<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2010:BO0173</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-27T08:21:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BO0173</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-09-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09-4562 WMO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BO0173">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BO0173</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:03:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-10-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2010:BO0173 Centrale Raad van Beroep , 22-09-2010 / 09-4562 WMO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2010:BO0173:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Herindicatie huishoudelijke verzorging in het kader van de Wmo. Terecht is geconcludeerd dat appellante is aangewezen op 2 uur en 30 minuten hulp bij het huishouden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2010:BO0173:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>09/4562 WMO</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 14 juli 2010, 08/1210 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellante</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen (hierna: College)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 22 september 2010</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Appellante heeft hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het College heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 augustus 2010. Appellante is verschenen. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K.A. Volten-Deen en mr. J. Groot. </para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.</para>
    <para />
    <para>1.1. Appellante is bekend met een chronisch pijnsyndroom, fybromyalgie en een oogbeschadiging. Appellante was in verband met toepassing van het bepaalde in en krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (hierna: AWBZ) door het Centrum Indicatiestelling Zorg (hierna: CIZ) geïndiceerd voor huishoudelijke verzorging, klasse 3 (4 tot 6,9 uur per week) in de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 maart 2008.</para>
    <para />
    <para>1.2. Op 14 november 2007 heeft het College van appellante een aanvraagformulier ontvangen voor een herindicatie huishoudelijke verzorging in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).  </para>
    <para />
    <para>1.3. Het College heeft, na een advies van de indicatieadviseur van 26 juni 2008, bij besluit van 7 juli 2008 op grond van het bepaalde bij en krachtens de Wmo - voor zover hier van belang - appellante voor de periode van 17 september 2008 tot en met 16 juni 2011 in aanmerking gebracht voor huishoudelijke verzorging klasse 2 (2 tot 3,9 uur per week). De indicatie betreft de volledige overname van zwaar huishoudelijk werk en gedeeltelijke overname van licht huishoudelijk werk en de was, waarmee volgens de door het College gehanteerde normen 2 uur en 30 minuten zijn gemoeid. </para>
    <para />
    <para>1.4. Bij besluit van 28 november 2008 heeft het College het tegen het besluit van 7 juli 2008 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 28 november 2008 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het College terecht geen huishoudelijke verzorging heeft toegekend voor lichte boodschappen, nu appellante ter zitting van de rechtbank heeft verklaard de lichte boodschappen zelf te doen. Ten aanzien van zware boodschappen, het bereiden van maaltijden en klussen heeft het College zich volgens de rechtbank op goede gronden op het standpunt kunnen stellen dat appellante gebruik kan maken van voorliggende voorzieningen, die adequaat en financieel te dragen zijn. </para>
    <para />
    <para>3. Appellante heeft in hoger beroep onder meer aangevoerd dat zij al 30 jaar huishoudelijke hulp heeft, waarvan de laatste 15 jaar gedurende 6 uur per week. Omdat appellante steeds ouder wordt en er geen verbetering in haar lichamelijke gesteldheid optreedt, kan zij niet met minder dan 6 uur per week huishoudelijke hulp toe. Ter ondersteuning van haar standpunt heeft zij een aantal medische gegevens ingezonden.</para>
    <para />
    <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
    <para />
    <para>4. Voor een overzicht van de in dit geding van belang zijnde wet- en regelgeving verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. </para>
    <para />
    <para>4.1. Het hoger beroep van appellante heeft uitsluitend betrekking op de bij het besluit van 7 juli 2008 vastgestelde - en bij het besluit op bezwaar gehandhaafde - omvang van het aantal uren hulp bij de huishoudelijke verzorging van appellante voor de periode van 17 september 2008 tot en met 16 juli 2011. Het geding spitst zich toe op de vraag of bij het indicatie-onderzoek dat ten grondslag ligt aan het besluit van 7 juli 2008 terecht is geconcludeerd dat appellante is aangewezen op 2 uur en 30 minuten hulp bij het huishouden. De Raad zal zijn beoordeling hiertoe beperken. </para>
    <para />
    <para>4.2. In hetgeen in hoger beroep - deels bij wijze van herhaling van het gestelde in eerste aanleg - door appellante is aangevoerd noch anderszins in de voorhanden gegevens heeft de Raad aanknopingspunten gevonden om in een andere zin dan de rechtbank te oordelen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en voegt daar het volgende aan toe. </para>
    <para />
    <para>4.3. De door appellante in hoger beroep ingezonden medische informatie van haar huisarts kan aan het oordeel van de Raad niet afdoen, omdat de medisch adviseur van het College beschikte over informatie van de huisarts en mede op basis daarvan de beperkingen van appellante heeft vastgesteld. De brieven van de oogarts van 5 augustus 2010 en van het Paramedisch Centrum voor Reumatologie en revalidatie van gelijke datum, die zien op de situatie van appellante in 2010, werpen geen ander licht op de medische situatie van appellante in de in dit geding van belang zijnde periode. </para>
    <para>	</para>
    <para>4.4. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen slaagt het hoger beroep niet, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt. </para>
    <para />
    <para>5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. </para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep;</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door G.M.T. Berkel-Kikkert, in tegenwoordigheid van B. Bekkers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 september 2010.</para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) G.M.T. Berkel-Kikkert.</para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) B. Bekkers.</para>
    <para />
    <para>BvW</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>