<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2010:BN9650</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-05T16:40:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BN9650</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-10-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09-2712 ZW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0020434&amp;artikel=4&amp;g=2010-10-06">Beleidsregels schorsing, opschorting, intrekking en herziening uitkeringen 2006 4</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>USZ 2010/336</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BN9650">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BN9650</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:02:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-10-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2010:BN9650 Centrale Raad van Beroep , 06-10-2010 / 09-2712 ZW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2010:BN9650:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Terugvordering onverschuldigd betaalde ziekengelduitkering wegens verhoging WAO-uitkering. De Beleidsregels waarop appellante een beroep doet hebben geen betrekking op het onderhavige geval.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2010:BN9650:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>09/2712 ZW</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 7 april 2009, 08/2224 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellante</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 6 oktober 2010</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellante heeft mr. J. Heek, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 augustus 2010. Appellante is met bericht van verhindering niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.M.J. Evers.</para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1. Aan appellante is bij besluit van 24 november 2006 meegedeeld dat de ziekengelduitkering, die zij sinds 13 september 2005 ten bedrage van € 26,83 per dag ontving, werd verminderd met een bedrag van € 19,43, zijnde het bedrag waarmee haar uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering met ingang van 13 september 2005 werd verhoogd, zodat aan haar met ingang van 13 september 2005 nog € 7,40 bruto per dag aan ziekengeld werd uitbetaald.</para>
    <para />
    <para>2. Bij besluit van 4 december 2007 heeft het Uwv een bedrag van € 1.651,55 aan onverschuldigd betaalde ziekengelduitkering van appellante teruggevorderd.</para>
    <para />
    <para>3. Het namens appellante tegen het besluit van 4 december 2007 gemaakte bezwaar heeft het Uwv bij besluit van 28 maart 2008 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4. De rechtbank heeft, vaststellend dat voormeld besluit van 24 november 2006 in rechte vaststaat, het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De stelling van appellante dat het Uwv gelet op de artikelen 3 en 4 van de Beleidsregels schorsing, opschorting, intrekking en herziening uitkeringen 2006 (Besluit van het Uwv van </para>
      <para>17 oktober 2006, Stcrt. van 24 november 2006, nr. 230, hierna ook te noemen: het Besluit) niet tot terugvordering van de onverschuldigd betaalde uitkering mocht overgaan, omdat zij redelijkerwijs niet kon weten dat zij teveel ontving, heeft de rechtbank verworpen. Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat het Uwv zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat in het onderhavige geval uitsluitend sprake is van een beslissing tot terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkering en dat voormelde beleidsregels daarop geen betrekking hebben.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. In hoger beroep heeft appellante haar in eerste aanleg aangevoerde grond herhaald dat het bepaalde in artikel 4 van voormelde beleidsregels zich tegen de terugvordering verzet.</para>
    <para />
    <para>6.1. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen.</para>
    <para />
    <para>6.2. Zoals uit het opschrift en de artikelen van het Besluit blijkt is dit slechts van toepassing op schorsing, opschorting, intrekking en herziening van uitkeringen. Het enkele feit dat in artikel 4 van het Besluit een passage voorkomt waarin wordt gesproken over terugvordering, kan hieraan niet afdoen. Zoals het Uwv bij verweerschrift heeft aangevoerd, heeft de Raad in een uitspraak van 22 april 2009 (LJN BI2923) in gelijke zin beslist met betrekking tot het in dat geding nog van toepassing zijnde Besluit herziening en intrekking uitkeringen (Besluit van 4 december 1997, Stcrt 1997, nr. 245). De Raad ziet in hetgeen van de zijde van appellante is aangevoerd geen reden om met betrekking tot het Besluit tot een ander oordeel te komen.</para>
    <para />
    <para>6.3. Uit hetgeen hiervoor onder 6.1 en 6.2 is overwogen volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>7. De Raad ziet geen gronden voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en J. Riphagen en A.A.H. Schifferstein als leden, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 oktober 2010. </para>
    <para />
    <para>(get.) Ch. van Voorst.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) M. Mostert.</para>
    <para />
    <para />
    <para>NK</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>