<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2010:BO1299</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-27T08:48:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BO1299</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-10-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09-6501 ZW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BO1299">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BO1299</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:06:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-10-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2010:BO1299 Centrale Raad van Beroep , 20-10-2010 / 09-6501 ZW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2010:BO1299:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering ziekengeld. Geen aanleiding voor het aannemen van meer of verdergaande beperkingen. Uitgaand van de juistheid van de in de FML vastgelegde medische beperkingen, is voorts niet gebleken dat appellante op de in geding zijnde datum niet ten minste één van de geselecteerde functies in het kader van de WAO-schatting zou kunnen vervullen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2010:BO1299:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>09/6501 ZW</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 oktober 2009, 08/1392 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellante</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 20 oktober 2010</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellante heeft mr. H.J.J. Hendrikse, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 september 2010. Zoals tevoren bericht, zijn appellante noch haar gemachtigde verschenen en heeft het Uwv zich niet laten vertegenwoordigen. </para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.1. Appellante is op 7 april 1997 met klachten aan haar voeten en enkels uitgevallen voor haar werk als secretaresse voor 28 uur per week. Nadien heeft zij ook rug- en nekklachten gekregen. Per 9 augustus 1999 is aan appellante een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Bij besluit van 29 oktober 2003 is de WAO-uitkering met ingang van </para>
      <para>15 december 2003 ingetrokken. Het tegen laatstgenoemd besluit gerichte bezwaar van appellante is bij besluit van </para>
      <para>22 december 2004 ongegrond verklaard, omdat appellante geschikt wordt geacht de haar geduide functies te verrichten.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2. Op 2 augustus 2007 heeft appellante zich (opnieuw) vanuit een uitkeringssituatie ingevolge de Werkloosheidswet ziek gemeld met - naast de bestaande pijnklachten - toegenomen hoofdpijn- en duizeligheidsklachten. De verzekeringsarts </para>
      <para>E. Tolsma heeft appellante op 22 januari 2008 onderzocht en heeft, mede gelet op de informatie van behandelend revalidatiearts Vollebregt, geconcludeerd dat bij appellante geen sprake is van nieuwe dan wel toegenomen beperkingen ten opzichte van de beperkingen die al opgenomen zijn in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 3 september 2003. De verzekeringsarts heeft appellante hersteld verklaard voor de destijds in het kader van de WAO-beoordeling geselecteerde functie van productiemedewerker. </para>
      <para>Bij besluit van 23 januari 2008 heeft het Uwv geweigerd om appellante met ingang van 24 januari 2008 nog verder een uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) te betalen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.3. De bezwaarverzekeringsarts heeft appellante op de hoorzitting op 20 maart 2008 gezien en heeft in zijn rapportage geconcludeerd dat de foto (uit 2005) van de lumbale wervelkolom een lichte discopathie L5-S1 vertoont, maar onvoldoende ernstig voor bijstelling van de FML. De bezwaarverzekeringsarts heeft appellante, met inachtneming van haar beperkingen, per 24 januari 2008 geschikt geacht voor de in het kader van de WAO-beoordeling geselecteerde functies, met uitzondering van de functie receptionist/baliemedewerker. Het tegen het besluit van 23 januari 2008 gemaakte bezwaar heeft het Uwv bij besluit van 28 maart 2008 ongegrond verklaard. Tegen dit besluit (hierna: het bestreden besluit) is appellante in beroep gegaan.</para>
    <para />
    <para>1.4. In de nadere rapportage van 8 juli 2008 heeft de bezwaarverzekeringsarts aangegeven dat appellante in 2006 voor het laatst bij de neuroloog was. De bezwaarverzekeringsarts heeft gerapporteerd dat bij onderzoek geen objectiveerbare bevindingen werden geconstateerd en dat het klachtenpatroon van appellante typisch is voor fibromyalgie. Gelet op de informatie van de revalidatiearts uit 2007 was er geen indicatie om alsnog een foto op te vragen. </para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank heeft het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>3. In hoger beroep heeft appellante zich op het standpunt gesteld dat de bezwaarverzekeringsarts ten onrechte geen recente nekfoto’s heeft opgevraagd bij de neuroloog. Verder is appellante van mening dat in de FML van 3 september 2003 ten onrechte de mogelijkheid om tussentijds te kunnen vertreden niet als beperking is opgenomen. </para>
    <para />
    <para>4. De Raad overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <para>4.1. Ingevolge artikel 19, eerste en vierde lid, van de ZW heeft de verzekerde bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid, als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken, recht op ziekengeld.</para>
    <para />
    <para>4.2. Uit de medische gegevens kan naar het oordeel van de Raad niet worden afgeleid dat de (bezwaar)verzekeringsartsen appellantes gezondheidstoestand ten tijde in geding onjuist hebben beoordeeld. Voor het aannemen van meer of verdergaande beperkingen voor appellante ziet de Raad op grond van de beschikbare informatie geen aanleiding. Naar het oordeel van de Raad heeft het UWV zich terecht op het standpunt gesteld dat de beschikbare informatie geen aanleiding gaf tot het opvragen van recente nekfoto’s. Overigens bestond voor appellante de mogelijkheid om zelf recente foto’s in het geding te brengen.  </para>
    <para />
    <para>4.3. Uitgaand van de juistheid van de bij appellante in de FML vastgelegde medische beperkingen, is de Raad voorts niet gebleken dat appellante op de in geding zijnde datum niet ten minste één van de geselecteerde functies zou kunnen vervullen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.4. De Raad onderschrijft mitsdien het oordeel van de rechtbank dat appellante op goede gronden met ingang van </para>
      <para>24 januari 2008 geen recht (meer) heeft op ziekengeld ingevolge de ZW. Het hoger beroep slaagt dan ook niet en de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door A.A.H. Schifferstein, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 oktober 2010.</para>
    <para />
    <para>(get) A.A.H. Schifferstein.</para>
    <para />
    <para>(get) T.J. van der Torn.</para>
    <para />
    <para>TM</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>