<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2010:BO9342</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-27T11:44:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BO9342</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-12-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-84 WUBO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BO9342">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BO9342</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:26:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-12-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2010:BO9342 Centrale Raad van Beroep , 16-12-2010 / 10-84 WUBO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2010:BO9342:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing aanvraag ingediend om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en toekenning van een toeslag, een periodieke uitkering en een tegemoetkoming voor de kosten van deelname aan het maatschappelijk verkeer op grond van de Wubo.  Verweerster heeft, rekening houdend met historische gegevens en gegevens uit relatiedossiers, op goede gronden geweigerd te aanvaarden dat appellant gebeurtenissen heeft meegemaakt die onder de Wubo vallen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2010:BO9342:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>10/84 WUBO</para>
    <para />
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)</para>
    <para />
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 16 december 2010</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerster van 23 december 2009, kenmerk BZ 9295 JZ/H60/2009 (hierna: bestreden besluit), genomen ter uitvoering van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940 1945 (Wubo). </para>
    <para />
    <para>Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 november 2010. Appellant is niet verschenen. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.T.M. Vroom-van Berckel, werkzaam bij de Pensioen  en Uitkeringsraad.</para>
    <para />
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.</para>
    <para />
    <para>1.1. Appellant, geboren in 1941 in het toenmalige Nederlands-Indië, heeft in januari 2009 een aanvraag ingediend om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en toekenning van een toeslag, een periodieke uitkering en een tegemoetkoming voor de kosten van deelname aan het maatschappelijk verkeer op grond van de Wubo.</para>
    <para />
    <para>1.2. Bij besluit van 17 augustus 2009, na bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit, heeft verweerster deze aanvraag afgewezen.</para>
    <para />
    <para>2. Naar aanleiding van hetgeen in beroep is aangevoerd, overweegt de Raad als volgt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.1. Op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wubo wordt   voor zover hier van belang   onder burger-oorlogsslachtoffer verstaan degene die tijdens de oorlogsjaren 1940 1945 of gedurende de daaraan direct aansluitende periode van ongeregeldheden in het voormalige Nederlands-Indië (de Bersiap-periode) als burger lichamelijk of psychisch letsel heeft opgelopen:</para>
      <para>- ten gevolge van met de krijgsverrichtingen direct verbonden handelingen of omstandigheden;</para>
      <para>- ten gevolge van direct tegen hem gerichte handelingen of maatregelen door de Japanse bezetter of daarmee vergelijkbare omstandigheden tijdens de Bersiap-periode; of</para>
      <para>- ten gevolge van confrontratie op jeugdige leeftijd met doodslag, executie of zware mishandeling van derden door de Japanse bezetter of daarmee vergelijkbare omstandigheden tijdens de Bersiap-periode.</para>
      <para>Daarbij geldt, volgens vaste rechtspraak van de Raad, dat algemene oorlogsomstandigheden   waaraan in meerdere of mindere mate een ieder heeft blootgestaan   niet zijn aan te merken als handelingen of maatregelen in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Wubo.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2. Uit het relaas van appellant komt naar voren dat hij tijdens de Japanse bezetting met zijn ouders woonde aan de [K.] te Soerabaja, in de buurt van de Werfstraatgevangenis. Begin 1942 is deze woning door de Japanners doorzocht en gevorderd, waarna appellant door zijn baboe is opgenomen in haar woning in de kampong Pesapen. In deze kampong werd gevochten, en dan werd appellant door de baboe verstopt. Ook appellant zou in de kampong, tot bloedens toe, met jongens hebben gevochten en met stenen hebben gesmeten naar alles wat hem vijandig was.</para>
      <para>Naar het oordeel van de Raad heeft verweerster zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat deze feiten en omstandigheden niet onder de werking van de Wubo kunnen worden gebracht. Niet is gebleken dat bij de confiscatie van de ouderlijke woning excessief geweld is gebruikt. Voor appellant is vervangende woonruimte gevonden bij de baboe. De gevechten in de kampong Pesapen zijn niet uit andere bronnen bevestigd. Voor zover uit de beschrijving van appellant moet worden afgeleid dat hij direct   actief   bij zulke gevechten betrokken is geweest, is dit gezien zijn toenmalige leeftijd niet aannemelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.3. In de Bersiap-periode is appellant, naar hij heeft verklaard, teruggekeerd naar de woning aan de [K.]. Daar heeft hij regelmatig gezien hoe gevangenen werden opgebracht. Rond het huis werd ook regelmatig geschoten, waarbij slachtoffers vielen. In het najaar van 1945 heeft bij de gevangenis een bevrijdingsactie plaatsgevonden. Verder heeft appellant gesteld dat hij is ondergebracht in een weeshuis, waar hij honger heeft geleden, onder smerige omstandigheden heeft moeten leven en niet over bewijs van zijn identiteit beschikte.</para>
      <para>Ook in dit gedeelte van het relaas van appellant heeft verweerster geen calamiteiten behoeven te onderkennen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wubo. Niet is gebleken dat appellant of zijn familieleden direct bij beschietingen aan de [K.] betrokken zijn geweest of dat daarbij grote materiële schade is aangericht. Van het neerschieten van mensen aan de [K.] is geen bevestiging verkregen. Voorts kan uit de beschrijving door appellant onvoldoende worden afgeleid dat hij dit zelf heeft meegemaakt. Voor het overige gaat het om oorlogsomstandigheden met een algemeen karakter, waarop de Wubo geen betrekking heeft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.4. Het vorenstaande betekent dat verweerster, rekening houdend met historische gegevens en gegevens uit relatiedossiers, op goede gronden heeft geweigerd te aanvaarden dat appellant gebeurtenissen heeft meegemaakt die onder de Wubo vallen. De op die wet berustende aanvraag is daarom terecht afgewezen. </para>
      <para>Hiermee wil niet gezegd zijn dat appellant geen afschuwelijke en ingrijpende dingen heeft beleefd. Echter, de feiten waarop de Wubo van toepassing is, zijn door de wetgever nauw omschreven. Aan die omschrijving voldoet het geval van appellant niet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.5. Het beroep moet dus ongegrond worden verklaard.</para>
    <para />
    <para>3. Voor een proceskostenveroordeling met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep;</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en R. Kooper en G.L.M.J. Stevens als leden, in tegenwoordigheid van B. Bekkers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 december 2010.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) A. Beuker-Tilstra.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) B. Bekkers.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>HD</para>
      <para>13.12</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>