<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2010:BO9246</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-27T11:44:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BO9246</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-12-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-2328 WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BO9246">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BO9246</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:26:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-12-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2010:BO9246 Centrale Raad van Beroep , 24-12-2010 / 10-2328 WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2010:BO9246:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Herziening WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2010:BO9246:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>10/2328 WAO</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellant] wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 11 maart 2010, 08/2923 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 24 december 2010</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellant heeft mr. B.P. Kuhn, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.  </para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 november 2010. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Kuhn. Als tolk is A.M. de Jonge opgetreden. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Sluijs. </para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Appellant is werkzaam geweest als productiemedewerker. Op 9 juni 1995 heeft hij zich vanuit een situatie dat hij uitkering ingevolge de Werkloosheidswet ontving ziek gemeld. Na het doorlopen van de wettelijke wachtperiode is appellant per 7 juni 1996 in aanmerking gebracht voor een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) laatstelijk berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Verzekeringsarts J.D. Klein Ovink heeft op </para>
      <para>14 november 2007 een medisch onderzoek verricht en de beperkingen van appellant vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Aansluitend heeft arbeidsdeskundige H.C. Groen op 18 februari 2008 functies geselecteerd, tot het vervullen waarvan appellant in staat is geacht. Op grond van een vergelijking tussen het voor appellant geldende maatmaninkomen met de loonwaarde van de middelste van de drie functies met de hoogste loonwaarde is de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 65 tot 80%. Bij besluit van 18 februari 2008 is de WAO-uitkering van appellant per 19 april 2008 dienovereenkomstig herzien. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. In bezwaar heeft appellant aangevoerd dat onvoldoende rekening is gehouden met de psychische klachten, de schouderproblematiek, de leverontsteking, alsmede de chronische moeheid. Voorts heeft het Uwv, aldus appellant ter hoorzitting ten onrechte geen rekening gehouden met astmatische klachten. Appellant heeft diverse medische gegevens overgelegd, waaronder een brief van huisarts A.K. Lie van 29 april 2008, een brief van neuroloog P.M.S. Gerkens van 27 augustus 2004, een brief van orthopedisch chirurg P.F. Schillemans van 1 april 2005 en brieven van maag-, darm- en leverarts A. van der Sluys Veer van 24 oktober 2005 en 22 juni 2007. Bezwaarverzekeringsarts R.H.J. van Glabbeek heeft desgevraagd nog informatie ontvangen van Schillemans van 23 juni 2008. De bezwaarverzekeringsarts heeft mede op basis van de ter hoorzitting verkregen informatie een aanvullende beperking ten aanzien van stof op item 3.6 van de FML van 13 augustus 2008 aangenomen. Bezwaararbeidsdeskundige L. Lind heeft op 26 augustus 2008 de consequenties hiervan onderzocht en is tot de conclusie gekomen dat de voorgehouden functies geschikt blijven. Bij besluit van 29 augustus 2008 (verder: bestreden besluit) is het bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    <para> </para>
    <para>3. In beroep heeft appellant onder meer aangevoerd dat onvoldoende rekening is gehouden met de longklachten. Deze zouden aan het vervullen van de voorgehouden functies in de weg staan vanwege een allergie voor schoonmaakmiddelen. Voorts zouden de moeheidsklachten zijn onderschat. Namens appellant is een verklaring van psycholoog S. Yildiz en psychiater W. Lionarons van 9 februari 2010 ingezonden, alsmede een brief van Van der Sluys Veer van 11 februari 2010. </para>
    <para />
    <para>4. Bij de aangevallen uitspraak is het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft de medische beoordeling zoals vastgelegd in de FML van 13 augustus 2008 onderschreven. Ten aanzien van de door appellant ingebrachte medische informatie overweegt de rechtbank dat de door Van der Sluys Veer geconstateerde toename van de moeheidsklachten ziet op een periode na de datum in geding. Wat betreft de psychische problematiek heeft de rechtbank overwogen dat de behandeling hiervan gericht was op activering. De rechtbank heeft appellant niet gevolgd in diens stelling de voorgehouden functies vanwege het werken met schoonmaakmiddelen niet te kunnen vervullen. </para>
    <para />
    <para>5. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de rechtbank voorbij is gegaan aan de versterkende werking van de combinatie van aandoeningen. Voorts zou de rechtbank ten onrechte geen deskundige hebben ingeschakeld. Uit het verhandelde ter zitting is gebleken, dat het hoger beroep uitsluitend gericht is tegen het oordeel van de rechtbank over de ten aanzien van appellant door de verzekeringsartsen in aanmerking genomen medische beperkingen.     </para>
    <para />
    <para>6.1. De Raad oordeelt als volgt. </para>
    <para />
    <para>6.2. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat er onvoldoende redenen zijn om te twijfelen aan de juistheid van de door de verzekeringsarts vastgestelde beperkingen. Ten aanzien van de schouder- en armproblematiek overweegt de Raad dat hiermee in de FML rekening is gehouden door appellant beperkt te achten voor schouderbelastend werk. Voor het aannemen van meer beperkingen ziet de Raad in de beschikbare medische gegevens geen aanknopingspunten. Hij tekent hierbij aan dat op een MRI in mei 2008 geen afwijkingen te vinden waren. Wat betreft de moeheidsklachten heeft de Raad vastgesteld dat ook hiermee in de FML rekening is gehouden doordat een urenbeperking is aangenomen van 4 uur per dag en 20 uur per week. Voor het aannemen van verdergaande beperkingen in verband met de moeheidsklachten ziet de Raad evenmin aanknopingspunten. Voorts overweegt de Raad dat ook met de longklachten bij het vaststellen van de beperkingen in de FML van 13 augustus 2008 rekening is gehouden. Ook overigens is de Raad niet is gebleken dat onvoldoende rekening is gehouden met de bij appellant bestaande beperkingen, noch heeft de Raad anderszins aanleiding gezien te twijfelen aan de juistheid van de medische beoordeling van het Uwv. De rechtbank heeft dan ook naar het oordeel van de Raad kunnen afzien van het inschakelen van een deskundige. </para>
    <para />
    <para>6.3. Uit het onder 6.2 overwogene vloeit voort, dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient te worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>7. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb. </para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten. </para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en C.W.J. Schoor en P.J. Stolk als leden, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 december 2010.</para>
    <para>	</para>
    <para>(get.) J.W. Schuttel.</para>
    <para />
    <para>(get.) M.A. van Amerongen.</para>
    <para />
    <para>NK</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>