<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2010:BN4547</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-27T06:38:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BN4547</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-08-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09-5451 WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BN4547">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BN4547</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:50:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-08-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2010:BN4547 Centrale Raad van Beroep , 20-08-2010 / 09-5451 WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2010:BN4547:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Herziening WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2010:BN4547:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>09/5451 WAO</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 19 augustus 2009, 09/1166 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 20 augustus 2010</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellant heeft mr. W.H. Beishuizen, werkzaam bij de Stichting Achmea Rechtsbijstand te Tilburg, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting op 9 juli 2010 waar partijen met voorafgaand bericht niet zijn verschenen.</para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN </para>
    <para />
    <para>1.1. Aan de aangevallen uitspraak ontleent de Raad de volgende feiten en omstandigheden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2. Appellant is voor 36 uur per week werkzaam geweest als belastingambtenaar. Voor dat werk is hij per </para>
      <para>30 september 1998 uitgevallen vanwege klachten aan het bewegingsapparaat en psychische klachten. Het Uwv heeft aan appellant met ingang van 29 september 1999 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheids-verzekering (WAO) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.3. Na medisch en arbeidskundig onderzoek heeft het Uwv bij besluit van 23 september 2008 de WAO-uitkering met ingang van 25 november 2008 herzien en vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.</para>
    <para />
    <para>1.4. Bij besluit van 20 februari 2009 heeft het Uwv de bezwaren van appellant ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>2.1. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het besluit van 20 februari 2009 ongegrond verklaard. Zij heeft daarbij overwogen dat op grond van de beschikbare gegevens moet worden aangenomen dat de verzekeringsartsen bij appellant niet te geringe medische beperkingen hebben vastgesteld. Appellant heeft geen medische informatie overgelegd waaruit blijkt dat hij meer beperkingen heeft dan de verzekeringsartsen hebben aangenomen. De rechtbank heeft het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts in haar rapport van 2 februari 2009 onderschreven dat er op grond van de informatie van de huisarts geen aanleiding is om bij appellant meer beperkingen aan te nemen. De rechtbank heeft voorts opgemerkt dat aan de eigen beleving door appellant van zijn beperkingen en zijn mening over het al dan niet kunnen werken voor de toepassing van de WAO geen doorslaggevende betekenis kan en mag worden toegekend. Slechts met beperkingen die medisch objectiveerbaar zijn kan rekening worden gehouden.</para>
    <para />
    <para>2.2. Ten aanzien van de passendheid van de aan appellant voorgehouden functies achtte de rechtbank afdoende gemotiveerd dat de medische beperkingen van appellant in deze functies niet worden overschreden.</para>
    <para />
    <para>3. Appellant heeft in hoger beroep zijn standpunt herhaald dat er in onvoldoende mate rekening is gehouden met zijn klachten. Deze maken het voor hem onmogelijk de werkzaamheden verbonden aan de hem voorgehouden functies te verrichten.</para>
    <para />
    <para>4.1. De Raad overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <para>4.2. De Raad kan zich volledig vinden in het oordeel en de daaraan ter grondslag gelegde overwegingen van de rechtbank in de aangevallen uitspraak en maakt deze tot de zijne.</para>
    <para />
    <para>4.3. Appellant heeft in hoger beroep geen medische informatie overgelegd die aanknopingspunten biedt om tot een andere beoordeling te komen dan die van de rechtbank.</para>
    <para />
    <para>4.4. Het hoger beroep slaagt niet.</para>
    <para />
    <para>4.5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en J. Brand en J.P.M. Zeijen als leden, in tegenwoordigheid van R.L. Venneman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 augustus.</para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) J.W. Schuttel.</para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) R.L. Venneman.</para>
    <para />
    <para>EV</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>