<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2010:BM5930</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-27T03:26:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BM5930</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-05-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09-1751 WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BM5930">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BM5930</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:27:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-05-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2010:BM5930 Centrale Raad van Beroep , 21-05-2010 / 09-1751 WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2010:BM5930:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering WAO-uitkering toe te kennen. Voldoende medische en arbeidskundige toeslag. Van toename van de beperkingen aan de linkerknie is niet gebleken. Dat de bedrijfsarts in het kader van de ziekmelding van appellante meer beperkingen heeft aangenomen, leidt niet tot een andere conclusie.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2010:BM5930:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>09/1751 WAO</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante), </para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 27 februari 2009, 08/1884 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellante</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 21 mei 2010</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellante heeft mr. G.J.A.M. Gloudi, advocaat te Lelystad, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 april 2010. Appellante was vertegenwoordigd door mr. Gloudi en het Uwv door mr. R.N.H. Rokebrand.</para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.1. Appellante heeft van 1998 tot eind 2005 een WAO-uitkering ontvangen. Op 31 maart 2006 heeft zij zich “vanuit de WW” ziek gemeld.</para>
      <para>Bij besluit van 17 juni 2008 heeft het Uwv geweigerd haar per 28 april 2006 een WAO-uitkering toe te kennen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.2. Bij besluit van 3 oktober 2008 heeft het Uwv het hiertegen ingediende bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit van 3 oktober 2008 ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat zij geen aanleiding ziet de conclusies van de bezwaarverzekeringsarts voor onjuist te houden. Uit de in het dossier aanwezige medische verklaringen blijkt geen (medisch objectiveerbare) toename van de beperkingen van appellante in verband met haar linkerbeenklachten. Nu geen sprake is van toegenomen beperkingen heeft het Uwv een arbeidskundig onderzoek achterwege kunnen laten.</para>
    <para />
    <para>3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat de beperkingen aan het linkerbeen als gevolg van het ongeval in 2003 wel degelijk zijn toegenomen. Haar ziekmelding is geaccepteerd. Het Uwv had ook arbeidskundig onderzoek moeten verrichten. Ter ondersteuning van haar standpunt heeft zij een afspraakbevestiging voor een MRI-onderzoek van de knie links op 29 maart 2010 overgelegd.</para>
    <para />
    <para>4.1. De Raad overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <para>4.2. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met haar stellingname in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. De Raad voegt daar nog aan toe dat appellante ook in hoger beroep geen medische informatie heeft overgelegd die tot een ander oordeel moet leiden. De uitslag van het MRI-onderzoek is nog niet bekend, nog daargelaten of die uitslag betrekking heeft op de datum in geding, 28 april 2006. Van toename van de beperkingen aan de linkerknie is dan ook niet gebleken. Dat de bedrijfsarts in het kader van de ziekmelding van appellante meer beperkingen heeft aangenomen, leidt niet tot een andere conclusie. Appellante werd door de arbeidsdeskundige nog steeds geschikt geacht voor de functie samensteller metaalwaren, maar is door de bedrijfsarts niet hersteld verklaard in verband met nog lopende medische behandelingen. Het beroep van appellante op de uitspraak van de Raad van 1 april 2008 (LJN BC9241) slaagt evenmin aangezien in dat geval sprake was van toename van de beperkingen ten opzichte van de eerder in het kader van de WAO-beoordeling opgestelde Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en niet van een in het kader van de Ziektewet door een bedrijfsarts opgestelde FML.</para>
    <para />
    <para>5. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak dient dan ook te worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard als voorzitter en R.C. Stam en I.M.J. Hilhorst-Hagen als leden, in tegenwoordigheid van R.L. Venneman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2010. </para>
    <para />
    <para>(get.) G.J.H. Doornewaard.</para>
    <para />
    <para>(get.) R.L. Venneman.</para>
    <para />
    <para>EF</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>