<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2010:BO7210</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-27T10:55:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BO7210</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-12-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09-1077 ZW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BO7210">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BO7210</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:21:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-12-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2010:BO7210 Centrale Raad van Beroep , 08-12-2010 / 09-1077 ZW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2010:BO7210:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering ziekengeld. Geen reden om te twijfelen aan de conclusies van de (bezwaar)verzekeringsarts. Geen sprake van een tijdige ziekmelding. Als gevolg hiervan heeft de medische beoordeling eerst achteraf kunnen plaatsvinden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2010:BO7210:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>09/1077 ZW</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 2 februari 2009, 08/2420 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 8 december 2010</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 oktober 2010. </para>
      <para>Partijen zijn met bericht van verhindering niet verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN </para>
    <para />
    <para>1.1. Appellant, die van 1 juni 2003 tot 15 april 2005 als teamleider in de verslavingszorg heeft gewerkt, ontving met ingang van 1 juni 2005 een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW). Hij heeft tijdens zijn werkloosheid tot 19 maart 2007 maandelijks werkbriefjes ingezonden. Naar aanleiding van een administratieve controle in maart 2007 door het Uwv heeft appellant op 21 maart 2007 te kennen gegeven dat hij zich al in oktober 2005 had ziek gemeld. Vervolgens heeft appellant zich op 17 april 2007 alsnog met ingang van augustus 2005 ziek gemeld.</para>
    <para />
    <para>1.2. Op 22 mei 2007 is appellant gezien door een verzekeringsarts, die appellant met ingang van 17 april 2007 arbeidsongeschikt achtte, maar niet gedurende de periode van augustus 2005 tot april 2007. Aan appellant is vervolgens met ingang van 17 april 2007 ziekengeld toegekend.</para>
    <para />
    <para>1.3. Appellant heeft zich bij brief van 9 juli 2007 tot het Uwv gewend met het verzoek hem met ingang van de door hem gestelde ziekmelding van 23 augustus 2005 ziekengeld toe te kennen.</para>
    <para />
    <para>2. Bij besluit van 21 februari 2008 heeft het Uwv op de aanvraag van appellant afwijzend beslist, omdat hij per 23 augustus 2005 niet arbeidsongeschikt werd geacht in de zin van de Ziektewet.</para>
    <para />
    <para>3. Bij besluit van 24 april 2008 (het bestreden besluit) is het bezwaar van appellant tegen het besluit van 21 februari 2008 ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>4.1. De rechtbank heeft het bestreden besluit vernietigd wegens schending van de hoorplicht als bedoeld artikel 7:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank heeft hierbij overwogen dat appellant alleen een uitnodiging voor een medisch onderzoek had ontvangen en dat niet is gebleken dat het onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts tevens een hoorzitting was. </para>
    <para />
    <para>4.2. De rechtbank heeft echter de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten. De rechtbank zag geen reden om te twijfelen aan de conclusies van de (bezwaar)verzekeringsarts, dat appellant op 23 augustus 2005 niet arbeidsongeschikt was.</para>
    <para />
    <para>5. De Raad ziet in hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd geen reden om het onder 4.2 vermelde oordeel van de rechtbank niet te onderschrijven. De Raad kent met name betekenis toe aan het door de verzekeringsarts op 22 mei 2007 uitgebrachte rapport. Gelet op daarin weergegeven ziektegeschiedenis en de overige gegevens in het dossier heeft deze arts naar het oordeel van de Raad op goede gronden vastgesteld dat appellant de afgelopen twee jaar slechts lichte klachten had, niet in behandeling was, in die tijd regelmatig heeft gesolliciteerd, en WW-uitkering heeft ontvangen, hetgeen de conclusie rechtvaardigt dat arbeidsongeschiktheid in de periode van augustus 2005 tot april 2007 niet aannemelijk is. De Raad heeft hierbij in aanmerking genomen dat naar zijn oordeel niet is komen vast te staan dat appellant zich reeds in augustus 2005 bij het Uwv had ziek gemeld. In het dossier bevinden zich geen gegevens waaruit blijkt dat appellant zich destijds telefonisch heeft ziek gemeld. Van een tijdige schriftelijke ziekmelding is evenmin gebleken. Als gevolg hiervan  heeft de medische beoordeling eerst achteraf kunnen plaatsvinden. </para>
    <para />
    <para>6. Uit hetgeen onder 5 is overwogen volgt dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, moet worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>7. De Raad acht geen gronden aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb.</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 december 2010.</para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) Ch. van Voorst.</para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) M. Mostert.</para>
    <para />
    <para>JL</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>