<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2010:BO7187</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-27T10:55:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BO7187</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-12-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09-3932 ZW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BO7187">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BO7187</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:21:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-12-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2010:BO7187 Centrale Raad van Beroep , 08-12-2010 / 09-3932 ZW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2010:BO7187:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beëindiging ziekengeld is terecht. Appellant was in staat te achten om ten minste één van de in het kader van de WAO-beoordeling geduide functies, die geen bijzondere psychische belasting inhouden, te vervullen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2010:BO7187:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>09/3932 ZW</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 27 mei 2009, 08/3067 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 8 december 2010</para>
    <para> </para>
    <para />
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellant heeft mr. C.C.W.G.M. Janssens, advocaat te Bergen op Zoom, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 oktober 2010. Appellant en zijn gemachtigde zijn, met schriftelijk bericht, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.P.F. Oosterbos.</para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN </para>
    <para />
    <para>1.1. De feiten die in de aangevallen uitspraak zijn vermeld, worden door partijen niet betwist en vormen ook voor de Raad het uitgangspunt bij zijn oordeelsvorming.</para>
    <para />
    <para>1.2. De Raad ziet zich in dit geding gesteld voor de beantwoording van de vraag of de aangevallen uitspraak, waarmee het beroep tegen het besluit op bezwaar van 23 mei 2008 (hierna: bestreden besluit) ongegrond is verklaard, in rechte stand kan houden. Bij het bestreden besluit is het bezwaar tegen het besluit van 4 maart 2008, waarmee appellant is medegedeeld dat hij per 5 maart 2008 weer geschikt wordt geacht voor het verrichten van één van de functies uit de arbeidsmogelijkhedenlijst - ten grondslag liggend aan de hieraan voorafgaande WAO-schatting - en derhalve geen recht meer heeft op een uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW), ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak overwogen dat de verzekeringsartsen, mede gezien de beschikbare medische gegevens, terecht hebben aangenomen dat appellant in staat was te achten om ten minste één van de geduide functies, die geen bijzondere psychische belasting inhouden, te vervullen. </para>
    <para />
    <para>3.1. Appellant heeft in hoger beroep verwezen naar de gronden van het bezwaar en het beroep en heeft daarbij aangegeven, dat hij vanwege lichamelijke en psychische klachten buiten staat is welke arbeid dan ook te verrichten. Voorts had een nader medisch onderzoek naar zijn psychische klachten moeten plaatsvinden. Tot slot is opgemerkt dat eventuele nadere medische informatie aan de Raad zal worden toegezonden.</para>
    <para />
    <para>3.2. Het Uwv heeft in het verweerschrift naar voren gebracht dat het standpunt van appellant, dat hij in medisch opzicht meer beperkt is, niet met (nieuwe) medische gegevens is onderbouwd en het Uwv derhalve geen aanleiding geeft om een gewijzigd standpunt in te nemen. </para>
    <para />
    <para>4. De Raad oordeelt als volgt.</para>
    <para />
    <para>4.1. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en stelt zich achter de overwegingen van de rechtbank in de aangevallen uitspraak. Hetgeen daartegen in hoger beroep naar voren is gebracht bevat, in vergelijking met hetgeen in bezwaar en in beroep is aangevoerd, geen nieuwe informatie en wordt ook niet onderbouwd met (nieuwe) medische gegevens. Dit geeft de Raad derhalve onvoldoende aanknopingspunten om tot een ander oordeel te komen of tot het (doen) instellen van een nader medisch onderzoek.</para>
    <para />
    <para>4.2. Het vorenstaande leidt de Raad tot de slotsom dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.</para>
    <para />
    <para>5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake de vergoeding van proceskosten.</para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 december 2010.</para>
    <para />
    <para>			</para>
    <para>(get.) Ch. van Voorst.</para>
    <para>					</para>
    <para>(get.) M. Mostert.</para>
    <para />
    <para>KR</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>