<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2010:BM1230</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-27T02:01:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BM1230</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-04-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09-1757 WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BM1230">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BM1230</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:15:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-04-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2010:BM1230 Centrale Raad van Beroep , 14-04-2010 / 09-1757 WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2010:BM1230:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering recht op WIA-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2010:BM1230:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>09/1757 WAO</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 17 maart 2009, 07/5481 (hierna: de aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 14 april 2010</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellant stelde mr. P.J. van der Meulen, advocaat te Tilburg, hoger beroep in en bracht nader medische informatie in het geding. </para>
    <para />
    <para>Het Uwv voerde verweer en zond een reactie van de bezwaarverzekeringsarts in.</para>
    <para />
    <para>De zitting vond plaats op 24 maart 2010. Appellant verscheen met de bijstand van mr. Van der Meulen. Namens het Uwv verscheen mr. A.E.G. de Jong.</para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1.1. Het inleidende beroep richt zich tegen het besluit van 5 december 2007 dat het Uwv ter uitvoering van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) nam. Met dat besluit handhaaft het Uwv ondanks het bezwaar van appellant zijn besluit van 31 augustus 2007, waarbij hij appellant het recht op WIA-uitkering per 30 oktober 2007 weigerde. De reden voor die weigering is dat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt.</para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding van appellant af.</para>
    <para />
    <para>3.1. Appellant werkte laatstelijk als heftruckchauffeur. Voor dat werk werd hij in november 2005 arbeidsongeschikt door psychische klachten. </para>
    <para />
    <para>3.3. Partijen zijn het er over eens dat appellant zijn werk als heftruckchauffeur niet meer kan verrichten en ook de Raad gaat daar van uit.</para>
    <para />
    <para>3.4. Appellant beschikt over een indicatie voor WSW-werk.</para>
    <para />
    <para>3.5. De verzekeringsarts onderzocht appellant op zijn spreekuur. Hij stelde een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), waarin hij rekening hield met een persoonlijkheidsstoornis, depressieve episode (grotendeels in remissie), middelenmisbruik (grotendeels in remissie) en een lichte vorm van huidziekte. De behandelend psychotherapeut bevestigt het bestaan en de stand van die aandoeningen in een brief van 28 maart 2006. De bezwaarverzekeringsarts is het grotendeels eens met de verzekeringsarts, maar scherpt de FML iets aan vanwege de zelfoverschatting door appellant.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.6. Aan de hand van de aangepaste FML liet de bezwaararbeidsdeskundige enkele als geschikt geselecteerde functies vervallen. Er resteren zodoende zes functies waarvan de belasting de grenzen van de aangepaste FML niet overschrijdt.</para>
      <para>4. In hoger beroep herhaalt appellant als beroepsgrond dat zijn medische beperkingen in de FML zijn onderschat. Voor die stelling beroept hij zich op een door hem overgelegd behandelplan van 28 april 2009 en eind 2008 uitgevoerd onderzoek naar in- en doorslaapstoornissen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5.1. De Raad onderschrijft de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>5.2.1. De bezwaarverzekeringsgeneeskundige onderbouwde haar oordeel inzichtelijk en consistent en baseerde zich op het onderzoek door de verzekeringsarts en de informatie van de behandelend psychotherapeut.</para>
    <para />
    <para>5.2.2. De informatie uit het behandelplan sluit aan bij de al bekende gegevens. Een slaapaandoening bleek niet te objectiveren. Deze informatie is onvoldoende om te twijfelen aan de juistheid van de door de bezwaarverzekeringsarts aangescherpte FML.</para>
    <para />
    <para>5.2.3. De enkele omstandigheid dat appellant is geïndiceerd voor werkzaamheden in WSW-verband is onvoldoende voor twijfel aan de juistheid van de FML.</para>
    <para />
    <para>5.3. De bezwaararbeidsdeskundige heeft de geschiktheid van de functies voldoende toegelicht.</para>
    <para />
    <para>6. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal de Raad bevestigen.</para>
    <para />
    <para>7. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.</para>
    <para> </para>
    <para>III. BESLISSING </para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 april 2010.</para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) R.C. Stam.</para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) M.D.F. de Moor.</para>
    <para />
    <para>JL</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>