<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2010:BN7162</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-27T07:26:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BN7162</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-09-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09-3558 WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BN7162">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BN7162</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:56:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-09-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2010:BN7162 Centrale Raad van Beroep , 15-09-2010 / 09-3558 WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2010:BN7162:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Herziening WAO-uitkering. Zorgvuldig medisch onderzoek verzekeringsartsen. De bezwaarverzekeringsarts heeft volgens de rechtbank voldoende gemotiveerd waarom er geen beperkingen zijn opgenomen in de FML voor de oogklachten en voor de nekproblemen van appellant. Er is geen aanleiding om een zogenoemde urenbeperking aan te nemen.</para>
        <para>De Raad is met de rechtbank van oordeel dat de geselecteerde functies in medisch opzicht geschikt zijn voor appellant.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2010:BN7162:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>09/3558 WAO</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 24 juni 2009, 08/1172 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 15 september 2010</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellant is hoger beroep ingesteld en zijn nadere stukken ingezonden. </para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 juni 2010. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.M. Snijders. </para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1.1. Appellant is op 21 maart 2003 wegens ziekte uitgevallen voor zijn werk van tuinbouwmedewerker. Hem is een uitkering krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), toegekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2. Bij besluit van 22 mei 2007 heeft het Uwv deze uitkering, met ingang van 23 juli 2007 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.</para>
      <para>Bij besluit van 15 februari 2008 heeft het Uwv het hiertegen door appellant gemaakte bezwaar gegrond verklaard en aan appellant met ingang van 23 juli 2007 een WAO-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35% toegekend. De besluiten van 22 mei 2007 en 15 februari 2008 berusten op een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek, onderscheidenlijk heronderzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. De rechtbank heeft het beroep van appellant, waarbij medische en arbeidskundige gronden zijn aangevoerd, ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>3. In hoger beroep heeft appellant gelijke medische en arbeidskundige gronden aangevoerd als hij in eerste aanleg heeft gedaan. Die gronden strekken alle ten betoge dat de mate van zijn arbeidsongeschiktheid in het besluit van 15 februari 2008 te laag is vastgesteld. Het Uwv heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit.</para>
    <para />
    <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling van de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>4.1. Het bestreden besluit berust op het standpunt van het Uwv dat appellant op 23 juli 2007, de in dit geding relevante datum, weliswaar beperkingen ondervond bij het verrichten van arbeid, maar dat hij met inachtneming van die beperkingen geschikt was voor werkzaamheden verbonden aan bij wijze van voorbeelden van arbeidsmogelijkheden geselecteerde functies. Vergelijking van het voor appellant geldende maatmanloon met de zogenoemde mediane loonwaarde van de geselecteerde functies levert volgens het Uwv een verlies aan verdiencapaciteit op van 25,4 %. De wijziging in de mate van arbeidsongeschiktheid in bezwaar naar 25 tot 35% vloeit voort uit een alsnog door het Uwv toegepaste indexering van de Cao-lonen op het voor appellant geldende maatmanloon.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.2. De rechtbank heeft terecht geen aanleiding gezien het medisch onderzoek door de verzekeringsartsen onzorgvuldig te achten. Zij heeft in aanmerking genomen dat appellant door een verzekeringsarts van het Uwv lichamelijk is onderzocht en dat deze arts medische informatie heeft opgevraagd bij de zogenoemde behandelend sector. Tevens heeft deze arts, alvorens een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) op te stellen, dossierstudie verricht en de overgelegde medische informatie betrokken bij zijn beoordeling. Op basis van zijn onderzoek is de verzekeringsarts tot de conclusie gekomen dat appellant is aangewezen op werk zonder veelvuldige deadlines of productiepieken en werk dat geen leidinggevende aspecten bevat. Appellant is tevens beperkt ten aanzien van conflicthantering. Voorts is appellant beperkt ten aanzien van zware rugbelasting en trillingsbelasting in de rug en nek. Appellant is licht beperkt ten aanzien van frequent buigen, duwen of trekken, tillen of dragen, zware lasten hanteren, hoofdbewegingen maken, lopen en klimmen. Voorts is appellant licht beperkt ten aanzien van zitten, staan, gebogen en/of getordeerd actief zijn. De bezwaarverzekeringsarts heeft appellant tijdens de hoorzitting gezien. Appellant is door de bezwaarverzekeringsarts eveneens lichamelijk onderzocht.</para>
