft gegeven voor zijn standpunt dat hij zich eerder dan op 1 december 2005 heeft gemeld voor het doen van een aanvraag om bijstand.</para>
    <para />
    <para>3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd voor zover de rechtbank het beroep tegen het besluit van 18 september 2008 ongegrond heeft verklaard. Hij betoogt dat hem met ingang van 2 november 2005 bijstand moet worden verleend, omdat hij op die dag een aanvraag heeft gedaan. Appellant erkent dat hij op dit punt geen nader bewijs heeft ingediend of kunnen indienen. Hij deelt mee dat hij druk doende is dit bewijs te vergaren. Hij wenst de mogelijkheid te behouden dit aan de Raad over te leggen.</para>
    <para />
    <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling, waarbij hij voor de van belang zijnde wettelijke bepalingen verwijst naar de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>4.1. Uit de uitspraak van de Raad van 16 maart 2010, LJN BL8816, volgt dat het College bevoegd was het primaire besluit van 6 maart 2006 te nemen en dat de Bestuurscommissie bevoegd was het besluit op bezwaar van 18 september 2008 te nemen.</para>
    <para />
    <para>4.2. De Raad stelt vast dat appellant in hoger beroep geen nader bewijs of onderbouwing heeft aangedragen van zijn stelling dat hij reeds op 2 november 2005 een aanvraag om bijstand heeft gedaan. Bij die stand van zaken heeft de rechtbank terecht op de door haar gegeven gronden geconcludeerd dat appellant zijn stelling niet aannemelijk heeft gemaakt. Daarom faalt het hoger beroep. De aangevallen uitspraak komt - voor zover aangevallen - voor bevestiging in aanmerking.</para>
    <para />
    <para>5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep;</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door O.L.H.W.I. Korte, in tegenwoordigheid van N.M. van Gorkum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 december 2010.</para>
    <para />
    <para>(get.) O.L.H.W.I. Korte.</para>
    <para />
    <para>(get.) N.M. van Gorkum.</para>
    <para />
    <para>IJ</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>