<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2010:BM9918</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-27T04:53:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BM9918</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-06-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09-5645 WAZ</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BM9918">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BM9918</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:37:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-07-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2010:BM9918 Centrale Raad van Beroep , 30-06-2010 / 09-5645 WAZ</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2010:BM9918:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Intrekking WAZ-uitkering. Een bestuursorgaan zoals het Uwv is bevoegd om, na een intrekkingsbesluit, een verzoek om daarvan terug te komen inhoudelijk te behandelen en daarbij het oorspronkelijke besluit in volle omvang te heroverwegen. Het bepaalde in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staat daaraan niet in de weg. Indien het bestuursorgaan met gebruikmaking van deze bevoegdheid de eerdere afwijzing handhaaft, kan dit echter niet de weg openen naar een toetsing als betrof het een oorspronkelijk besluit. Dat zou zich niet verdragen met de voorgeschreven termijn(en) voor het instellen van rechtsmiddelen in het bestuursrecht. Daarom dient de bestuursrechter in dat geval uit te gaan van het oorspronkelijke besluit en zich in beginsel te beperken tot de vraag of sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden en, zo ja, of het bestuursorgaan daarin aanleiding had moeten vinden om het oorspronkelijke besluit te herzien. Door bezwaarverzekeringsarts Gommers is in april 2009 onderzoek verricht in verband met appellants verzoek om terug te komen van het besluit van 2 februari 2006 (in welk kader Gommers informatie van de huisarts van appellant heeft ontvangen). Uit zijn onderzoek zijn geen nieuwe medische feiten of veranderde omstandigheden naar voren gekomen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2010:BM9918:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>09/5645 WAZ</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 3 september 2009, 09/2211 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 30 juni 2010</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Appellant heeft hoger beroep ingesteld. </para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 mei 2010. Appellant is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J. de Graaf.</para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN </para>
    <para />
    <para>1.1. Appellant is voor gemiddeld veertig uur per week werkzaam geweest als zelfstandig rozenkweker in een maatschap van twee broers. </para>
    <para />
    <para>1.2. In verband met de aanvraag van appellant om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) heeft het Uwv bij besluit van 2 februari 2006 vastgesteld dat hij, vanwege een operatie aan de rechterschouder, met ingang van 5 april 2005 recht had op een WAZ-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Bij besluit van dezelfde datum heeft het Uwv, na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek, besloten om de uitkering per 3 april 2006 te beëindigen omdat het verlies aan verdienvermogen inmiddels was gedaald beneden 25%. Appellant heeft geen bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Hierdoor is dit besluit in rechte komen vast te staan.</para>
    <para />
    <para>2.1. Appellant heeft het Uwv bij brief van 1 februari 2009 erop gewezen dat zijn situatie op en na de intrekking per 3 april 2006 niet beter was dan in de periode die daaraan voorafging en als zijn mening gegeven dat zijn uitkering per 3 april 2006 ten onrechte is beëindigd. Het Uwv heeft deze brief aangemerkt als een verzoek om terug te komen van het besluit van 2 februari 2006. Bij besluit van 6 februari 2009 heeft het Uwv dit verzoek afgewezen omdat niet was gebleken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die aanleiding gaven om terug te komen van het besluit van 2 februari 2006. </para>
    <para />
    <para>2.2. Appellant heeft daartegen bezwaar gemaakt. Na onderzoek door bezwaarverzekeringsarts S. Gommers heeft het Uwv het bezwaar van appellant bij besluit van 5 mei 2009 ongegrond verklaard. </para>
    <para />
    <para>3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het door appellant tegen het besluit van 5 mei 2009 (hierna: het bestreden besluit) ingestelde beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft, kort gezegd, overwogen dat er geen nieuwe medische informatie is waaruit blijkt dat het besluit van 2 februari 2006 onjuist was. </para>
    <para />
    <para>4. In hoger beroep heeft appellant een verklaring van zijn fysiotherapeut van 14 oktober 2009 toegezonden. Daarin is vermeld dat een normale schouderfunctie nog niet is bereikt en dat het beloop in de behandelperiode 2004 tot 2009 matig is geweest. Voorts heeft appellant een brief van de Sint Maartenskliniek van 29 oktober 2009 toegezonden waaruit volgt dat deze kliniek bereid is nadere informatie te geven. </para>
    <para />
    <para>5. De Raad oordeelt als volgt.</para>
    <para />
    <para>5.1. Een bestuursorgaan zoals het Uwv is bevoegd om, na een intrekkingsbesluit, een verzoek om daarvan terug te komen inhoudelijk te behandelen en daarbij het oorspronkelijke besluit in volle omvang te heroverwegen. Het bepaalde in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staat daaraan niet in de weg. Indien het bestuursorgaan met gebruikmaking van deze bevoegdheid de eerdere afwijzing handhaaft, kan dit echter niet de weg openen naar een toetsing als betrof het een oorspronkelijk besluit. Dat zou zich niet verdragen met de voorgeschreven termijn(en) voor het instellen van rechtsmiddelen in het bestuursrecht. Daarom dient de bestuursrechter in dat geval uit te gaan van het oorspronkelijke besluit en zich in beginsel te beperken tot de vraag of sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden en, zo ja, of het bestuursorgaan daarin aanleiding had moeten vinden om het oorspronkelijke besluit te herzien. </para>
    <para />
    <para>5.2. Door bezwaarverzekeringsarts Gommers is in april 2009 onderzoek verricht in verband met appellants verzoek om terug te komen van het besluit van 2 februari 2006 (in welk kader Gommers informatie van de huisarts van appellant heeft ontvangen). Uit zijn onderzoek zijn geen nieuwe medische feiten of veranderde omstandigheden naar voren gekomen. De opmerking van de huisarts dat er in de periode van april 2006 tot juli 2006 nooit echt herstel is geweest, komt overeen met de informatie van de behandelaars, onder meer van de Sint Maartenskliniek, die al bekend was, althans bevat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. Hetzelfde moet worden gezegd van de door appellant ingezonden brief van zijn fysiotherapeut, waaruit blijkt dat de schouderklachten nog steeds niet over zijn.   </para>
    <para />
    <para>5.3. Hetgeen is overwogen onder 5.1 en 5.2 leidt de Raad tot het oordeel dat niet gezegd kan worden dat het Uwv niet in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.  </para>
    <para />
    <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en J. Riphagen en C.P.M. van de Kerkhof als leden, in tegenwoordigheid van A.L. de Gier als griffier. </para>
      <para>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2010.</para>
    </parablock>
    <para>						</para>
    <para>(get.) Ch. van Voorst.</para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) A.L. de Gier.</para>
    <para />
    <para>TM</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>