      <para>Tevens heeft deze arts de overgelegde medische informatie betrokken bij zijn beoordeling. De bezwaarverzekeringsarts heeft aanleiding gezien de FML met betrekking tot het item "hoofd in een bepaalde stand houden" aan te passen. De "normaalscore" voorzien van een beperkende toelichting "bij neutrale stand" heeft hij aangepast in "licht beperkt". Deze aanpassing is gemaakt ten behoeve van de arbeidsdeskundige functieselectie. Voor het overige is volgens de bezwaarverzekeringsarts met de beperkingen van appellant in de FML voldoende rekening gehouden. De rechtbank is van oordeel dat met de toelichting ter zitting en de beantwoording van de door de rechtbank gestelde vragen middels een aan haar overgelegd aanvullend rapport de medische beoordeling voldoende is toegelicht en een toereikende reactie is gegeven op de in beroep door appellant overgelegde informatie van de psychiater, welke informatie door de bezwaarverzekeringsarts is beoordeeld. De bezwaarverzekeringsarts leidt uit die informatie af dat appellant sinds 2003 kampt met paniekklachten en agorafobie, maar dat deze klachten middels medicatie aanvankelijk zijn verbeterd. Begin 2009 zijn de klachten van appellant toegenomen, maar dit is niet van invloed op de datum die in geding bepalend is. De rechtbank ziet geen aanleiding om het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts op dit punt voor onjuist te houden. De rechtbank heeft hierbij het gegeven betrokken dat in de huidige FML dezelfde beperkingen zijn opgenomen als in de FML van 2004. Er zijn onvoldoende aanknopingspunten voor het standpunt dat de psychische situatie van appellant op de in dit geding van belang zijnde datum dusdanig ernstig is, dat de opgestelde FML op dit punt onjuist is. Voorts heeft de bezwaarverzekeringsarts volgens de rechtbank voldoende gemotiveerd waarom er geen beperkingen zijn opgenomen in de FML voor de oogklachten van appellant. Hetzelfde geldt voor de nekproblemen van appellant. De Raad onderschrijft deze overwegingen van de rechtbank. In hoger beroep heeft appellant geen medische informatie overgelegd die aanleiding geeft tot twijfel aan de deugdelijkheid van de medische kant van de in geding zijnde besluitvorming. De Raad sluit zich eveneens aan bij het oordeel van de rechtbank dat er, gezien de voorhanden medische gegevens, geen aanleiding is ten aanzien van appellant een zogenoemde urenbeperking aan te nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.3. Aan de hand van de in bezwaar aangepaste FML heeft de bezwaararbeidsdeskundige ter bepaling van de arbeidsmogelijkheden van appellant de functies soldering technician (sbc-code 111180), coupeuse (sbc-code 272043) en monteur (sbc-code 267050) geselecteerd. De rechtbank heeft vastgesteld dat de belastbaarheid van deze functies past binnen de opgestelde FML. Voor zover sprake is van zogenoemde signaleringen is naar het oordeel van de rechtbank in de rapporten van de arbeidsdeskundige en van de bezwaararbeidsdeskundige afdoende gemotiveerd waarom deze geen overschrijdingen opleveren van de belastbaarheid van appellant. Met betrekking tot de klacht van appellant dat onvoldoende rekening is gehouden met de mogelijkheid van het afwisselen van houding, heeft de rechtbank overwogen dat appellant blijkens de FML niet beperkt is ten aanzien van dit item. De bezwaarverzekeringsarts heeft hierbij in zijn rapport van </para>
      <para>6 februari 2008 opgemerkt dat in de toelichting bij het item "afwisseling van houding" weliswaar is opgenomen dat regelmatig vertreden nodig is, maar heeft daarbij tevens afdoende gemotiveerd dat verzitten, de benen strekken en zelfs even kort opstaan al zijn opgenomen in de definitie van dat item volgens het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om dit standpunt voor onjuist te houden. De Raad onderschrijft ook deze overwegingen van de rechtbank. Dit betekent dat de Raad met de rechtbank van oordeel is dat de geselecteerde functies in medisch opzicht geschikt zijn voor appellant.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.4. De rechtbank heeft terecht de door appellant aangevoerde beroepsgrond verworpen met betrekking tot de te hoge opleidingseis behorend bij de functie monteur (sbc-code 267050). Zoals uit een arbeidskundige rapport blijkt heeft appellant in Turkije een opleiding tot meubelmaker gevolgd. Dit gegeven, in combinatie met het gevarieerde beroepsleven van appellant in Duitsland en Nederland maakt dat appellant desbetreffende functie, die op lbo-niveau ligt, kan uitoefenen.</para>
    <para />
    <para>4.5. Hetgeen is overwogen in 4.1 tot en met 4.4 leidt ertoe dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>5. De Raad ziet geen aanleiding voor de veroordeling van een der partijen in de proceskosten.</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep;</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 september 2010.</para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) T. Hoogenboom.</para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) M.A. van Amerongen.</para>
    <para />
    <para>TM</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>