<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2010:BM9434</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-27T04:44:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BM9434</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-06-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09-1206 WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BM9434">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BM9434</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:36:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-06-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2010:BM9434 Centrale Raad van Beroep , 25-06-2010 / 09-1206 WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2010:BM9434:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Herziening WAO-uitkering. Maximering van de omvang van de maatmanarbeid. In zijn uitspraak van 28 april 2010, LJN BM2059, is de Raad tot de conclusie gekomen dat het gewijzigde Schattingsbesluit de aantasting van het in artikel 18 van de WAO opgenomen uitgangspunt, dat aansluiting dient te worden gezocht bij het feitelijke (reële) verlies aan verdienvermogen van een verzekerde, niet volledig heeft opgeheven nu die wijziging onverlet laat dat voor de periode ingaande op de datum van inwerkingtreding van het Schattingsbesluit 2004 tot 2 maart 2007 maximering van de maatman mogelijk blijft. In zoverre is het gewijzigde Schattingsbesluit in strijd met artikel 18 van de WAO en dus onverbindend. Aangezien het bestreden besluit is genomen onder toepassing van die onverbindende regeling, heeft de rechtbank dit besluit ten onrechte in stand gelaten. De aangevallen uitspraak komt dan ook voor vernietiging in aanmerking. Het bestreden besluit zal eveneens worden vernietigd omdat het genomen is in strijd met artikel 18, eerste lid, van de WAO.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2010:BM9434:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>09/1206 WAO</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 13 januari 2009, 08/3014 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 25 juni 2010</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellant heeft mr. P.J. de Bruin, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 maart 2010. Appellant is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.C. Geldof.</para>
    <para />
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1.1. Appellant is met ingang van 2 oktober 2001 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend. Met ingang van 7 december 2005 is - bij besluit van 6 oktober 2005 - deze uitkering berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Daarbij is uitgegaan van een zogeheten rekenmaatman van 38 uur per week.</para>
    <para />
    <para>1.2. In zijn uitspraak van 2 maart 2007, LJN AZ9652, heeft de Raad geoordeeld dat de maximering van de urenomvang van de maatman bij de berekening van de resterende verdiencapaciteit op 38 uur per week, zoals toen was opgenomen in artikel 9, aanhef en onder b, en artikel 10, eerste lid, onder a, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (zoals vastgesteld op 18 augustus 2004 en in werking getreden op 1 oktober 2004; Stb. 2004, 434), (zoals deze artikelonderdelen luidden op grond van de op 18 augustus 2004 vastgestelde en op 1 oktober 2004 in werking getreden wijziging van dit Schattingsbesluit, Stb 2004,434) verbindende kracht mist. De Raad heeft vervolgens uitgesproken dat het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten, voor zover dit in de artikelen 9 en 10 het beginsel van feitelijke inkomstenderving verlaat, onverbindend is.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.3 Naar aanleiding van de in de 1.2 vermelde uitspraak van de Raad is bij besluit van </para>
