<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2010:BO7886</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-27T11:09:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BO7886</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-12-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08-6209 WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BO7886">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BO7886</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:23:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-12-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2010:BO7886 Centrale Raad van Beroep , 17-12-2010 / 08-6209 WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2010:BO7886:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Intrekking WAO-uitkering. Naar het oordeel van de Raad heeft de bezwaarverzekeringsarts voldoende gemotiveerd dat op basis van de beschikbare medische gegevens een noodzaak voor een medische urenbeperking ontbreekt. Ook de brief van de psycholoog drs. J. Wiborg van 4 oktober 2010 bevat geen medisch argument op grond waarvan moet worden aangenomen dat voor een dergelijke urenbeperking op de datum in deze procedure in geding aanleiding bestond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2010:BO7886:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>08/6209 WAO</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 16 september 2008, 08/700 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellante</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 17 december 2010</para>
    <para />
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellante heeft mr. P.A. van Enckevort, advocaat te Venlo, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 november 2010. Appellante is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. S. Smeets, kantoorgenoot van mr. Van Enckevort, voornoemd. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.G.M. Huijs.</para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank ongegrond verklaard het beroep van appellante tegen het besluit van het Uwv van 17 maart 2008 (hierna: bestreden besluit), waarbij het Uwv - beslissend op bezwaar - heeft gehandhaafd zijn besluit van 12 november 2007 de uitkering van appellante op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) met ingang van 13 januari 2008 in te trekken. </para>
    <para />
    <para>1.2. De rechtbank heeft hiertoe, kort samengevat, overwogen dat de verzekeringsgeneeskundige advisering die ten grondslag ligt aan het bestreden besluit in overeenstemming is met de eisen van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten en de overigens daaraan te stellen zorgvuldigheidsvereisten. Voorts heeft de rechtbank geen aanknopingspunten gevonden de eindconclusies van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek in twijfel te trekken. Ten slotte heeft de rechtbank geoordeeld dat de voor de schatting in aanmerking genomen functies voor appellante geschikt zijn.</para>
    <para />
    <para>2. In hoger beroep heeft appellante, onder verwijzing naar de door haar in bezwaar en beroep aangevoerde gronden, alleen het oordeel van de rechtbank over de medische grondslag van het bestreden besluit betwist. Daarbij spitst het geding zich toe op de kwestie van de medische urenbeperking. Ook in hoger beroep, zoals ter zitting nader toegelicht, stelt appellante zich op het standpunt dat ten onrechte geen urenbeperking is aangenomen. Ter onderbouwing van dat standpunt heeft appellante een drietal brieven van haar behandelend cardioloog van 5 april 2007, 6 en 11 november 2008 in het geding gebracht. </para>
    <para />
    <para>3. Onder verwijzing naar de reactie van de bezwaarverzekeringsarts van 5 januari 2009 wijst de Raad er op dat uit de beide laatste brieven geen nieuwe cardiologische gegevens naar voren komen die een ander licht werpen op de klinische situatie van appellante op de datum in geding. De brief van 5 april 2007 was al in bezwaar door de bezwaarverzekeringsarts in zijn rapport van 23 augustus 2007 meegewogen. Naar het oordeel van de Raad heeft de bezwaarverzekeringsarts voldoende gemotiveerd dat op basis van de beschikbare medische gegevens een noodzaak voor een medische urenbeperking ontbreekt. Ook de brief van de psycholoog drs. J. Wiborg van 4 oktober 2010 bevat geen medisch argument op grond waarvan moet worden aangenomen dat voor een dergelijke urenbeperking op de datum in deze procedure in geding aanleiding bestond.</para>
    <para />
    <para>4. Uit voorgaande overweging volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>5. Voor een proceskostenveroordeling acht de Raad geen termen aanwezig.</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en J. Brand en J.P.M. Zeijen als leden, in tegenwoordigheid van R.L. Venneman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 december 2010.</para>
    <para />
    <para>(get.) J.W. Schuttel.</para>
    <para />
    <para>(get.) R.L. Venneman.</para>
    <para />
    <para>KR</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>