<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2010:BM3595</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-27T02:56:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BM3595</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-05-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09-4636 WIA</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BM3595">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BM3595</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:21:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-05-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2010:BM3595 Centrale Raad van Beroep , 06-05-2010 / 09-4636 WIA</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2010:BM3595:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geen recht op een uitkering op grond van de Wet WIA. Geen sprake van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2010:BM3595:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>09/4636 WIA</para>
    <para />
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant)</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 8 juli 2009, 08/5242 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen</para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 6 mei 2010</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellant heeft mr. E.H. Visser, advocaat te Den Haag, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 maart 2010. Appellant is zonder kennisgeving niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. J.J. Grasmeijer.</para>
    <para />
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1.1. Appellant heeft op 24 maart 2008 een aanvraag ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) ingediend. Bij deze aanvraag heeft hij aangegeven dat hij vanaf 14 november 2004 arbeidsongeschikt is. Het Uwv heeft deze aanvraag opgevat als een verzoek om terug te komen van het besluit van 10 mei 2007, waarin het Uwv appellant heeft meegedeeld dat hij per 14 november 2006 geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wet WIA. Appellant heeft tegen dit besluit destijds geen rechtsmiddelen aangewend zodat deze beslissing in rechte vaststaat.</para>
    <para />
    <para>1.2. Bij besluit van 3 april 2008 heeft het Uwv geweigerd het besluit van 10 mei 2007 te herzien. Bij besluit op bezwaar van 18 juni 2008 (bestreden besluit) heeft het Uwv het hiertegen ingediende bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen dat besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij overwogen, onder verwijzing naar het toetsingskader van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat de rechterlijke toetsing zich beperkt tot de vraag of sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden en zo ja, of het bestuursorgaan daarin aanleiding had behoren te vinden om het eerdere besluit te herzien. Hetgeen bij de aanvraag en in bezwaar naar voren is gebracht, vormt naar het oordeel van de rechtbank geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. De rechtbank verwijst naar de rapportage van bezwaarverzekeringsarts F.L. van Duin die op 14 oktober 2008 door haar is ontvangen.</para>
    <para />
    <para>3. In hoger beroep heeft appellant gesteld dat er wel sprake is van een nieuw feit, te weten de schimmelinfectie coccidioidomycose. Sinds dit is vastgesteld is er geen verbetering opgetreden en ondervindt appellant veel hinder in de vorm van benauwdheid en een ernstig gebrek aan uithoudingsvermogen.</para>
    <para />
    <para>4.1. De Raad overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <para>4.2. Overeenkomstig het door de rechtbank met juistheid aangehaalde beoordelingskader van artikel 4:6 van de Awb mag van degene die een bestuursorgaan verzoekt van een eerder ambtshalve genomen - in rechte vaststaand - besluit terug te komen, worden verlangd dat bij dit verzoek nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld die zulk een terugkomen kunnen rechtvaardigen. </para>
    <para />
    <para>4.3. De Raad is evenals de rechtbank van oordeel dat er geen sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. De Raad verwijst eveneens naar de rapportage van bezwaarverzekeringsarts Van Duin waarin is aangegeven dat de overgelegde gegevens niet wezenlijk verschillen van de eerder overgelegde gegevens van drs. M. Angun en R. Suliman en naast de al aanwezige klachten van diabetes mellitus, de hernia en de dyspnoe, de toevoeging van de coccidioidomycose (zonder informatie over een behandeling in deze) geen relevante informatie oplevert die een nieuw licht werpt op de belastbaarheid van appellant. Bovendien blijkt uit de rapportage van psychiater A. Asgarali van 23 april 2002 dat de diagnose coccidioidomycose destijds al gesteld is en bij de beoordeling die ten grondslag lag aan het besluit van 10 mei 2007 is meegenomen. Appellant had hier destijds (meer) aandacht voor kunnen vragen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.4. Het Uwv was gelet op het onder 4.2 en 4.3 overwogene bevoegd om met overeenkomstige toepassing van artikel 4:6 van de Awb het verzoek af te wijzen. </para>
      <para>De rechtbank heeft naar het oordeel van de Raad terecht geoordeeld dat niet kan worden gezegd dat het Uwv niet in redelijkheid van die bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken dan wel daarbij anderszins heeft gehandeld in strijd met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of met een algemeen rechtsbeginsel. Het hoger beroep slaagt niet. </para>
      <para>De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.</para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep;</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 mei 2010.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) T.J. van der Torn.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>TM</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>