<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2010:BN7898</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T21:36:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BN7898</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-09-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08-3084 WWB</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JWWB 2010/217</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BN7898">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BN7898</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:57:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-09-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2010:BN7898 Centrale Raad van Beroep , 14-09-2010 / 08-3084 WWB</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2010:BN7898:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing langdurigheidstoeslag. Appellante heeft in de periode van 60 maanden voorafgaande aan de peildatum inkomsten uit of in verband met arbeid ontvangen die meer bedragen dan € 1.062,-- netto en gelet op de overige omstandigheden, kan niet gezegd worden dat appellante geen arbeidsmarktperspectief heeft. De medische situatie van appellante was begin 2007 dusdanig dat er weliswaar medische beperkingen waren, maar niet van dien aard dat er geen duurzame benutbare arbeidsmogelijkheden waren. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat voor haar een zo grote afstand tot de arbeidsmarkt bestond dat gezegd kan worden dat in de relevante periode perspectief op het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid feitelijk ontbrak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2010:BN7898:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>08/3084 WWB</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante)</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 7 mei 2008, 07/5434 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellante</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Alphen aan den Rijn (hierna: College)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 14 september 2010</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Appellante heeft hoger beroep ingesteld.</para>
    <para> </para>
    <para>Het College heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Mr. Chr.F. van der Vlis, advocaat te Amsterdam, heeft de gronden in hoger beroep aangevuld en nadere stukken ingediend.</para>
    <para> </para>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2010. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Van der Vlis. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door mw. mr. J. Heijboer, werkzaam bij de gemeente Alphen aan den Rijn. </para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1. De Raad gaat op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten en omstandigheden. </para>
    <para />
    <para>1.1. Appellante, geboren in 1966, overkwam in 1999 een ongeval. Zij is in 2001 bevallen van haar jongste kind. Appellante ontving tot 13 mei 2002 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Nadat de WAO-uitkering was ingetrokken, op de grond dat appellante in staat moet worden geacht met algemeen geaccepteerde arbeid nagenoeg haar maatmanloon te verdienen, ontving zij bijstand, laatstelijk op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm voor een alleenstaande ouder. </para>
    <para />
    <para>1.2. In 2005 respectievelijk 2006 is aan haar, uitgaande van de peildatum 1 mei 2005 respectievelijk 1 mei 2006, een langdurigheidstoeslag als bedoeld in artikel 36 van de WWB toegekend.</para>
    <para />
    <para>1.3. Appellante heeft een traject bij het Ministerie van Justitie doorlopen met het oog op een aanstelling als gevangenenbewaarder. Zij is uiteindelijk in het laatste gedeelte van het traject afgewezen op de grond dat zij niet aan alle vereiste competenties voldeed. Daarna heeft appellante een training doorlopen bij de zogeheten A 3 Academie, een door de gemeente opgezet project om de arbeidsvaardigheden van deelnemers te vergroten. De bedoeling was dat appellante daarna met begeleiding van de gemeente zou re-integreren op een arbeidsplek. </para>
    <para />
    <para>1.4. Appellante heeft vervolgens - omdat zij bij voorkeur alleen in de weekenden wilde werken - op eigen initiatief via een uitzendbureau werk gevonden als passagiersvoorlichter op Schiphol. Zij heeft daar vanaf eind december 2006 tot en met begin maart 2007 in de weekenden gewerkt en hiervoor loon ontvangen ten bedrage van € 1.614,34. Daarnaast ontving zij aanvullende bijstand. Appellante heeft zich begin maart 2007 ziekgemeld wegens rugproblemen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft zich op het standpunt gesteld dat appellante voor dit werk door ziekte of gebrek ongeschikt was bij aanvang van de werkzaamheden althans dat de ongeschiktheid binnen een half jaar te verwachten viel, zodat geen aanspraak bestond op ziekengeld. </para>
    <para> </para>
    <para>1.5. Appellante heeft op 26 april 2007 een aanvraag ingediend voor een langdurigheidstoeslag, uitgaande van een peildatum die niet eerder ligt dan op 1 mei 2007. Het College heeft deze aanvraag bij besluit van 2 mei 2007, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 17 juli 2007, afgewezen. Daartoe is overwogen, kort gezegd, dat appellante in de periode van 60 maanden voorafgaande aan de peildatum inkomsten uit of in verband met arbeid heeft ontvangen die meer bedragen dan € 1.062,-- netto en dat, gelet op de overige omstandigheden, niet gezegd kan worden dat appellante geen arbeidsmarktperspectief heeft.</para>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit van 17 juli 2007 ongegrond verklaard. </para>
