<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2010:BN7184</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-27T07:26:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BN7184</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-09-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09-6658 WAZ</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BN7184">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BN7184</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:56:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-09-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2010:BN7184 Centrale Raad van Beroep , 14-09-2010 / 09-6658 WAZ</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2010:BN7184:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verlaging WAZ-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35-45%. Er is geen reden om te twijfelen aan de juistheid van het, gemotiveerde, oordeel van de (bezwaar-)verzekeringsarts. De verzekeringsarts koos aanvankelijk een wat voorzichtige(r) benadering toen na de (hernia)operatie in 2004 appellante opnieuw pijnklachten uitte. Beeldvormende diagnostiek is vanwege de zwangerschap vertraagd. De verzekeringsarts motiveerde overtuigend waarom die verdergaande beperkingen niet (meer) nodig zijn. Bij haar oordeelsvorming in maart 2008 beschikte de verzekeringsarts over de informatie van de appellante behandelende orthopeed, die (ook) uitgaat van aspecifieke (aanhoudende) rugklachten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2010:BN7184:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>09/6658 WAZ</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 5 november 2009, 09/448 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellante</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 14 september 2010</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellante stelde mr. M. Tracey van ARAG Rechtsbijstand hoger beroep in en zond op 4 augustus 2010 een nadere verklaring van de behandelend orthopedisch chirurg toe.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv voerde verweer en berichtte op 20 augustus 2010 dat de nadere medische inlichtingen geen nieuwe gezichtspunten bevat.</para>
    <para />
    <para>Partijen verschenen niet ter zitting van 24 augustus 2010.</para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1. Appellante ontving een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheids-verzekering zelfstandigen (Waz), berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Met zijn besluit van 8 juli 2008 verlaagde het Uwv deze uitkering. Hij deelde appellante per 24 augustus 2008 in de arbeidsongeschiktheidsklasse 35-45% in. Het bezwaar van appellante verklaarde het Uwv met zijn besluit van 16 december 2008 ongegrond.</para>
    <para />
    <para>2. Het daartegen gerichte beroep verklaarde de rechtbank ongegrond.</para>
    <para />
    <para>3.1. De Raad gaat uit van de volgende, door partijen niet betwiste, feiten.</para>
    <para />
    <para>3.2. Appellante werkte laatstelijk als zelfstandig horecaonderneemster. Dat werk staakte zij in oktober 2002 wegens rug- en maagklachten. In september 2004 is zij aan een rughernia geopereerd. Uit een MRI-onderzoek bleek dat de hernia was verdwenen en de aanwezige discusdegeneraties waren gestabiliseerd/verbeterd. De behandelend orthopeed kan de aanhoudende pijnklachten niet verklaren uit de resterende rugaandoening.</para>
    <para />
    <para>3.3. De verzekeringsarts onderzocht appellante op haar spreekuur van 4 maart 2008. Zij stelde een zogeheten Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op met beperkingen voor sociaal functioneren en rugbelastende activiteiten. De bezwaarverzekeringsarts voegde aan de FML beperkingen toe voor statistische rugbelasting en de bereikbaarheid van een toilet.</para>
    <para />
    <para>3.4. Aan de hand van die gewijzigde FML handhaafde de bezwaararbeidsdeskundige vier van de als geschikt geselecteerde functies. Het loonverlies bedraagt volgens zijn berekening ongeveer 42%. </para>
    <para />
    <para>4. In hoger beroep herhaalt appellante dat haar medische beperkingen zijn onderschat. </para>
    <para />
    <para>5.1.1. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat er geen reden is om te twijfelen aan de juistheid van het, gemotiveerde, oordeel van de (bezwaar-)verzekeringsarts. De verzekeringsarts koos aanvankelijk een wat voorzichtige(r) benadering toen na de operatie in 2004 appellante opnieuw pijnklachten uitte. Beeldvormende diagnostiek is vanwege de zwangerschap vertraagd. De verzekeringsarts motiveerde overtuigend waarom die verdergaande beperkingen niet (meer) nodig zijn. Bij haar oordeelsvorming in maart 2008 beschikte de verzekeringsarts over de informatie van de appellante behandelende orthopeed, die (ook) uitgaat van aspecifieke (aanhoudende) rugklachten.</para>
    <para />
    <para>5.1.2. De door appellante in hoger beroep ingebrachte medische informatie bevat geen nieuwe gezichtspunten.</para>
    <para />
    <para>5.2. De geschiktheid van de (resterende) functies is voldoende toegelicht.</para>
    <para />
    <para>6. Het hoger beroep slaagt niet. De Raad zal de aangevallen uitspraak bevestigen.</para>
    <para />
    <para>7. De Raad ziet geen aanleiding voor een kostenveroordeling. </para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam, in tegenwoordigheid van A.L. de Gier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 september 2010.</para>
    <para />
    <para>(get.) R.C. Stam.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) A.L. de Gier.</para>
    <para />
    <para />
    <para>EK</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>