<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2010:BM3653</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-27T02:59:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BM3653</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-04-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09-2572 WUV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BM3653">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BM3653</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:22:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-05-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2010:BM3653 Centrale Raad van Beroep , 26-04-2010 / 09-2572 WUV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2010:BM3653:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering de gedeclareerde kosten van medicatie en medische behandelingen te vergoeden. Het medisch advies is deugdelijk voorbereid en gemotiveerd. Uit de specifieke, op appellant gerichte medische informatie komt  overtuigend naar voren dat de bij appellant aanwezige ademhalingsklachten en bewegingsklachten geen psychosomatische oorsprong hebben.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2010:BM3653:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>09/2572 WUV</para>
    <para />
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[appellant], wonende te [woonplaats], Indonesië (hierna: appellant),</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)</para>
    <para />
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 26 april 2010</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Appellant heeft beroep ingesteld tegen een door verweerster onder dagtekening 5 maart 2009, kenmerk BZ 48115, JZ/I/85/2009, ten aanzien van hem genomen besluit ter uitvoering van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (hierna: Wuv).</para>
    <para />
    <para>Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 maart 2010. Daar is appellant niet verschenen en heeft verweerster zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.</para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.</para>
    <para />
    <para>1.1. Appellant is vervolgde en uitkeringsgerechtigde in de zin van de Wuv. Aanvaard is dat de bij appellant aanwezige psychische klachten (PTSS) en gebitsklachten in het vereiste verband staan met de door hem ondergane vervolging. Op grond van de Wuv zijn aan appellant verschillende bijzondere voorzieningen toegekend. Zo is aan hem onder meer bij besluit van 9 oktober 2007 toegekend een vergoeding voor niet-gedekte medische kosten in verband met zijn psychische klachten alsmede een vergoeding voor vervoer voor medische (inclusief psychiatrische) behandelingen en/of consulten in verband de psychische klachten.</para>
    <para />
    <para>1.2. Naar aanleiding van een door appellant in oktober 2008 ingediende declaratie heeft verweerster bij betalingsbeschikking van 23 oktober 2008, zoals na gemaakt bezwaar gehandhaafd bij het thans bestreden besluit, geweigerd de gedeclareerde kosten van medicatie en medische behandelingen te vergoeden. Zo heeft verweerster overwogen dat de gedeclareerde kosten niet in verband staan met de uit de vervolging voortvloeiende psychische klachten maar verband houden met ademhalingsklachten en klachten van het bewegingsapparaat en dat dit somatische klachten zijn die niet in verband staan met de vervolging.</para>
    <para />
    <para>1.3. In beroep heeft appellant evenals in bezwaar aangevoerd dat de door hem gedeclareerde kosten op grond van het onder 1.1 genoemde besluit van 9 oktober 2007 moeten worden vergoed omdat naar zijn mening de klachten een psychosomatische oorsprong hebben. In dat verband heeft appellant verwezen naar een artikel van psychiater Ruud A. Jongedijk, gepubliceerd in het tijdschrift Cogiscoop.</para>
    <para />
    <para>2. De Raad dient antwoord te geven op de vraag of het bestreden besluit, gelet op hetgeen in beroep is aangevoerd, in rechte kan standhouden en overweegt daartoe als volgt.</para>
    <para />
    <para>2.1. Op grond van het bepaalde in artikel 20 van de Wuv komen, onder meer, voor vergoeding in aanmerking de ten laste van de vervolgde blijvende, vanwege de met de vervolging verband houdende ziekten of gebreken, noodzakelijke kosten van geneeskundige behandeling.</para>
    <para />
    <para>2.2. Het standpunt van verweerster dat bij appellant aanwezige ademhalingsklachten en klachten aan het bewegingsapparaat niet aan de vervolging kunnen worden toegeschreven is gebaseerd op het medisch advies van de adviserend geneeskundige G.J. Laatsch waarbij is betrokken een medisch advies van de adviserend geneeskundige P. Windels en informatie uit de behandelde sector, waaronder informatie van de internist dr. H. Riswan Muchtar. Uit die informatie komt naar voren dat de ademhalingsklachten worden veroorzaakt door COPD (asthma bronchiale), waarvoor appellant ook zuurstofapparatuur gebruikt en dat het een (zuiver) somatische aandoening betreft die geen verband houdt met de vervolging. Met betrekking tot de klachten aan het bewegingsapparaat (loopstoornis) komt naar voren dat deze klachten deels leeftijdsgebonden en deels het gevolg zijn van een CVA (beroerte) die appellant heeft doorgemaakt en dat deze evenmin aan de vervolging kunnen worden toegeschreven.</para>
    <para />
    <para>2.3. De Raad acht het bestreden besluit op grond van voornoemde advisering deugdelijk voorbereid en gemotiveerd. Op grond van de voorhanden zijnde medische gegevens heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden om te twijfelen aan de juistheid van het door verweerster, in het voetspoor van haar geneeskundig adviseur, op basis van die gegevens ingenomen standpunt. De omstandigheid dat uit de door appellant overgelegde, onder 1.3 genoemde publicatie, blijkt dat bij personen die lijden aan een PTSS - zoals appellant - ook psychosomatische klachten van o.a. luchtwegen en het bewegingsapparaat kunnen voorkomen, heeft de Raad evenals verweerster niet tot een ander oordeel kunnen leiden. Hiertoe overweegt de Raad dat uit de specifieke, op appellant gerichte medische informatie overtuigend naar voren komt dat de bij appellant aanwezige ademhalingsklachten en bewegingsklachten geen psychosomatische oorsprong hebben. </para>
    <para />
    <para>3. Gezien het voorgaande moet de onder 2 geformuleerde vraag bevestigend worden beantwoord en dient het beroep van appellant ongegrond te worden verklaard.</para>
    <para />
    <para>4. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig om toepassing te geven een het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.</para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep; </para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Beuker-Tilstra, in tegenwoordigheid van M. Lammerse als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 april 2010.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) A. Beuker-Tilstra.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) M. Lammerse.</para>
    <para />
    <para />
    <para>HD</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>