<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2010:BN6942</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-27T07:23:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BN6942</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-09-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09-1352 AW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BN6942">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BN6942</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:55:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-09-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2010:BN6942 Centrale Raad van Beroep , 02-09-2010 / 09-1352 AW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2010:BN6942:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering advocaatkosten te vergoeden. In het advies van de bedrijfsarts en in de door de directeur aan appellante geboden gelegenheid zich in het gesprek over re-integratie, te laten bijstaan, wordt voorts niet de toezegging gedaan of de verwachting gewekt dat de kosten van die derde voor vergoeding in aanmerking komen. Dat geldt al helemaal niet voor de gevraagde rechtsbijstandskosten, nu die zeker niet aangemerkt kunnen worden als re-integratie-kosten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2010:BN6942:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>09/1352 AW</para>
    <para>  </para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 17 februari 2009, 08/4343 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellante</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Minister van Economische Zaken (hierna: minister)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 2 september 2010</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Appellante heeft hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>De minister heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    <para />
    <para>Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 22 juli 2010. Partijen zijn, zoals tevoren aangekondigd, niet verschenen.</para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN </para>
    <para />
    <para>1. Voor een uitgebreid overzicht van de hier van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.</para>
    <para />
    <para>1.1. Appellante, assistent ordermanager in tijdelijke dienst, heeft zich in verband met spanningen die waren ontstaan nadat een medewerker van de afdeling Personeelszaken haar op 26 april 2007 een haar onwelgevallige werkgeversverklaring had verstrekt, ziek gemeld. De directeur van appellante heeft haar voor een gesprek uitgenodigd over haar gedrag bij Personeelszaken op 26 april en over haar re-integratie. Bij de uitnodiging voor het gesprek werd medegedeeld dat appellante zich kon laten bijstaan door een derde onafhankelijke persoon.  </para>
    <para />
    <para>1.2. In de uitnodigingsbrief werd gerefereerd aan een advies van de bedrijfsarts. Dat betrof een door de bedrijfsarts aan appellante gegeven advies om een bedrijfsmaat-schappelijk werker of een derde onafhankelijk persoon mee naar het gesprek te nemen.  </para>
    <para />
    <para>1.3. Appellante heeft zich bij het gesprek met de directeur laten bijstaan door de advocaat Grootfaam. Die heeft onder meer een verslag gemaakt van het gesprek en enige correspondentie besteed aan de zaak.</para>
    <para />
    <para>1.4. Appellante heeft aan de minister verzocht haar de advocaatkosten te vergoeden. Dat verzoek is afgewezen, welke afwijzing is gehandhaafd bij het bestreden besluit van 29 april 2008.</para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. </para>
    <para />
    <para>3. Naar aanleiding van de standpunten van partijen overweegt de Raad als volgt.</para>
    <para />
    <para>3.1. Blijkens het proces-verbaal van de zitting van de rechtbank en blijkens het beroepschrift in hoger beroep stelt appellante zich op het standpunt dat het hier om niets anders gaat dan om re-integratiekosten. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.2. De Raad stelt vast dat appellante niet een rechtspositioneel voorschrift heeft genoemd dat aanspraak geeft op een dergelijke vergoeding. De minister kan gevolgd worden in zijn betoog dat appellante evenmin aangeeft waarom vergoeding op grond van artikel 69 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement zou moeten plaatsvinden. De Raad wijst erop dat, zoals ook uit het daarvan door de gemachtigde van appellante opgemaakte verslag blijkt, het gesprek op 5 juni 2007 niet plaatsvond in het kader van de re-integratie van appellante, maar een heel andere bedoeling had. Over de - wijze van - re-integratie zou later nog worden gesproken. Alleen hierom kunnen de door appellante in het kader van dit gesprek gemaakte kosten niet worden beschouwd als kosten die zij voor haar re-integratie noodzakelijk moest maken. In het advies van de bedrijfsarts en in de door de directeur aan appellante geboden gelegenheid zich in het gesprek te laten bijstaan, wordt voorts niet de toezegging gedaan of de verwachting gewekt dat de kosten van die derde voor vergoeding in aanmerking komen. Dat geldt al helemaal niet voor de gevraagde rechtsbijstandskosten, nu die zeker niet aangemerkt kunnen worden als re-integratie-kosten. </para>
      <para>Met de handhaving van de afwijzing van appellantes verzoek heeft de minister dan ook niet in strijd gehandeld met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of met een algemeen rechtsbeginsel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Op grond van het bovenstaande komt de Raad tot de conclusie dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>5. De Raad ziet tot slot geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING    </para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep;</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en K. Zeilemaker en A.A.M. Mollee als leden, in tegenwoordigheid van M. Lammerse als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 september 2010.</para>
    <para>					</para>
    <para>(get.) H.A.A.G. Vermeulen.</para>
    <para>					</para>
    <para>(get.) M. Lammerse.</para>
    <para />
    <para>HD</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>