<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2010:BM3686</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-27T02:59:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BM3686</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-05-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09-6149 WAJONG</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BM3686">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BM3686</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:22:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-05-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2010:BM3686 Centrale Raad van Beroep , 07-05-2010 / 09-6149 WAJONG</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2010:BM3686:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering Wajong-uitkering toe te kennen. Voldoende medische grondslag. De Raad vindt in de voorhanden medische gegevens geen aanknopingspunten dat met de FML de beperkingen van appellante zijn onderschat. Voor de door appellante gewenste verdergaande urenbeperking biedt de informatie van de psycholoog en bedrijfsarts van Aob Compaz en van de huisarts geen ondersteuning. Naar het oordeel van de Raad heeft het Uwv met de rapportages van de (bezwaar)arbeidsdeskundige voldoende inzichtelijk gemaakt dat appellante op 31 december 2005 met de geselecteerde functies ten minste het toen voor haar leeftijd geldende wettelijke minimumloon kon verdienen. Ook de functie van teamondersteuner (Sbc-code 315090) kon aan appellante worden voorgehouden. Onbetwist is dat zij een VMBO-opleiding en aansluitend een MBO-opleiding heeft afgerond. Daarmee voldoet zij aan de voor die functie gestelde opleidingseis van een MAVO-diploma.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2010:BM3686:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>09/6149 WAJONG</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 23 oktober 2009, 08/3357 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellante</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 7 mei 2010</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellante heeft mr. P.J. van der Meulen, advocaat te Tilburg, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Bij faxbericht van 8 maart 2010 heeft mr. Van der Meulen zich als gemachtigde onttrokken.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 april 2010. Appellante is niet verschenen. Voor het Uwv verscheen W.F. Bergman.</para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN </para>
    <para />
    <para>1.1. Het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de bepalingen van de Wajong, zoals die luidden tot 1 januari 2010. </para>
    <para />
    <para>1.2. Het beroep is gericht tegen het ter uitvoering van de Wajong op 9 juli 2008 door het Uwv bekend gemaakte besluit. Daarbij heeft het Uwv, beslissend op het bezwaar van appellante tegen een besluit van 21 november 2007, het standpunt dat appellante geen jonggehandicapte is niet gehandhaafd. De weigering om aan appellante een Wajong-uitkering toe te kennen is gebaseerd op verzekeringsgeneeskundige en arbeidsdeskundige rapportages waaruit volgt dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante op 31 december 2005 minder is dan 25%. </para>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank overwogen dat het besluit van 9 juli 2008 eerst in beroep met een rapportage van de bezwaarverzekeringsarts van 22 mei 2009 en een rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige van 1 april 2009 is voorzien van een voldoende medische en arbeidsdeskundige grondslag. De rechtbank heeft om die reden het besluit van 9 juli 2008 vernietigd, maar de rechtsgevolgen daarvan in stand gelaten. </para>
    <para />
    <para>3. Appellante heeft in hoger beroep haar stellingen herhaald dat zij meer beperkingen heeft voor het verrichten van arbeid dan zijn vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en dat voor de schatting ten onrechte functies zijn gebruikt waarvoor een MAVO-opleiding is vereist.</para>
    <para />
    <para>4. De Raad overweegt het volgende.</para>
    <para />
    <para>4.1. Met de beschrijving in de FML van de beperkingen die appellante zal ondervinden bij het verrichten van arbeid is tot uitdrukking gebracht dat zij in verband met haar bloedziekte, en de daarmee samenhangende vermoeidheidsklachten, en haar psychische klachten niet geschikt is voor zwaar lichamelijk werk en stresserend werk. Er geldt enige urenbeperking, omdat wordt aangenomen dat appellante niet ’s nachts kan werken en – kort gezegd – geen overwerk kan verrichten. Verder is rekening gehouden met haar klachten van duizeligheid en hooikoorts. De Raad vindt in de voorhanden medische gegevens geen aanknopingspunten dat met de FML de beperkingen van appellante zijn onderschat. Voor de door appellante gewenste verdergaande urenbeperking biedt de informatie van de psycholoog en bedrijfsarts van Aob Compaz en van de huisarts geen ondersteuning.</para>
    <para />
    <para>4.2. Naar het oordeel van de Raad heeft het Uwv met de rapportages van de (bezwaar)arbeidsdeskundige voldoende inzichtelijk gemaakt dat appellante op 31 december 2005 met de geselecteerde functies ten minste het toen voor haar leeftijd geldende wettelijke minimumloon kon verdienen. Ook de functie van teamondersteuner (Sbc-code 315090) kon aan appellante worden voorgehouden. Onbetwist is dat zij een VMBO-opleiding en aansluitend een MBO-opleiding heeft afgerond. Daarmee voldoet zij aan de voor die functie gestelde opleidingseis van een MAVO-diploma. </para>
    <para />
    <para>4.3. Het hoger beroep slaagt niet. De Raad zal de aangevallen uitspraak bevestigen.</para>
    <para />
    <para>5. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door M. Greebe, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2010.</para>
    <para />
    <para>						</para>
    <para>(get.) M. Greebe.</para>
    <para />
    <para>						</para>
    <para>(get.) M.A. van Amerongen.</para>
    <para />
    <para>CVG</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>