    <para />
    <para>3. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep hebben aangevoerd, overweegt de Raad het volgende. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.1. Ingevolge artikel 36, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de WWB, zoals deze bepaling luidde ten tijde hier van belang, verleent het college op aanvraag een langdurigheidstoeslag aan een persoon van 23 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar die:</para>
      <para>a. gedurende een ononderbroken periode van 60 maanden een inkomen heeft dat niet hoger is dan de bijstandsnorm en geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 heeft;</para>
      <para>b. gedurende de in onderdeel a bedoelde periode geen inkomsten uit of in verband met arbeid heeft ontvangen of ten aanzien van wie het college van oordeel is dat, gelet op de zeer geringe hoogte van de inkomsten uit of in verband met arbeid in die periode en de zeer geringe duur van deze arbeid, in redelijkheid niet gesproken kan worden van een feitelijke aanwezigheid van arbeidsmarktperspectief.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.2. De aanvraag van appellante strekt ertoe dat zij voor het jaar 2007 in aanmerking wordt gebracht voor langdurigheidstoeslag, met een peildatum die niet eerder ligt dan op 1 mei 2007. Bij de toetsing van het besluit van 17 juli 2007 is bepalend of appellante op 1 mei 2007 dan wel uiterlijk ten tijde van het besluit van 17 juli 2007 gedurende een onafgebroken periode van 60 maanden heeft voldaan aan de in voormeld artikel 36, eerste lid, van de WWB gestelde voorwaarden (vergelijk CRvB 21 augustus 2008, LJN BE9171). </para>
    <para />
    <para>3.3. Het College heeft voor de vaststelling of al dan niet is voldaan aan de in artikel 36, eerste lid, onder b, van de WWB neergelegde voorwaarde beleid vastgesteld. Dit beleid houdt in dat geen arbeidsmarktperspectief aanwezig wordt geacht indien een belanghebbende gedurende de referteperiode van 60 maanden in totaal niet meer inkomsten uit of in verband met arbeid heeft ontvangen dan zesmaal het bedrag, genoemd in artikel 31, tweede lid, onder o, van de WWB, zijnde in 2007 € 1.062,--. Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat dit beleid, gezien doel en strekking van de regeling van de langdurigheidstoeslag, niet onredelijk is te achten.</para>
    <para />
    <para>3.4. Appellante heeft bij het uitzendbureau meer verdiend dan laatstgenoemd bedrag. Zij vindt dat er voor haar desondanks geen arbeidsmarktperspectief was, omdat zij het werk bij het uitzendbureau vanwege haar rugklachten niet heeft kunnen volhouden en omdat het College op 8 oktober 2007 aan haar tijdelijk ontheffing heeft verleend van de voor haar geldende arbeidsverplichtingen.</para>
    <para />
    <para>3.5. Het College heeft hieromtrent het volgende aangevoerd. Appellante was eind 2006 toe aan herintreding op de arbeidsmarkt. Gelet op het door haar bij Justitie gevolgde traject en haar scholing op de A 3 Academie, was te verwachten dat zij passend werk zou vinden. Zij heeft evenwel om haar moverende redenen, zonder overleg met de gemeente, gekozen voor arbeid die niet rugsparend bleek te zijn, omdat daarbij teveel gestaan moest worden. Deze mislukte werkhervatting houdt niet in dat begin 2007 geen sprake was van arbeidsmarktperspectief. De omstandigheid dat in het najaar van 2007 aan appellante, vanwege medische en in september 2007 ontstane psychische problemen tijdelijk ontheffing is verleend van de arbeidsverplichtingen betekent niet dat begin 2007 elk arbeidsmarktperspectief voor appellante ontbrak. </para>
    <para />
    <para>3.6. Naar het oordeel van de Raad heeft het College zich op de hiervoor weergegeven gronden redelijkerwijs op het standpunt kunnen stellen dat appellante niet voldeed aan het bepaalde in artikel 36, eerste lid, onder b, van de WWB. Daarbij acht de Raad van belang dat de medische situatie van appellante begin 2007 dusdanig was dat er weliswaar medische beperkingen waren, maar niet van dien aard dat er geen duurzame benutbare arbeidsmogelijkheden waren. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat voor haar een zo grote afstand tot de arbeidsmarkt bestond dat gezegd kan worden dat in de relevante periode perspectief op het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid feitelijk ontbrak. </para>
    <para />
    <para>3.7. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. </para>
    <para />
    <para>4. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep;</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak. </para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door J.C.F. Talman als voorzitter, in tegenwoordigheid van R.L.G. Boot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 september 2010.</para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) J.C.F. Talman.</para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) R.L.G. Boot.</para>
    <para />
    <para>JvS</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>