<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2010:BM1934</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-07-16T00:18:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BM1934</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-04-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09-3182 BESLU + 09-3184 BESLU</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:CRVB:2009:BI9366" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraakBestuurlijkeLus" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak bestuurlijke lus: ECLI:NL:CRVB:2009:BI9366</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BM1934">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BM1934</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:17:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-04-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2010:BM1934 Centrale Raad van Beroep , 21-04-2010 / 09-3182 BESLU + 09-3184 BESLU</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2010:BM1934:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het verzoek tot schadevergoeding met betrekking tot de mogelijke overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM is ingetrokken. Geen proceskostenveroordeling en geen vergoeding wettelijke rente.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2010:BM1934:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>09/3182 BESLU</para>
      <para>09/3184 BESLU</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het verzoek om schadevergoeding van:</para>
    <para />
    <para>[Betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene),</para>
    <para />
    <para>met als partijen: </para>
    <para />
    <para>betrokkene </para>
    <para />
    <para>en </para>
    <para />
    <para>de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie) (hierna: Staat).</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen </para>
      <para>(hierna: Uwv). </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 31 maart 2008, 06/4755, in het geding tussen betrokkene en het Uwv. </para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 16 juni 2009, 08/2562 WAO (LJN BI9366) heeft de Raad uitspraak gedaan op dit hoger beroep. Daarbij heeft de Raad onder meer bepaald dat het onderzoek onder het in de aanhef van deze uitspraak genoemde nummers wordt heropend ter voorbereiding van een nadere uitspraak over het verzoek van betrokkene om schadevergoeding met betrekking tot de mogelijke overschrijding van de redelijke termijn, bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), en heeft de Raad naast het Uwv de Staat aangemerkt als partij in die procedure. </para>
    <para />
    <para>Namens de Staat heeft mr. E.J. Daalder, advocaat te ’s-Gravenhage, een schriftelijke uiteenzetting gegeven en namens het Uwv mr. R.A. Sowka. </para>
    <para />
    <para>Bij brieven van 3 november 2009 en 4 januari 2010 is namens betrokkene het verzoek om schadevergoeding ter zake van de overschrijding van de redelijke termijn ingetrokken en is in beide gedingen aan de Raad verzocht de Staat te veroordelen in de proceskosten. In het geding 09/3184 BESLU is tevens verzocht de Staat te veroordelen tot vergoeding van de schade, bestaande in de wettelijke rente. </para>
    <para />
    <para>Namens de Staat is gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.</para>
    <para />
    <para>Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.</para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1. Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.</para>
    <para />
    <para>2. De Raad stelt vast dat het verzoek tot schadevergoeding met betrekking tot de mogelijke overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM is ingetrokken. De Raad ziet geen reden om tot een veroordeling in de proceskosten te komen, reeds omdat van proceshandelingen in deze procedure die voor vergoeding op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht in aanmerking komen, niet gesproken kan worden. </para>
    <para />
    <para>3. Het verzoek van betrokkene in het geding 09/3184 BESLU de Staat te veroordelen tot vergoeding van de schade bestaande in de wettelijke rente wijst de Raad af. Nu de Raad bij de uitspraak van 16 juni 2009 het onderzoek heeft heropend uitsluitend in verband met het verzoek van betrokkene om schadevergoeding met betrekking tot de mogelijke overschrijding van de redelijke termijn, is er geen plaats voor een inhoudelijke beoordeling van het verzoek van betrokkene om schadevergoeding op andere gronden.  Voor zover betrokkene met dit verzoek de schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wenst te verhogen met de wettelijke rente wijst de Raad erop dat betrokkene met de Staat over de hoogte van de schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn tot een vergelijk is gekomen, zodat in zoverre voor de beoordeling van dit verzoek van betrokkene evenmin plaats is. </para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Wijst het verzoek tot toepassing van artikel 8:75 van de Awb af.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 april 2010.</para>
    <para />
    <para>(get.) T. Hoogenboom.</para>
    <para />
    <para>(get.) T.J. van der Torn.</para>
    <para />
    <para>CVG</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>