<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2010:BM7800</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-27T04:14:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BM7800</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-06-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09-5257 WIA</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BM7800">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BM7800</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:32:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-06-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2010:BM7800 Centrale Raad van Beroep , 15-06-2010 / 09-5257 WIA</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2010:BM7800:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing aanvraag om een WIA-uitkering toe te kennen. Minder dan 35% arbeidsongeschikt. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag. Op basis van de beschikbare gegevens kan de Raad zich niet stellen achter het standpunt van appellante, dat haar psychische beperkingen zijn onderschat. De operatie van de rechterhand heeft plaatsgevonden na de datum in geding. Aan de informatie van de behandelend fysiotherapeut komt niet de betekenis toe die appellante daaraan toegekend wenst te zien, aangezien het informatie betreft van een paramedicus, waarbij nog wordt opgemerkt dat de behandeling door deze fysiotherapeut pas op 4 november 2008 is aangevangen. Aldus uitgaande van de juistheid van de met betrekking tot appellante vastgestelde medische beperkingen is de Raad van oordeel dat de functies die aan de schatting ten grondslag liggen, gelet op de daaraan verbonden belastende aspecten, als voor appellante in medisch opzicht geschikt dienen te worden aangemerkt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2010:BM7800:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>09/5257 WIA</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[adresppellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 12 augustus 2009, 08/4621 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellante</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 15 juni 2010</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellante heeft mr. P.C.M. van Schijndel, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 mei 2010. Namens appellante is mr. Van Schijndel verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. J.C. van Beek.</para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN </para>
    <para />
    <para>1. Op 6 juli 2005 is appellante uitgevallen voor haar werk als tuinbouwmedewerkster. Bij besluit van 28 maart 2007 is de aanvraag om een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) afgewezen, omdat appellante per 15 juni 2007 minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt geacht. Daaraan ligt het standpunt ten grondslag dat appellante met haar medische beperkingen geschikt is voor werkzaamheden in passende functies. Het namens appellante tegen dat besluit gemaakte bezwaar is door het Uwv bij besluit van 15 mei 2008 (hierna: het bestreden besluit) ongegrond verklaard. </para>
    <para />
    <para>2.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. </para>
    <para />
    <para>2.2. Met betrekking tot de medische grondslag van het bestreden besluit heeft de rechtbank overwogen appellante niet te volgen in haar stelling dat het Uwv onvoldoende rekening heeft gehouden met haar psychische klachten. Volgens de rechtbank kwam uit het psychisch onderzoek door de verzekeringsarts op 13 maart 2007 en uit informatie van de behandelend sector naar voren dat niet is gebleken van ernstige psychische problematiek bij appellante. Ten aanzien van de rechterhand- en rugklachten heeft deze verzekeringsarts een beperkte belastbaarheid aangenomen. De rechtbank achtte de motivering die door de bezwaarverzekeringsarts is gegeven ter onderbouwing van het standpunt, dat naar medisch objectieve maatstaven gemeten geen aanleiding aanwezig is om appellante meer beperkt te achten, afdoende. </para>
    <para />
    <para>2.3. Met betrekking tot de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit heeft de rechtbank geoordeeld dat de door de arbeidsdeskundige voorgehouden functies passend zijn voor appellante.</para>
    <para />
    <para>3.1. Appellante heeft in hoger beroep herhaald dat zij zich volledig arbeidsongeschikt acht. De omvang van haar psychische klachten is door de verzekeringsarts niet, althans onvoldoende onderkend. Nog altijd is appellante voor deze klachten onder behandeling bij I-Psy, waarbij tevens medicatie wordt voorgeschreven. Verder is, naar appellante heeft gesteld, met haar fysieke klachten onvoldoende rekening gehouden. In maart 2009 is appellante aan haar rechterhand geopereerd. Uit de brief van de behandelend fysiotherapeut van 5 maart 2009 volgt dat er fysieke beperkingen zijn waarmee onvoldoende rekening is gehouden door het Uwv. De voorgehouden functies zijn, ook als de belastbaarheid correct zou zijn vastgesteld, niet passend, aldus appellante.</para>
    <para />
    <para>3.2. Het Uwv heeft in het verweerschrift het bij het bestreden besluit ingenomen standpunt gehandhaafd.</para>
    <para />
    <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
    <para />
    <para>4.1. Met betrekking tot de medische grondslag kan de Raad zich vinden in de overwegingen van de rechtbank en het daarop gebaseerde oordeel en maakt die tot de zijne. </para>
    <para />
    <para>4.2. Naar aanleiding van hetgeen in hoger beroep naar voren is gebracht, overweegt de Raad nog het volgende. De door appellante in het vooruitzicht gestelde informatie van I-Psy is niet overgelegd. Op basis van de beschikbare gegevens kan de Raad zich niet stellen achter het standpunt van appellante, dat haar psychische beperkingen zijn onderschat. De operatie van de rechterhand heeft plaatsgevonden na de datum in geding. Aan de informatie van de behandelend fysiotherapeut komt niet de betekenis toe die appellante daaraan toegekend wenst te zien, aangezien het informatie betreft van een paramedicus, waarbij nog wordt opgemerkt dat de behandeling door deze fysiotherapeut pas op 4 november 2008 is aangevangen.</para>
    <para />
    <para>4.3. Aldus uitgaande van de juistheid van de met betrekking tot appellante vastgestelde medische beperkingen is de Raad van oordeel dat de functies die aan de schatting ten grondslag liggen, gelet op de daaraan verbonden belastende aspecten, als voor appellante in medisch opzicht geschikt dienen te worden aangemerkt. Gelet op de verdiensten in die functies is de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante in de zin van de Wet WIA door het Uwv terecht gesteld op minder dan 35%. </para>
    <para />
    <para>4.4. Uit hetgeen is overwogen onder 4.1, 4.2 en 4.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt als voorzitter, in tegenwoordigheid van A.L. de Gier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2010.</para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) H. Bolt.</para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) A.L. de Gier.</para>
    <para />
    <para>TM</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>