<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2010:BO3956</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-27T09:48:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BO3956</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-11-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-285 WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BO3956">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BO3956</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:13:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-11-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2010:BO3956 Centrale Raad van Beroep , 12-11-2010 / 10-285 WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2010:BO3956:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering WAO-uitkering toe te kennen, op de grond dat appellant niet voldoet aan de voorwaarden om wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid na een verkorte wachttijd van vier weken in aanmerking te komen voor een WAO-uitkering. Ook in hoger beroep heeft appellant geen medische gegevens overgelegd die zijn stelling onderbouwen dat ten onrechte geen toegenomen beperkingen zijn aangenomen ten gevolge van dezelfde oorzaak als die op grond waarvan hij ongeschikt was tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte of gebreken per 7 oktober 2004. Geen aanleiding tot het instellen van een onderzoek door een onafhankelijk medisch deskundige.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2010:BO3956:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>10/285 WAO</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 7 december 2009, 08/1890 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 12 november 2010</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellant heeft mr. J.G.M. Nass, advocaat te Gulpen, hoger beroep ingesteld. </para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 oktober 2010. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Nass. Het Uwv was vertegenwoordigd door F.P.L. Smeets.</para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1.1. Voor een uitgebreide weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat met het volgende. </para>
    <para />
    <para>1.2. Bij besluit van 6 oktober 2008 is ongegrond verklaard het bezwaar tegen het besluit van 6 mei 2008, waarin aan appellant is meegedeeld dat hem, naar aanleiding van zijn aanvraag van 22 februari 2008, geen WAO-uitkering wordt toegekend op de grond dat hij niet voldoet aan de voorwaarden om wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid na een verkorte wachttijd van vier weken in aanmerking te komen voor een WAO-uitkering. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 6 oktober 2008 ongegrond verklaard. </para>
      <para>De rechtbank heeft daartoe overwogen dat niet is gebleken dat het Uwv geen goed beeld heeft gehad van de gezondheidstoestand van appellant. In dit verband is door de rechtbank van belang geacht dat zowel de verzekeringsarts als de bezwaarverzekeringsarts appellant hebben onderzocht en de verzekeringsarts informatie van de huisarts tot haar beschikking heeft gehad. De rechtbank is van oordeel dat uit de ter beschikking staande medische gegevens niet is kunnen blijken dat appellant ten gevolge van dezelfde ziekteoorzaak, als waarvoor hij in 2004 ongeschikt tot het verrichten van zijn arbeid is geworden, binnen vijf jaar na 7 oktober 2004 toegenomen arbeidsongeschikt is geworden. Appellant heeft geen gegevens overgelegd die zijn stelling onderbouwen dat hij toegenomen beperkt is als gevolg van dezelfde klachten als die in 2004. De door appellant overgelegde informatie van specialisten uit 2008 en 2009 ziet volgens de rechtbank op de nieuwe, na 2004 ontstane, klachten. Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank geen aanleiding gezien om een deskundige te benoemen, zoals door appellant is verzocht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. In hoger beroep heeft appellant dezelfde gronden aangevoerd als welke in beroep naar voren zijn gebracht. Appellant stelt nadrukkelijk dat een medisch deskundige moet worden benoemd. </para>
    <para />
    <para>4.1. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan in de aangevallen uitspraak ten grondslag gelegde overwegingen. Ook in hoger beroep heeft appellant geen medische gegevens overgelegd die zijn stelling onderbouwen dat ten onrechte geen toegenomen beperkingen zijn aangenomen ten gevolge van dezelfde oorzaak als die op grond waarvan hij ongeschikt was tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte of gebreken per 7 oktober 2004. De Raad ziet daarom evenmin als de rechtbank aanleiding het verzoek tot het instellen van een onderzoek door een onafhankelijk medisch deskundige in te willigen.  </para>
    <para> </para>
    <para>4.2. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep geen doel treft. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. </para>
    <para />
    <para>5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. </para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak. </para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van van A.L. de Gier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 november 2010. </para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) J. Brand.</para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) A.L. de Gier.</para>
    <para />
    <para>JL</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>