      <para>10 december 2007 appellants WAO-uitkering met ingang van 2 maart 2007 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Dit is gebeurd na een arbeidskundig onderzoek waarin appellants resterende verdiencapaciteit is vergeleken met maatmanarbeid met een omvang van 40 uur per week.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.4. Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 10 december 2007. Dat bezwaar is bij besluit van 14 juli 2008 ongegrond verklaard. Het Uwv heeft daarbij toepassing gegeven aan het Besluit van 29 augustus 2007 (Stb. 2007, 324) houdende wijziging van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten. In artikel 1 van dat besluit is bepaald dat in artikel 9, aanhef en onder b, en artikel 10, eerste lid, onder a, de maximering van de omvang van maatmanarbeid komt te vervallen. In artikel II is bepaald dat het in zoverre gewijzigde Schattingsbesluit (hierna: het gewijzigde Schattingsbesluit) terugwerkt tot en met 2 maart 2007. In de Nota van toelichting is vermeld dat dit betekent dat in de gevallen waarin de betrokkene niet in bezwaar of beroep tegen de maximering is gegaan, de uitkering wordt herzien per 2 maart 2007.</para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit van 14 juli 2008 (hierna: bestreden besluit) ongegrond verklaard. Zij is van oordeel dat de herziening van de WAO-uitkering van appellant is ingegeven door de uitspraak van de Raad van 2 maart 2007 en dat als gevolg van die uitspraak de maximering van de maatmanomvang vanaf de datum van die uitspraak niet langer is toegestaan, zodat het Uwv de WAO-uitkering van appellante terecht heeft herzien per 2 maart 2007.</para>
    <para />
    <para>3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat het Uwv ten onrechte de herziening van zijn WAO-uitkering slechts heeft laten terugwerken tot en met 2 maart 2007. Hij heeft betoogd dat uit de uitspraak van de Raad van 2 maart 2007 voortvloeit dat de maximering van de omvang van de maatmanarbeid vanaf de invoering ervan in strijd was met de WAO. Bepleit wordt de herziening van de WAO-uitkering in te laten gaan op 7 december 2005, zijnde de datum met ingang waarvan in zijn geval bij besluit van 6 oktober 2005 bedoelde maximering is toegepast.</para>
    <para />
    <para>4. Het Uwv heeft er op gewezen dat appellant geen bezwaar heeft gemaakt tegen de herziening per 7 december 2005 en dat het gewijzigde Schattingsbesluit op juiste wijze is toegepast. Ter zitting heeft het Uwv desgevraagd bevestigd dat het hier gaat om een ambtshalve heroverweging van het besluit van 6 oktober 2005.</para>
    <para />
    <para>5.1. De Raad kan de rechtbank niet volgen in haar oordeel over het bestreden besluit. Voor de motivering van zijn oordeel verwijst de Raad kortheidshalve naar zijn uitspraak van 28 april 2010, LJN BM2059.</para>
    <para />
    <para>5.2. In die uitspraak is de Raad tot de conclusie gekomen dat het gewijzigde Schattingsbesluit de aantasting van het in artikel 18 van de WAO opgenomen uitgangspunt, dat aansluiting dient te worden gezocht bij het feitelijke (reële) verlies aan verdienvermogen van een verzekerde, niet volledig heeft opgeheven nu die wijziging onverlet laat dat voor de periode ingaande op de datum van inwerkingtreding van het Schattingsbesluit 2004 tot 2 maart 2007 maximering van de maatman mogelijk blijft. In zoverre is het gewijzigde Schattingsbesluit in strijd met artikel 18 van de WAO en dus onverbindend.</para>
    <para />
    <para>5.3. Aangezien het bestreden besluit is genomen onder toepassing van die onverbindende regeling, heeft de rechtbank dit besluit ten onrechte in stand gelaten. De aangevallen uitspraak komt dan ook voor vernietiging in aanmerking. Het bestreden besluit zal eveneens worden vernietigd omdat het genomen is in strijd met artikel 18, eerste lid, van de WAO.</para>
    <para />
    <para>6. Het Uwv zal worden veroordeeld in de proceskosten van appellant. Die bedragen € 644,- aan kosten van rechtsbijstand in beroep en € 644,- aan kosten van rechtsbijstand in hoger beroep.</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de aangevallen uitspraak;</para>
      <para>Verklaart het beroep tegen het besluit van 14 juli 2008 gegrond en vernietigt dat besluit;</para>
      <para>Draagt het Uwv op om opnieuw te beslissen op het bezwaar van appellant;</para>
      <para>Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 1.288, -;</para>
      <para>Bepaalt dat het Uwv het door appellant betaalde griffierecht van in totaal € 146,- vergoedt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en C.W.J. Schoor en J.P.M. Zeijen als leden, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 juni 2010.</para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) J.W. Schuttel.</para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) M. Mostert.</para>
    <para />
    <para>CVG</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>