<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2010:BO7528</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-27T11:01:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BO7528</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-12-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-2093 WIA</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BO7528">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BO7528</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:22:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-12-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2010:BO7528 Centrale Raad van Beroep , 15-12-2010 / 10-2093 WIA</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2010:BO7528:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering WIA-uitkering: minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De vastgestelde medische beperkingen in de FML zijn juist vastgesteld. Geschiktheid functies. Nu het Uwv eerst in de fase van hoger beroep een correcte FML heeft gegeven, stelt de Raad vast dat de rechtbank het bestreden besluit, dat ondeugdelijk is gemotiveerd, ten onrechte in stand heeft gelaten. Proceskostenveroordeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2010:BO7528:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>10/2093 WIA</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle van 26 februari 2010, 09/1279 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellante</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 15 december 2010</para>
    <para />
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellante is hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Appellante heeft een rapport van prof. dr. G.F. Koerselman, psychiater, van 12 oktober 2010 ingezonden, waarop van de zijde van het Uwv is gereageerd onder toezending van rapporten van een bezwaarverzekeringsarts en een bezwaararbeidsdeskundige.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 november 2010. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. M. Tracey, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.J.G. Lindeman. </para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1.1. Appellante, laatstelijk werkzaam als pedagogisch medewerkster, is op 11 februari 2007 uitgevallen ten gevolge van een hersenbloeding. </para>
    <para />
    <para>1.2. Het Uwv heeft bij besluit van 8 januari 2009 vastgesteld dat voor appellante ingaande 8 februari 2008 (lees 2009) geen recht is ontstaan op een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Dit besluit berust op het standpunt van het Uwv dat appellante vanwege de doorgemaakte aandoening, de cognitieve stoornissen die nog een verbeterende trend vertonen, de afgenomen mentale spankracht en enige psychosociale stressfactoren beperkt is in haar belastbaarheid. Appellante wordt ongeschikt geacht voor de maatgevende arbeid. </para>
    <para />
    <para>1.3. Bij besluit van 15 juni 2009 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 8 januari 2009 ongegrond verklaard. Dit besluit berust op rapporten van een bezwaarverzekeringsarts en een bezwaararbeidsdeskundige.</para>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het bestreden besluit op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag berust.</para>
    <para />
    <para>3.1. Appellante heeft in hoger beroep herhaald dat het Uwv haar belastbaarheid niet juist heeft vastgesteld. Appellante heeft onder toezending van een rapport van voornoemde psychiater betoogd dat zij ten gevolge van een paniekstoornis zonder agorafobie zwaarder beperkt is in haar belastbaarheid dan door het Uwv is aangenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 28 mei 2009. Appellante heeft aangevoerd dat uit het rapport van Koerselman - onder meer - blijkt dat zij bij het optreden van een paniekaanvallen de mogelijkheid moet hebben om haar werk te onderbreken om ter geruststelling haar bloeddruk te controleren of om rust te nemen door ongeveer een kwartier te gaan liggen. Dit verdraagt zich naar de mening van appellante niet met het verrichten van productiefuncties. Appellante acht zich ongeschikt de voor haar geselecteerde functies te verrichten. </para>
    <para> </para>
    <para>3.2. Het Uwv heeft het rapport van Koerselman ter beoordeling voorgelegd aan een bezwaarverzekeringsarts. De bezwaarverzekeringsarts is akkoord gegaan met de door Koerselman voorgestane beperkingen dat appellante niet kan werken in een kleine en/of benauwde ruimtes en beperkt is voor het werken met drukke geluiden en veel mensen in een beperkte ruimte. De bezwaarverzekeringsarts achtte verdere aanpassingen van de FML niet noodzakelijk omdat uit de in bezwaar besproken informatie van de psycholoog volgde dat de paniekstoornis op de datum in geding in remissie was. De bezwaararbeidsdeskundige heeft de aan appellante voorgehouden functies onverminderd geschikt geacht voor haar.</para>
    <para />
    <para>4. De Raad overweegt als volgt. </para>
    <para />
    <para>4.1. De Raad heeft onvoldoende aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat de voor appellante vastgestelde belastbaarheid in de FML van 22 oktober 2010 onjuist is. De bezwaarverzekeringsarts K.C. Rammeloo, die appellante ter hoorzitting heeft gezien en tijdens de bezwaarprocedure verkregen informatie van behandelaars heeft betrokken bij haar beoordeling, heeft zich kunnen vinden in het standpunt van de verzekeringsarts. Rammeloo heeft de FML slechts aangescherpt voor wat betreft het beroepsmatig vervoeren van personen. In hoger beroep is door het Uwv, zoals hiervoor is weergegeven onder 3.2, nog een tweetal beperkingen aangegeven die bij de neiging naar een paniekstoornis extra belastend zijn. De bezwaarverzekeringsarts A. van den Broeke-Spieker heeft naar het oordeel van de Raad bij rapport van 22 oktober 2010 genoegzaam gemotiveerd waarom zij heeft afgezien van verdere aanpassingen aan de FML. De Raad overweegt daartoe dat uit de brief van psycholoog drs. G.M. Groeneveld van 4 mei 2009, die appellante sedert 1 mei 2007 behandelt, blijkt dat appellant weer grip kreeg op haar angst en paniek. De Raad is uit de dossierstukken verder niet gebleken dat appellante eerder heeft aangegeven dat zij bij het optreden van een paniekaanvallen de mogelijkheid moest hebben om rust te nemen door ongeveer een kwartier te gaan liggen. </para>
    <para />
    <para>4.2. Uitgaande van de juistheid van de voor appellante vastgestelde medische beperkingen in de FML van 22 oktober 2010 is de Raad van oordeel dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies, gelet op de daaraan verbonden belastende aspecten, als voor appellante in medisch opzicht geschikt dienen te worden aangemerkt.</para>
    <para />
    <para />
    <para>4.3. Nu het Uwv eerst in de fase van hoger beroep een correcte FML heeft gegeven, stelt de Raad vast dat de rechtbank het bestreden besluit, dat ondeugdelijk is gemotiveerd, ten onrechte in stand heeft gelaten. Derhalve dienen de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit te worden vernietigd. Omdat appellante bij het bestreden besluit terecht minder dan 35% arbeidsongeschikt is geacht, ziet de Raad aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de rechtsgevolgen van het te vernietigen besluit geheel in stand te laten. </para>
    <para />
    <para>5. De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de proceskosten in beroep en hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en op € 874,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep. Tevens ziet de Raad aanleiding het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de kosten van de door appellante ingeschakelde psychiater Koerselman. Op basis van de overgelegde urenspecificatie, het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht en het Besluit Tarieven in Strafzaken komen voor vergoeding in aanmerking 12,5 uur à € 111,26 = € 1390,75. </para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de aangevallen uitspraak;</para>
      <para>Verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit;</para>
      <para>Bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven;</para>
      <para>Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante in beroep en hoger beroep tot een bedrag groot € 2586,75;</para>
      <para>Bepaalt dat het Uwv aan appellante het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van € 152,- vergoedt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 december 2010.</para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) Ch. van Voorst.</para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) T.J. van der Torn.</para>
    <para />
    <para />
    <para>CVG</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>